Inloggen

Sterkste stijging gemeentelijke woonlasten sinds 2007

De gemeentelijke woonlasten stijgen dit jaar aanzienlijk sterker dan de inflatie. Huurders betalen 5,1% meer, eigenaar-bewoners 4,3%. Dat blijkt uit het rapport Kerngegevens Belastingen Grote Gemeenten 2020, dat is opgesteld door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden van de Rijksuniversiteit Groningen.
De gemeentelijke woonlasten voor meerpersoonshuishoudens die hun woning bezitten (ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing) stijgen gemiddeld met 4,3%. Ter vergelijking, de verwachte inflatie in 2020 is 1,6%. Het is het tweede jaar op rij dat de woonlasten relatief sterk stijgen. Deze lastenontwikkeling komt in de eerste plaats doordat de afvalstoffenheffing sterk stijgt (met 5,9%). De gemiddelde ozb-aanslag stijgt met 4,0%. Eigenaar-bewoners betalen gemiddeld 1,9% meer voor de rioolheffing. De woonlasten zijn het hoogst in Leiden (€ 878) en het laagst in Den Haag (€ 597). Huishoudens in een huurwoning betalen afvalstoffenheffing en in sommige gemeenten rioolheffing. Zij betalen in 2019 gemiddeld € 18 meer (5,1%). Dat komt voornamelijk doordat de afvalstoffenheffing in veel gemeenten sterk stijgt (€ 17). De rioolheffing stijgt voor huurders gemiddeld € 0,49 (0,9%). Een meerpersoonshuishouden betaalt gemiddeld € 306 aan afvalstoffenheffing, 5,9% meer dan vorig jaar. Deze relatief sterke stijging komt doordat het Rijk in 2019 de afvalstoffenbelasting sterk verhoogde (139%). Een deel van de gemeenten heeft deze kostenstijging in 2019 bekostigd uit de reserves en rekent de kosten nu pas via de afvalstoffenheffing door aan de huishoudens. In Arnhem daalt de afvalstoffenheffing gemiddeld met naar schatting 4,1% doordat de gemeente in 2020 (per 1 juli) overstapt op een ander tariefsysteem (betaling per keer dat afval in een verzamelcontainer wordt geworpen). In Apeldoorn stijgt de afvalstoffenheffing 38%. Huishoudens in Nijmegen betalen net als in 2019 het minst (€ 40) omdat deze gemeente een groot deel van de kosten van afvalinzameling en verwerking dekt met de ozb-inkomsten. In Haarlem betalen huishoudens het meest (€ 392). Huiseigenaren betalen in 2020 gemiddeld € 256 meer ozb. Dat is 4,0% meer dan vorig jaar, variërend van een daling met 1,0% in Arnhem tot een stijging met 15,2% in Groningen. In Amsterdam betalen huishoudens het minst (gemiddeld € 150), in Nijmegen het meest (€ 569). Gemeenten kunnen kiezen of zij een aanslag voor de rioolheffing sturen naar woningeigenaren, huurders of beide. Huurders betalen gemiddeld € 57 voor de rioolheffing, 0,9% meer dan in 2019. In veertien grote gemeenten betalen huurders geen rioolheffing. In de gemeenten waar huurders wel rioolheffing betalen, varieert het tarief voor zowel één- als meerpersoonshuishoudens van € 28 (Oss) tot € 284 (Zaanstad). Eigenaar-bewoners betalen in Tilburg het minst (€ 96), in Zaanstad het meest (€ 284). Gemiddeld betalen zij 1,9% meer voor de rioolheffing dan vorig jaar. Bron: RUG 15-01-2020

Onttrekking of gebruikelijk loon?

