Inloggen

Doelmatigheidsmarge telt niet bij lager gebruikelijk loon

Als een dga vindt dat het gebruikelijk loon voor hem lager moet worden vastgesteld dan het bedrag dat voortvloeit uit de gebruikelijkloonregeling, kan hij geen beroep doen op de doelmatigheidsmarge. Deze marge geldt namelijk alleen in situaties waarin het gebruikelijk loon hoger is, zo heeft de Hoge Raad bevestigd.
Een dga had aandelen in twee bv’s. Omdat de man twintig uur per week meewerkte in deze bv’s, stelde de inspecteur het gebruikelijk loon over 2014 vast op € 22.000. Dit was namelijk de helft van het toenmalige normbedrag van € 44.000. De dga had echter slechts een bedrag van € 13.069 opgegeven in zijn aangifte. Voor Hof Den Haag voerde de dga aan dat de doelmatigheidsmarge moest worden toegepast, wat in deze zaak zou betekenen dat het gebruikelijk loon moest worden verminderd met 30%. Daarnaast stelde de dga dat het door de inspecteur vastgestelde gebruikelijk loon ook te hoog was vanwege het feit dat de bv’s geen winst maakten. Het hof vond dat de inspecteur juist had gehandeld. De doelmatigheidsmarge was in deze zaak sowieso niet van toepassing, omdat deze marge alleen kan worden toegepast als het gebruikelijk loon hoger is dan het normbedrag. Daarnaast oordeelde het hof dat de dga met zijn stelling dat de bv’s geen winst maakten onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat een lager gebruikelijk loon van toepassing was. De Hoge Raad bevestigde de uitspraak van het hof. Bron: Hoge Raad, 24-5-2019

Vast contract als lokmiddel

Een krappe arbeidsmarkt verhoogt de prijs van arbeid en dus moeten werkgevers alle registers opentrekken om personeel te werven en te behouden. Vrijwel alle denkbare instrumenten worden gebruikt om medewerkers aan te trekken of te behouden. Dat blijkt uit een enquête van werkgeversvereniging AWVN onder haar leden.
Uit het onderzoek blijkt dat vier op de vijf Nederlandse werkgevers (79%) last heeft van de krappe arbeidsmarkt. De krapte wordt het sterkst gevoeld binnen de sector techniek (51% van de werkgevers) gevolgd door productie (28%) en ICT (27%). Vooral het tekort aan technici en ICT’ers is verder toegenomen, zo blijkt uit vergelijking met onderzoeksresultaten uit 2008 – toen de arbeidsmarkt aan de vooravond van de economische crisis ook zeer krap was. Verder blijkt dat de krapte omhoog ‘schuift’ wat betreft opleidingsniveau. Nu is het tekort aan HBO’ers het grootst. Het aanbieden van ontwikkelingsmogelijkheden (76% van de werkgevers past dit toe) is populair om nieuwe medewerkers aan te trekken of huidige vast te houden. Verder zettenwerkgevers het vaste contract veelvuldig in om mensen aan te trekken of juist te binden: 63% van de werkgevers doet dit. Van de financiële instrumenten die werkgevers toepassen, is hoger inschalen de populairste maatregel: 68% van de werkgevers gebruikt dit middel. Als werkgevers extra betalen, dan betekent dat gemiddeld 8,5% extra salaris voor de nieuwkomer. Opmerkelijk is het percentage werkgevers dat zittend personeel een aanbrengpremie geeft voor het werven van een nieuwe collega: 62%. De variatie in hoogte van deze beloning is enorm en loopt uiteen van enkele tientjes tot duizenden euro’s. Bron: AWVN, 13-6-2019

