Inloggen

Archief

Voor benadeling aan werkgever te betalen vergoeding in box 1

Als een werknemer buiten medeweten van zijn werkgever een afspraak maakt met een zakenrelatie van het bedrijf, kan hij daarmee zijn werkgever benadelen. Hof Den Haag oordeelt dat voor- en nadelen uit deze afspraak resultaat uit overige werkzaamheden vormen. Ontdekt de werkgever de afspraak en vordert hij een schadevergoeding? Dan mag de werknemer deze verplichting niet als schuld in box 3 opgeven.
Een man werkt als ‘treasury & control manager’ voor een stichting. Vanwege zijn positie is hij bevoegd om namens de stichting derivaatcontracten af te sluiten. Daarbij maakt de man gebruik van de diensten van een tussenpersoon. Deze tussenpersoon ontvangt van een aantal banken een provisie als de stichting een derivaat afsluit. Hoe langer de looptijd van het derivaat, des te hoger de provisie. Op grond van een afspraak met de manager betaalt de tussenpersoon een deel van de provisies aan hem door. Dit alles gaat achter de rug van de stichting om, die door deze gang van zaken wordt benadeeld. Wanneer de stichting hierachter komt, ontslaat zij de manager op staande voet. De stichting vordert bovendien van hem een schadevergoeding. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de betaling van de schadevergoeding kwalificeert als negatief loon. Zolang de betaling uitblijft, valt de verplichting bij de man in box 3. De inspecteur is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en tekent hoger beroep aan. Daarop gaat de manager ook in hoger beroep. Hij stelt dat de doorbetaalde provisies voor hem negatief loon zijn. Daarbij maakt hij overigens niet aannemelijk dat de ontvangen provisies (gedeeltelijk) ongedaan zijn gemaakt. Het hof erkent dat de manager de dooruitdelingsafspraak alleen kon maken omdat hij in dienstbetrekking was bij de stichting. Dat betekent echter nog niet dat de voor- en nadelen uit die afspraak positief en negatief loon zijn. Het verband tussen deze resultaten en de dienstbetrekking is namelijk te ver verwijderd. Het hof komt daardoor tot de conclusie dat de voor- en nadelen uit de doorbetalingsafspraak kwalificeren als resultaat uit overige werkzaamheden (ROW). Vervolgens behandelt het hof de vraag wat de manager mag doen met de schadevergoeding die hij verwacht te moeten betalen. Het hof oordeelt dat de man in beginsel voldoet aan de voorwaarden om ten laste van zijn ROW een voorziening te vormen. Het hof benadrukt dat de man geen voorziening mag vormen voor kosten voor zover vrijwel vast staat dat hij ze nooit zal betalen. Omdat de verplichting in box 1 valt, mag de man deze niet opgeven als box 3-schuld. Bron: Hof Den Haag 23-10-2020

Stoomcursus ‘gebarentaal voor ondernemers’ via MKB Toegankelijk

MKB-ondernemers wordt een helpende hand geboden bij het gastvrij en klantvriendelijk benaderen van klanten of gasten met een auditieve beperking. Met hun programma MKB Toegankelijk hebben MKB-Nederland en VNO NCW hiervoor de video 'Stoomcursus – Gebarentaal voor ondernemers' ontwikkeld op Wereld Gehandicapten Dag, 3 december, live gaat.
Ondernemers leren met behulp van de video van Irma Sluis, tolk Nederlands Gebarentaal en bekend van de persconferenties van premier Rutte op tv, en Tobias de Ronde, docent Nederlands Gebarentaal (zelf vanaf zijn geboorte doof) een aantal basisgebaren om zelf, binnen hun bedrijf, toe te passen. De gebaren, zoals 'welkom' of 'kan ik u helpen', zijn vrij eenvoudig aan te leren en te onthouden. Klanten met een auditieve beperking die op deze manier in de detailhandel of horeca worden begroet, zullen dat waarderen en zich extra welkom voelen. MKB-Nederland en VNO-NCW zetten zich met hun programma MKB Toegankelijk al langer in om ondernemers te informeren, activeren en stimuleren om toegankelijk te ondernemen. De ambitie is dat iedereen moet kunnen meedoen en dat winkels en horecagelegenheden goed toegankelijk zijn voor mensen met welke beperking dan ook. Het hebben van een toegankelijk bedrijf is van groot belang en wordt, zeker gezien de vergrijzing, steeds belangrijker. Op dit moment hebben ruim 2 miljoen mensen in Nederland een beperking. De video 'Stoomcursus – Gebarentaal voor ondernemers' is te vinden op https://www.mkbtoegankelijk.nl/gebarentaal-voor-ondernemers. De site biedt ondernemers informatie, praktische tips en tools en inspirerende ervaringsverhalen van ondernemers die hun bedrijf toegankelijk hebben gemaakt. Het programma MKB Toegankelijk is een initiatief van MKB-Nederland en VNO-NCW en wordt ondersteund door het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap dat Nederland in 2016 ondertekend heeft. Samenwerkingspartners zij onder andere het ministerie van VWS, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Alliantie VN-Verdrag en aangesloten brancheorganisaties. Bron: MKB Nederland en VNO-NCW, 03-12-2020

