Inloggen

Oprichting bv straks online mogelijk

Volgens de onlangs gepubliceerde Europese Richtlijn digitalisering oprichting en inschrijving van kapitaalvennootschappen moet het vanaf 1 augustus 2021 mogelijk zijn om digitaal een bv op te richten via een digitale notariële akte.
Op grond van de richtlijn moeten lidstaten het mogelijk maken dat bepaalde kapitaalvennootschappen langs digitale weg kunnen worden opgericht. In Nederland gaat het in ieder geval om bv’s. In antwoord op Kamervragen geeft minister Dekker voor Rechtsbescherming aan dat bij de implementatie van de richtlijn zoveel mogelijk wordt aangesloten bij het al bestaande systeem. Ook na de implementatie zal de notaris dus een rol hebben bij de oprichting van een bv. De minister wil dat het mogelijk wordt om de digitale oprichting van bv’s in Nederland te laten plaatsvinden via een digitale notariële akte. De Richtlijn schrijft voor dat bv’s volledig online kunnen worden opgericht zonder dat de oprichters voor de notaris moeten verschijnen. Naast een digitale akte zullen daarom ook digitale identificatie en digitale ondertekening mogelijk moeten worden gemaakt. Daarbij zijn een betrouwbaar digitaal identificatiemiddel en een betrouwbare digitale handtekening van groot belang. Mede om digitale oprichting van bv’s mogelijk te maken, werkt de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) aan de ontwikkeling van deze digitale instrumenten onder de (werk)naam NotarisID. Bron: KNB 16-07-2019

Samenwerken met freelancers bij financiële diensten: let op de voorwaarden

Financiële ondernemingen met een vergunning van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) kunnen niet altijd zonder meer samenwerken met freelancers en zzp’ers. Voor bepaalde werkzaamheden gelden er voorwaarden. De AFM geeft aan dat de vergunninghoudende onderneming altijd zélf verantwoordelijk moet blijven voor de werkzaamheden die andere personen namens haar verrichten.
Financiële ondernemingen die voor hun werkzaamheden moeten beschikken over een vergunning van AFM kunnen voor bepaalde werkzaamheden freelancers of zzp’ers inhuren. Voor werkzaamheden die vallen onder de vergunningplicht, is het echter niet toegestaan dat de freelancers of zzp’ers volledig zelfstandig werken onder de vergunning van de opdrachtgevende onderneming en dat deze onderneming hier geen controle over heeft. Ook is het niet toegestaan dat de betreffende freelancers of zzp’ers volledig variabel worden beloond. Hiermee wordt de wet overtreden en de AFM kan dan maatregelen nemen. De AFM geeft aan dat voor de samenwerking tussen een vergunninghoudende onderneming en een freelancer of zzp’er de volgende voorwaarden gelden: de freelancer of zzp’er handelt uitsluitend onder de naam en verantwoordelijkheid van de vergunninghoudende onderneming; de freelancer of zzp’er beschikt zelf over de benodigde vakdiploma’s; de betrouwbaarheid van de freelancer of zzp’er is vastgesteld met in ieder geval een verklaring omtrent gedrag en een faillissementscheck; de beroepsaansprakelijkheidsverzekering van de vergunninghoudende onderneming dekt de werkzaamheden van de freelancer of zzp’er; de freelancer of zzp’er wordt voor zijn of haar werkzaamheden uitsluitend betaald door de opdrachtgevende, vergunninghoudende onderneming en niet door hun cliënten; de freelancer of zzp’er wordt beloond volgens hoofdstuk 1.7 van de Wet op het financieel toezicht. De vergunninghoudende onderneming en de freelancer of zzp’er moeten de voorwaarden van hun samenwerking vastleggen in een overeenkomst. Bron: AFM 23-07-2019