Wordt een onttrekking binnen een vennootschap aangemerkt als loon, dan hoeft die vennootschap voor dat deel geen gebruikelijk loon in aanmerking te nemen. Maar dat zal niets uitmaken voor eventuele naheffingsaanslagen loonheffingen.
Een vennootschap gaat in beroep tegen naheffingsaanslagen loonheffingen. Volgens de vennootschap had de Belastingdienst bij het opleggen van de aanslag een te hoog gebruikelijk loon in aanmerking genomen. Het controlerapport van de fiscus vermeldde namelijk onttrokken bedragen, die volgens de vennootschap het gebruikelijk loon verlaagden. In hoger beroep oordeelt Hof Den Bosch dat deze onttrekkingen alleen in mindering zouden komen op het gebruikelijk loon als de fiscus ze als (verkapt) loon had bestempeld. Maar ook dan zou de inspecteur de naheffingsaanslagen hebben opgelegd. In dit geval heeft de inspecteur echter de onttrekkingen niet als loon aangemerkt en hoefde hij het gebruikelijk loon evenmin met deze bedragen te verlagen. De vennootschap stelt verder dat de inspecteur ten onrechte het gebruikelijk loon niet had verminderd met de bijtelling van de auto van de zaak. Volgens het hof komt de bijtelling in beginsel in mindering op het gebruikelijk loon. De inspecteur maakt echter aannemelijk dat de som van het fictieve loon dat hij had toegepast en de bijtelling niet meer bedroeg dan 75% van het loon dat gebruikelijk is voor de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Daardoor was de naheffingsaanslag niet te hoog vastgesteld. Bron: Hof Den Bosch 9-01-2020

Werkgeversorganisaties: ‘Meer investeren in medewerkers’

Het arbeidsvoorwaardenoverleg zit komend jaar bekneld tussen enerzijds uitdagende en onzekere economische omstandigheden en anderzijds aanhoudende arbeidsmarktkrapte. Dat schrijven MKB-Nederland, VNO-NCW en AWVN in Waardevol werkgeven, hun Arbeidsvoorwaardennota 2020 met concrete tips voor werkgevers voor het arbeidsvoorwaardenoverleg van dit jaar.
Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt, de economische omstandigheden en de steeds veeleisender consument moeten ondernemingen meer dan ooit wendbaar kunnen zijn, innovatief zijn en de productiviteit verhogen. Zo beveelt de nota werkgevers aan om met vakbonden te onderzoeken welke cao-afspraken groei van de productiviteit belemmeren en hoe cao’s meer ruimte kunnen bieden aan bijvoorbeeld interne flexibiliteit binnen het bedrijf. Daarnaast moet er volgens de ondernemersorganisaties meer oog zijn voor de ontwikkeling van werknemers en voor een goede werk-privébalans. Door voor alle leeftijdsgroepen in te zetten op ontwikkeling en opleiding kunnen mensen langer, plezieriger en gezonder werken. Ook helpt een aantrekkelijk (secundair) arbeidsvoorwaardenpakket in deze tijd van krapte mensen binnen te halen en te houden. Juist hier zijn in veel organisaties nog stappen te maken om snel winst te kunnen boeken. Zo pleiten de werkgevers voor het uitbouwen van ontwikkelbudgetten. Goed maatwerk op de werkvloer moet zorgen dat de werk-privé- en zorgbalans verbetert. Veel aandacht is er in de Arbeidsvoorwaardennota 2020 voor gelijke behandeling. Veel werkgevers hebben dit thema met succes bij de kop gepakt, maar er bestaan nog altijd verschillen. Goede afspraken in cao’s kunnen helpen hier verandering in te brengen. Ook kunnen de verschillen tussen alle werkenden binnen een bedrijf (inhuur, zelfstandigen, vaste krachten) worden weggenomen door afspraken te maken over gelijke toegang tot scholing en dergelijke. De werkgevers pleiten voor meer resultaatafhankelijke beloning, zodat de beloning meer kan ‘mee-ademen’ met de conjunctuur en de bedrijfsspecifieke situatie. Door de beloning ook meer te koppelen aan de wijze waarop werknemers investeren in hun ontwikkeling komt de toekomst van de werknemer verder centraal te staan. Bron: AWVN 15-01-2020

