Inloggen

Fiscale eenheid OB kan ook bij geringe gezamenlijke activiteit

Twee of meer btw-ondernemers die een gezamenlijke economische activiteit hebben, kunnen ook een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormen als die gezamenlijke activiteit van beperkte omvang is. Hierbij geldt namelijk geen minimumomvang, zo blijkt uit een uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden.
Drie stichtingen vormden een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. Verreweg de belangrijkste activiteit is het aanbieden van basisonderwijs, want ongeveer 99% van de inkomsten had betrekking op deze activiteit. De resterende 1% van de inkomsten werd behaald met de verhuur van leegstaande leslokalen. Eén van de stichtingen richtte een bv op die zich ging bezighouden met schoonmaakwerkzaamheden, waaronder de schoonmaak van de verhuurde leslokalen. De drie stichtingen wilden de bv opnemen in de bestaande fiscale eenheid. De inspecteur stond dit niet toe, maar het hof oordeelde anders. Het hof vond namelijk dat er vanwege de schoonmaak van de verhuurde leslokalen sprake was van een gezamenlijk uitgevoerde economische activiteit. Dat de inkomsten hiervan in relatieve zin minimaal waren, deed hier niets aan af. Er geldt namelijk geen minimumomvang voor de gezamenlijke activiteit. De uitbreiding van de fiscale eenheid is dan ook mogelijk als er sprake is van voldoende organisatorische, financiële en economische verwevenheid. Het hof oordeelde dat dit daadwerkelijk het geval was en dat de fiscale eenheid daarom mocht worden uitgebreid met de bv. Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden, 2-4-2019

Werkgevers willen niet alleen betalen voor ouderschapsverlof

Laat werkgevers niet exclusief opdraaien voor de kosten van twee maanden betaald ouderschapsverlof. Dat zeggen VNO-NCW en MKB-Nederland als reactie op de stemming in het Europees Parlement over de work-life balance-richtlijn, waarin het betaald ouderschapsverlof is opgenomen.
De richtlijn bepaalt dat ouders ten minste twee maanden betaald verlof moeten krijgen. Landen hebben drie jaar de tijd om dit te regelen. Eerder heeft de SER zich uitgesproken over betaald verlof. Dat moet er komen als dat nodig is voor een betere verdeling van de zorg tussen mannen en vrouwen, en een hogere arbeidsparticipatie van vrouwen, aldus de SER. Het verlof zou moeten worden geconcentreerd in het eerste levensjaar van het kind. ‘En als we besluiten dat dat van breed maatschappelijk belang is, moet de bekostiging van het verlof ook uit de algemene middelen komen’, stellen VNO-NCW en MKB-Nederland. In de Europese work-life balance-richtlijn waarover is gestemd, is ook tien dagen betaald partnerverlof opgenomen. In Nederland heeft het kabinet dit jaar het volledig betaald (door de werkgever) partnerverlof verlengd van twee naar vijf dagen. Daarnaast komt per 1 juli 2020 de mogelijkheid om vijf weken aanvullend verlof op te nemen met doorbetaling van 70% van het salaris. Dit wordt door het UWV betaald en gefinancierd uit de Aof-premie (Arbeidsongeschiktheidsfonds). Bron: VNO-NCW, 8-4-2019

Aanpassing box 3-heffing niet eenvoudig

Het is niet eenvoudig om de vermogensrendementsheffing om te vormen in een heffing op basis van werkelijk rendement, zo heeft staatssecretaris Snel van Financiën de Tweede Kamer laten weten. Zo’n heffing voldoet namelijk niet aan de huidige uitgangspunten, zoals het aantal belastingplichtigen, de vooringevulde aangifte en het tegengaan van belastingontwijking.
Het systeem van de vermogensrendementsheffing kan alleen zodanig worden aangepast dat op basis van het werkelijke rendement wordt geheven als concessies worden gedaan aan de genoemde uitgangspunten. Ook heeft deze heffingssystematiek verregaande gevolgen voor zowel burgers als de Belastingdienst. Daarom gaat het niet lukken om op korte termijn een nieuw heffingssysteem in te voeren. Wel gaat de staatssecretaris nog meer onderzoek doen. Later dit jaar verwacht hij daar meer over te kunnen zeggen. Snel noemt in zijn brief aan de Tweede Kamer enkele mogelijke varianten, zoals een vermogensaanwas- of vermogenswinstbelasting, het belasten van het werkelijke spaarrendement, het werken met de heffingsgrondslag van het voorgaande jaar (zodat de kwaliteit van de vooringevulde aangifte behouden blijft) en een verkleining van de groep belastingplichtigen. Bron: MvF, 15-4-2019