Recht op proceskostenvergoeding niet snel te beperken

Vergeet een belastingplichtige voor de rechtbank om een vergoeding van de kosten van de bezwaarfase aan te kaarten, dan mag dat geen reden zijn om in hoger beroep bij het gerechtshof de proceskostenvergoeding te weigeren, omdat de belastingplichtige al bij de rechtbank om vergoeding van de kosten in de bezwaarfase had kunnen vragen.
Een man dient een bezwaarschrift in tegen zijn WOZ-beschikking. Hij motiveert zijn bezwaar onder meer door een taxatierapport te laten opstellen. Naar aanleiding van het bezwaarschrift verlaagt de gemeente het bedrag van de WOZ-beschikking. Maar de man krijgt geen vergoeding voor de kosten van het taxatierapport. De man vindt dat de WOZ-beschikking verder omlaag moet en begint een beroepsprocedure. In de procedure voor de rechtbank komt de bezwaarkostenvergoeding niet aan de orde. Pas voor het hof vraagt de man om een vergoeding van de kosten van het taxatierapport. Het hof kent hem deze vergoeding toe, maar ziet geen reden om de man een vergoeding van de kosten van hoger beroep toe te kennen. Hij had immers al voor de rechtbank om de bezwaarkostenvergoeding kunnen vragen, zo redeneert het hof. Volgens de Hoge Raad is dit echter niet van belang. De man is in hoger beroep in het gelijkgesteld. Het hof had hem dan ook een proceskostenvergoeding moeten toekennen. Bron: Hoge Raad 19-07-2019

Ondernemers: fiscale eenheid behouden

De fiscale eenheid moet behouden blijven, nu er geen betere alternatieven op tafel zijn gekomen in een eerste consultatie voor een nieuwe groepsregeling. Dat schrijven VNO-NCW en MKB-Nederland in een reactie op een consultatie door het ministerie van Financiën.
Van de vier door Financiën voorgelegde opties kiezen de ondernemers voor behoud van de huidige regeling. Dit sluit fiscaal het beste aan bij de manier waarop een ondernemer kijkt naar zijn onderneming, namelijk als één economische entiteit. Ook uit een internationale vergelijking volgt dat het huidige Nederlandse systeem veruit het beste scoort op de kenmerken die voor ondernemers relevant zijn, zoals de uitvoerbaarheid, weinig administratieve lasten en fiscale neutraliteit. VNO-NCW en MKB-Nederland zijn tegen afschaffing van de fiscale eenheid (één van de andere denkrichtingen in de consultatie), omdat dit het Nederlandse ondernemersklimaat op achterstand zet. Mocht er een alternatieve groepsregeling komen zoals de andere denkrichting van verlies- of winstoverdracht, dan moet dat eerst goed worden uitgewerkt om te kunnen beoordelen of zo’n regeling evengoed scoort. De voorgestelde andere alternatieven zijn niet aantrekkelijker voor ondernemers dan de huidige situatie. Bron: VNO-NCW 26-07-2019

Omzetgroei Europese webwinkels in Nederland, aandeel nog beperkt

De omzet van Europese webwinkels in Nederland is in vijf jaar tijd gegroeid met ruim 150%. Het aandeel van deze webwinkels in de Nederlandse markt is echter nog beperkt; nog geen 2%.
In het eerste kwartaal van 2019 besteedden Nederlandse consumenten ongeveer € 390 miljoen (excl. btw) bij buitenlandse webwinkels in de Europese Unie. Dat is 15% meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Over vijf jaar bedraagt de groei in online aankopen bij Europese webwinkels ruim 150%. De internetverkopen van in Nederland gevestigde webwinkels waren in het eerste kwartaal van 2019 bijna 17% hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Bij de Nederlandse internetverkopen kan onderscheid worden gemaakt tussen pure webwinkels en ‘multi-channelers’, winkels waarvan onlineverkoop niet de hoofdactiviteit is. De omzet van pure webwinkels in Nederland was in het eerste kwartaal van 2019 ruim 12% hoger dan in het eerste kwartaal van 2018. Bij de Nederlandse multi-channelers was de online-omzet bijna 24% hoger. De aankopen van Nederlanders bij Europese webwinkels vormen een relatief klein deel van de consumptieve bestedingen. In 2018 ging het om nog geen 2% van de totale Nederlandse detailhandelsomzet. Het verschil tussen Nederlandse en buitenlandse webwinkels is voor een consument niet altijd goed te zien. Webwinkels zijn veelal in meerdere talen opgemaakt en buitenlandse webwinkels kunnen een Nederlandse versie hebben. Bron: CBS 25-07-2019

© lArcade 2020