Auto stond slechts één dag ter beschikking

Een inwoner van Nederland die in een auto met een buitenlands kenteken de Nederlandse weg berijdt, kan een forse naheffingsaanslag MRB tegemoet zien voor de periode waarin de auto feitelijk ter beschikking kan hebben gestaan. Nageheven kan worden over een periode van maximaal vijf jaar, tenzij men kan aantonen dat de auto korter ter beschikking stond.
Een inwoner van Nederland wil op 10 december 2016 zijn ouders van het vliegveld afhalen in Duitsland. Omdat de auto van zijn vader niet wil starten, neemt hij de auto van zijn broer die bij hem op bezoek is. Deze broer woont - op 600 km afstand - in Duitsland en rijdt in een auto met een Duits kenteken. De rit in de Duitse auto wordt bij een controle ontdekt en levert een naheffingsaanslag MRB op van € 6.799, berekend over de periode 1 januari 2012 tot en met 9 december 2016 en een boetebeschikking van € 5.278. De man gaat in bezwaar en beroep tegen de naheffing en boete. Hij verwijst hiervoor naar verklaringen van hemzelf, zijn ouders en zijn broer. Volgens de inspecteur komt aan die verklaringen onvoldoende bewijskracht toe, maar de rechtbank gaat hier niet in mee. De rechtbank hecht geloof aan de verklaring van de man zoals ook ter zitting herhaald, de overgelegde verklaringen en meer in het bijzonder aan de verklaring van de broer. Anders dan de inspecteur betoogt, leidt de omstandigheid dat deze broer regelmatig op bezoek komt niet zonder meer tot de conclusie dat diens auto aan de belanghebbende ook op andere momenten feitelijk ter beschikking stond. Ook uit het dossier blijkt niet dat de auto eerder gedurende een langere of andere periode feitelijk ter beschikking heeft gestaan. De naheffingsaanslag en de boetebeschikking moeten daarom worden vernietigd. Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 11-12-2019 (publ. 14-01-2020)

Grote zorgen in horeca over WAB

Uit onderzoek van Persoonality blijkt dat ondanks dat meer dan 80% van de horecaondernemers weet dat de Wet Arbeidsmarkt in Balans 1 januari 2020 van kracht gaat, meer dan de helft niet weet wat de impact gaat zijn op de bedrijfsvoering en bedrijfskosten. Geschat wordt dat dit tientallen miljoenen per jaar extra gaat kosten.
De grootste zorgen bij de horecaondernemers zitten vooral in de extra kosten en de extra tijd die de nieuwe wet met zich meebrengt, om ervoor te zorgen dat men zich houdt aan alle regels. Daarbij is men ook bang dat niet alle regels bekend zijn en om deze reden dus niet kunnen worden uitgevoerd. Juist in de horecasector wordt veel gewerkt (meer dan 70%) met flexkrachten. Vooral onder restaurants en cafés zijn er grote zorgen. De kosten van flexibele arbeid stijgen door de nieuwe wetgeving met gemiddeld 6 à 10% voor een onderneming in combinatie met (extra) salarisstijgingen vanuit de cao’s. Op jaarbasis is dat meer dan € 2.300 per fulltime medewerker aan extra kosten. Deze kostenverhogingen afgezet naar de gehele branche (450.000 horecamedewerkers) maakt dat de personeelskosten een beangstigend hoge extra kostenpost wordt. Volgens Bob Weghorst, directeur van Persoonality payroll kan dit in 2020 een recessie enorm aanjagen. “We merken nu al dat organisaties afscheid nemen van flexkrachten. Dat is logisch, want bij twijfel over de economie, neemt de spreadsheet het over. Er ontstaat zo een groot probleem om personeel te vinden en vast te houden.” Volgens Weghorst is de WAB geschreven vanuit het uitgangspunt dat iedereen recht heeft op een onbepaalde-tijd-contract. De huidige maatschappij heeft echter structureel behoefte aan bepaalde mate van flex. "We bestellen allemaal ’s avonds vóór 22:00 uur via internet en verwachten dat het de volgende morgen al geleverd is. Vandaag de opdracht krijgen, is vandaag of morgen leveren. Niemand kan de toekomst voorspellen en voor ondernemers is het dan ook lastig verder dan een paar weken vooruit te kijken. Flexibiliteit is dus een noodzaak. Toch verwacht ons kabinet dat zij werknemers massaal voor onbepaalde tijd gaan aannemen." Bron: Persoonality 7-01-2020

© lArcade 2020