Toepassing zelfstandigenaftrek is niet vrijblijvend

De Belastingdienst ziet de zelfstandigenaftrek niet als een faciliteit die ondernemers naar goeddunken mogen toepassen of buiten beschouwing laten. De fiscus wordt hierin gesteund door Rechtbank Noord-Nederland.
Een ondernemer wil over het jaar 2015 gebruik maken van de willekeurige afschrijving voor starters. Om als starter te kwalificeren, moet hij over 2015 recht hebben op de startersaftrek. Daarvoor geldt weer als voorwaarde dat de ondernemer in de vijf voorafgaande jaren hooguit twee keer de zelfstandigenaftrek heeft toegepast. Maar op het inkomen van de ondernemer in de jaren 2011 tot en met 2014 is de zelfstandigenaftrek al toegepast. De man stelt dat hij heeft geprotesteerd tegen de toepassing van de zelfstandigenaftrek op 2013 en 2014. Door de toepassing van de zelfstandigenaftrek zijn volgens hem de navorderingsaanslagen over 2013 en 2014 ten onrechte verminderd. Deze stelling helpt hem echter niet. De Belastingdienst heeft de bezwaren van de man tegen de verminderingen van navorderingsaanslagen IB/PVV 2013 en 2014 niet-ontvankelijk verklaard. Daardoor liggen de aanslagen en de toepassing van de zelfstandigenaftrek over 2013 en 2014 vast. De rechtbank oordeelt daarom dat de fiscus terecht de toepassing van de willekeurige afschrijving over 2015 heeft geweigerd. Bron: Rb. Noord-Nederland 02-05-2019

Ondernemingsorganisaties tevreden over instemming pensioenakkoord

Ondernemingsorganisaties VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland zijn blij dat de leden en het ledenparlement van de FNV hebben ingestemd met het pensioenakkoord. Ook de achterban van CNV heeft in grote meerderheid (79%) voor het pensioenakkoord gestemd.
VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland constateren dat het kabinet aanzienlijke middelen heeft vrijgemaakt om de AOW-leeftijd minder snel te laten oplopen en om mensen met zwaar werk eerder te kunnen laten stoppen. 'Dit zijn belangrijke investeringen in de sociale infrastructuur van Nederland. Met elkaar moeten we zorgen dat we de economie concurrerend houden om dat te kunnen dragen.' Nu komt het aan op snelle en zorgvuldige uitvoering van de gemaakte afspraken vanuit de stuurgroep van vakbonden, werkgevers en overheid, zodat mensen - ook diegenen die kritisch zijn over het akkoord - snel het verschil en de positieve effecten gaan merken', aldus de ondernemingsorganisaties. Bron: VNO-NCW, MKB-Nederland, LTO, 15-6-2019

Fiscus mag navorderen na geautomatiseerde aanslag

Als de Belastingdienst geautomatiseerd een aanslag oplegt waarbij de aangifte wordt gevolgd, terwijl de belastingplichtige in zijn aangifte een aftrekpost heeft opgevoerd waarvan hij wist dat de inspecteur die niet zou toestaan, is er sprake van een kenbare fout en mag de fiscus een navorderingsaanslag opleggen.
In deze zaak wilde een man de kosten van een civiele procedure om betaalde alimentatie terug te krijgen, als aftrekpost opvoeren in zijn aangifte inkomstenbelasting. De inspecteur deelde hem echter schriftelijk mee dat dit niet kon, maar de man trok deze kosten vervolgens toch af in zijn aangiften over 2012 en 2013. De Belastingdienst legde geautomatiseerd aanslagen op waarin de aangifte werd gevolgd, maar op een later moment legde de inspecteur toch navorderingsaanslagen op. Vervolgens beriep de man zich op het vertrouwensbeginsel, maar de Hoge Raad bepaalde dat er sprake was van een kenbare fout. De inspecteur had duidelijk aangegeven waarom de aftrekpost niet werd toegestaan. Dus toen de aangiften vervolgens werden gevolgd, had de belastingplichtige moeten weten dat de aanslagen te laag waren opgelegd, wat werd veroorzaakt door het feit dat de aanslag geautomatiseerd was opgelegd. In zo’n situatie mag de inspecteur navorderen en kan de belastingplichtige zich niet beroepen op een aan het aanslagbiljet te ontlenen vertrouwen. Bron: Hoge Raad, 7-6-2019

© lArcade 2019