Het ‘Handboek Loonheffingen 2023’ is beschikbaar op de site van de Belastingdienst. De belangrijkste wijzigingen zijn: In paragraaf 1.3 wordt aangegeven dat voor betalingen/verstrekkingen aan zogenoemde
niet-natuurlijke personen (zoals een vof, maatschap, stichting, vereniging, vennootschap)
geen opgaaf van uitbetaalde bedragen aan derden hoeft te worden gedaan. Gewijzigd standpunt over tijdelijke urenuitbreiding (paragraaf 7.2). Niet in alle
gevallen ziet de Belastingdienst een tijdelijke urenuitbreiding als een afzonderlijke
arbeidsovereenkomst. In paragraaf 7.2 is de voorwaarde toegevoegd dat voor een BBL-leerling, voor het van
toepassing zijn van de lage AWf-premie, de praktijkovereenkomst of de daarmee samenhangende
arbeidsovereenkomst vanaf 2023 geen uitzendbeding mag bevatten. Verduidelijking aanwijzing loon uit vroegere dienstbetrekking als eindheffingsloon
(paragraaf 10.1.1): Loon uit vroegere dienstbetrekking mag men in een uitzonderingssituatie
aanwijzen als eindheffingsloon. Eerder schreef de Belastingdienst dat dat alleen kon
als de werkgever de werknemer daarnaast ook nog loon betaalt waarop de arbeidskorting
van toepassing is. Maar dat is iets ruimer: dat geldt in het algemeen als er ook nog
sprake is van loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. In paragraaf 14.5.1 is een Let op 2 toegevoegd waarin wordt aangegeven dat als de Belastingdienst langer dan gebruikelijk
doet over het afhandelen van een verzoek tot het opleggen van een naheffingsaanslag
(evt. naar aanleiding van een correctie), dat de Belastingdienst met ingang van 2023
tot uiterlijk 10 weken na ontvangst van het verzoek of correctie belastingrente berekenen,
ook als de behandeltermijn langer is. Vervallen doelmatigheidsmarge gebruikelijk loon. In paragraaf 18.1 over aandeelhouders
(en eventuele partners) met een aanmerkelijk belang is onder het kopje Berekening
gebruikelijk loon in een nieuwe Let op aangeven wat de doelmatigheidsmarge tot en met 2022 was en dat die per 2023 is vervallen.
In 18.1 geeft de Belastingdienst ook aan dat met een formulier in vooroverleg kan
worden getreden met de Belastingdienst. In paragraaf 19.4.4 wordt uitgelegd dat met ingang van 2023 jaarlijks een keuze moet
worden gemaakt of de werkelijke extraterritoriale kosten worden vergoed of dat de
30%-regeling wordt toegepast. In paragraaf 20.1.1 is de verwijzing naar de oude verordening (basisverordening nr.
1408/71 en toepassingsverordening nr. 574/72) verwijderd omdat die in 2023 niet meer
van toepassing zijn. Het onderdeel salarysplit bij sociale zekerheid is verwijderd omdat dit niet van toepassing
is bij sociale zekerheid. In paragraaf 20.4 is opgenomen dat de afspraken voor sociale zekerheid over thuiswerken
zijn verlengd tot en met 30 juni 2023. In paragraaf 22.4 is hybride werken en het gebruik van werkhubs toegevoegd naar aanleiding
van een toezegging door het kabinet in de Kamerbrief van 20 juni 2022. In paragraaf 23.3.24 is het stroomschema aangepast en een fout hersteld. Er stond
‘werkelijke waarde van het privégebruik min 10% van de grondslag’. Dat moest 6% zijn. In het versiebeheer voorin staat een volledig overzicht van de wijzigingen. Bron: Belastingdienst, 06-03-2023