Fors minder pensioen voor vrouwen

Mannen bouwen veel meer pensioen op dan vrouwen. Aan het begin van hun werkzame leven bouwen mannen en vrouwen ongeveer evenveel pensioen op, maar bij oudere leeftijdsgroepen blijken mannen steeds hogere aanspraken op te hebben gebouwd dan vrouwen. Dit hangt samen met verschil in arbeidsparticipatie en verschil in mate waarin in deeltijd wordt gewerkt.
Mannen komen gemiddeld uit op een hoger te bereiken pensioen dan vrouwen, namelijk € 13.700 tegen € 9.200. Gemiddeld is het te bereiken pensioen voor mensen van 25 jaar tot de AOW-leeftijd € 11.600 bruto per jaar. Dat blijkt uit de pensioenaansprakenstatistiek van het CBS. Eind 2016 hadden ruim 8,9 miljoen personen van 25 jaar tot de AOW-leeftijd één of meer aanspraken op levenslang ouderdomspensioen bij een Nederlandse pensioenuitvoerder. Gemiddeld was eind 2016 het reeds opgebouwde pensioen voor mensen van 25 jaar tot de AOW-leeftijd € 6.000 bruto per jaar, voor mannen € 7.400 en voor vrouwen € 4.400. Dat betekent dat mannen gemiddeld ongeveer 40% meer pensioen hebben opgebouwd dan vrouwen. In de leeftijdsklassen tot 40 jaar is het verschil tussen mannen en vrouwen klein, daarna neemt het toe. In de leeftijdsklasse van 60 jaar tot de AOW-leeftijd, waarbij het gaat om mensen die binnen afzienbare tijd met pensioen zullen gaan, is het verschil 55%. Mannen van 60 jaar en ouder hebben € 14.900 bruto per jaar opgebouwd, vrouwen van 60 jaar en ouder € 6.800. Bron: CBS, 9-4-2019

Twee vergrijpboeten voor één passiefpost omzetbelasting

Als na het opstellen van de jaarrekening blijkt dat er nog omzetbelasting is verschuldigd, kan de inspecteur hiervoor twee vergrijpboeten opleggen. Een vergrijpboete als de ondernemer niet uit eigen beweging heeft gesuppleerd en een tweede vergrijpboete voor het niet tijdig betalen van de verschuldigde omzetbelasting.
Door de ingediende aangifte vennootschapsbelasting is de inspecteur omzetbelasting erachter gekomen dat er nog zo’n € 60.000 omzetbelasting verschuldigd was door een fiscale eenheid. Op 3 januari 2017 verzoekt de inspecteur deze verschuldigde omzetbelasting te specificeren. De fiscale eenheid voldoet in januari 2017 aan dat verzoek en dient later in januari een suppletieaangifte in voor € 60.000. In geschil is of de inspecteur terecht twee vergrijpboeten heeft opgelegd voor het niet suppleren over 2013. Rechtbank Zeeland-West-Brabant vindt het aannemelijk dat al na het opstellen van de jaarcijfers over 2013 is gebleken dat de fiscale eenheid nog omzetbelasting moest bijbetalen. Pas na het verzoek van de inspecteur van 3 januari 2017 heeft de fiscale eenheid gesuppleerd. Dat is niet meer uit eigen beweging en is daarom te laat. Daardoor is sprake van grove onachtzaamheid, waarvoor de inspecteur terecht een vergrijpboete heeft opgelegd. De fiscale eenheid heeft ook ten onrechte voorbelasting van een later in 2013 gevoegde vennootschap in aftrek gebracht. Dit is te kwalificeren als laakbare slordigheid of ernstige nalatigheid. De fiscale eenheid moet begrijpen dat dit gedrag tot gevolg kan hebben dat de fiscale eenheid te weinig omzetbelasting zou afdragen. De inspecteur heeft terecht ook hiervoor een vergrijpboete opgelegd. Geen ne bis in idem, want beboetbare gedragingen zijn niet dezelfde. De ene beboetbare gedraging is het niet uit eigen beweging suppleren en de andere gedraging is het niet of niet tijdig voldoen van omzetbelasting. Wel moet met die twee gezamenlijk op te leggen boetes rekening worden gehouden bij de beoordeling van de strafmaat. Geen verdere matiging meer van de boetes, omdat de inspecteur de totale boetes al had gematigd tot € 10.000. Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 29-1-2019 (gepubl. 15-4-2019),

© lArcade 2019