Unierecht staat herziening voorbelasting in één keer toe

In bepaalde gevallen is een ondernemer onder de Nederlandse belastingwetgeving verplicht in één keer zijn afgetrokken voorbelasting te herzien. De Hoge Raad oordeelt dat het Europees recht zo’n herziening ineens in principe toestaat.
Een stichting die ondernemer voor de omzetbelasting is, laat in 2013 zeven appartementen bouwen. Zij trekt de voorbelasting af omdat deze appartementen voor belaste doeleinden zijn bestemd. De oplevering van de panden vindt plaats in juli 2014. Met ingang van 1 augustus 2014 verhuurt de stichting vier appartementen vrijgesteld van btw. In het derde kwartaal 2014 herziet de stichting het aan die appartementen toe te rekenen gedeelte van de voorbelasting in één keer. Zij voldoet de btw op aangifte. Tegen deze voldoening gaat zij in bezwaar en beroep. De stichting stelt dat voor investeringsgoederen een herziening in één keer van de oorspronkelijk toegepaste aftrek op het tijdstip van de ingebruikneming in strijd is met het Europees recht. De Hoge Raad komt er niet helemaal uit en stelt daarom prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU. Op 17 september 2020 beantwoordt het Hof deze vragen. Vervolgens wijst de Hoge Raad eindarrest. De herziening in een keer van alle in rekening gebrachte omzetbelasting bij ingebruikneming van een investeringsgoed is niet in strijd met Europees recht. Daarmee verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep ongegrond. Bron: HR 27-11-2020, EU HvJ 17-09-2020

Model Uniform Pensioenoverzicht (UPO) 2021 bekend

Minister Koolmees heeft op 26 november 2020 de modellen voor het UPO 2021 officieel vastgesteld na advies van AFM.
Het UPO 2021 bevat twee kleine aanpassingen ten opzichte van het UPO 2020. Allereerst is er een nieuw icoon ontwikkeld dat pensioenuitvoerders van een netto pensioenregeling moeten gebruiken voor de fiscale jaarruimte bij het netto pensioen. Dit icoon is ontwikkeld om te voorkomen dat deelnemers de fiscale jaarruimte bij het netto pensioen verwarren met de factor A. De tweede aanpassing is dat in de handleiding bij het UPO 2021 het advies is opgenomen om de bedragen bij de navigatiemetafoor af te ronden op hele euro’s. In 2019 evalueerde het ministerie van SZW de communicatieverplichtingen in de Pensioenwet. Een van de voornemens die daaruit voortvloeide is om de wettelijke verplichting tot het gebruik van het format van het UPO af te schaffen. Het ministerie van SZW publiceert naar verwachting voor het kerstreces een wetsvoorstel ter internetconsultatie met onder meer de uitwerking van dit beleidsvoornemen. De Pensioenfederatie zal op die internetconsultatie reageren. Het is afhankelijk van het verdere traject van de wetsvoorstellen wat de nieuwe informatiebepalingen worden en wanneer ze van kracht zijn. Bron: Pensioenfederatie.nl, 27-11-2020

In gemeenschap gehuwden kunnen apart schenken

De omstandigheid dat echtgenoten in gemeenschap van goederen zijn gehuwd, leidt niet tot een fiscale herkwalificatie van hun civielrechtelijke schenkingen. De inspecteur mag de schenking door de ene echtgenoot daarom niet voor de helft aanmerken als een schenking door de andere echtgenoot.
Een man maakt medio 2001 bij wijze van schenking een bedrag van ongeveer € 3,8 miljoen over van zijn Zwitserse bankrekening naar een bankrekening van zijn dochter. Zij meldt dit in eerste instantie niet bij de fiscus. Begin oktober 2014 licht zij de Belastingdienst alsnog in over haar gerechtigdheid tot het buitenlandse vermogen. De inspecteur constateert dat de ouders van de dochter op het moment van de schenking in gemeenschap van goederen waren gehuwd. Daardoor meent hij dat de moeder ongeveer € 1,9 miljoen heeft geschonken aan haar dochter. De inspecteur legt de dochter daarom een navorderingsaanslag schenkbelasting op inclusief boete. De vrouw tekent beroep aan tegen de navorderingsaanslag. Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de moeder in 2001 geen schenking heeft gedaan aan haar dochter. Voor het begrip schenking moet men namelijk in beginsel aansluiten bij het civiele recht. Hoewel de moeder in gemeenschap met de vader was gehuwd, maakt dat haar nog geen partij bij de schenking. De rechtbank vernietigt daarom de aanslag schenkbelasting. Bron: Rb. Noord-Nederland 19-11-2020

© lArcade 2020