Inloggen

Geen inhoudelijke uitspraak over AOW-gat

Vakbonden en Stichting Belangen AOW-gat hebben bot gevangen bij hun gang naar de rechter. Rechtbank Den Haag heeft hun vorderingen tegen de staat in verband met de verhoging van de AOW-leeftijd niet-ontvankelijk verklaard. Volgens de Haagse rechter dienden de gedupeerden naar de bestuursrechter te stappen.
De vakbonden en de Stichting Belangen AOW-gat waren naar de rechter gestapt omdat naar hun mening de verhoging van de AOW-leeftijd onrechtmatig is jegens dat deel van hun achterban dat te maken krijgt met een AOW-gat. Via de rechter wilden zij afdwingen dat de Staat de Wet verhoging AOW en Pensioenrichtleeftijd voor hen buiten werking zou stellen. Volgens Rechtbank Den Haag is er voor de burgerlijke rechter geen taak weggelegd omdat individuele gedupeerden zelf beroep kunnen instellen bij de bestuursrechter als het gaat om besluiten op een aanvraag van een AOW-uitkering of een overbruggingsregeling. Dat de vakbonden en de Stichting de belangen van gedupeerden hebben gebundeld, rechtvaardigt niet dat voor hen de weg naar de burgerlijke rechter open komt te staan. Het belang van een goede taakverdeling tussen de bestuursrechter en de burgerlijke rechter en het voorkomen van tegenstrijdige beslissingen, weegt zwaarder dan het belang van toekomstige AOW-gerechtigden om op korte termijn duidelijkheid te krijgen over hun rechtspositie. De stelling van de vakbonden dat de wet ingrijpt in bestaande cao’s en sociale plannen is volgens de Haagse rechtbank door hen onvoldoende concreet gemaakt en dient geen eigen belang. Voor een gang naar de burgerlijke rechter is een aantasting van een specifiek eigen belang van de vakbonden nodig. Bron: Rb. Den Haag, 26-02-2014

Ontslag om bedrijfseconomische redenen: AOW’ers als eerste weg

Het Ontslagbesluit wordt zodanig aangepast dat ingeval van een ontslag om bedrijfseconomische redenen waarbij het afspiegelingsbeginsel wordt toegepast, AOW-gerechtigden het eerst in aanmerking komen voor ontslag.
Op dit moment kan bij toepassing van het afspiegelingsbeginsel bij een ontslag om bedrijfseconomische redenen een doorwerkende AOW-er niet voor ontslag in aanmerking komen, omdat hij meer dienstjaren heeft dan een 55-jarige werknemer in dezelfde leeftijdsgroep (55 jaar en ouder) binnen dezelfde categorie uitwisselbare functies. Omdat dit een ongewenst en onbedoeld effect is van de regelgeving wordt het Ontslagbesluit aangepast. De hoogste leeftijdsgroep (55 jaar en ouder, art. 4.1 lid 1 Ontslagbesluit) wordt gewijzigd in 55 jaar tot de AOW-leeftijd. Hierdoor komen AOW-gerechtigde werknemers in geval van ontslag wegens bedrijfseconomische redenen het eerst voor ontslag in aanmerking. Daarnaast wordt bepaald dat binnen de groep AOW-gerechtigde werknemers de werknemers met het kortste dienstverband het eerst voor ontslag in aanmerking komen (art. 4.1 lid 2, nieuw ingevoegd). Met deze aanpassing van het Ontslagbesluit wordt voorkomen dat een werknemer die voor zijn inkomen aangewezen is op het verrichten van arbeid plaats moet maken voor een AOW-gerechtigde werknemer voor wie dat niet het geval is. Het in deze regeling gemaakte onderscheid naar leeftijd wordt hiermee objectief gerechtvaardigd. De wijziging van het Ontslagbesluit gaat in per 1 april 2014. Bron: Min SZW 18-02-2014, nr. 2014-0000020505 (Stcrt 2014, 5210)

Regel machtiging SBA

Adviseurs die voor hun klanten de aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting over belastingjaar 2013 verzorgen, moeten er rekening mee houden dat de klant hen moet machtigen om Serviceberichten Aanslag (SBA) te kunnen ontvangen. Vanaf het aangiftejaar 2013 kan men voor de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting alleen nog SBA's krijgen.
De SBA is de opvolger van de Elektronische kopieaanslag (EKA) die via het BAPI-kanaal binnenkomt. Door middel van de SBA ontvangt de adviseur digitaal de gegevens van aanslagen, kennisgevingen en beschikkingen die de Belastingdienst op papier naar de klant stuurt. De klant moet de adviseur echter (opnieuw) machtigen om deze SBA’s te kunnen ontvangen. Bestaande machtigingen voor EKA’s worden door de Belastingdienst niet automatisch omgezet in machtigingen voor SBA's. De adviseur stuurt, nadat hij zijn klant hierover heeft geïnformeerd, met zijn software een machtigingsaanvraag in, ondertekent met het PKIoverheid services servercertificaat. In zijn aanvraag moet hij aangeven voor welke belasting en welk aangiftejaar hij een machtiging SBA aanvraagt. Logius, de dienst digitale overheid, onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, neemt de aanvraag meteen op in zijn machtigingenregister. In dit register houdt Logius ook bij welke machtigingsaanvragen door klanten zijn goedgekeurd en welke machtigingen zijn ingetrokken. Vervolgens ontvangt de klant van de Belastingdienst een brief over de machtigingsaanvraag van de adviseur. Een machtiging SBA geldt voor digitale berichten over één soort belasting en één aangiftejaar, bijvoorbeeld de inkomstenbelasting 2013. De klant moet dan ook voor elke soort belasting, per aangiftejaar beslissen of hij akkoord gaat met de machtiging. Gaat de klant akkoord, dan hoeft hij niets te doen. Logius activeert de SBA-machtiging automatisch na negentien kalenderdagen. Zodra de machtigingsaanvraag in dit register is geactiveerd, kan de adviseur met zijn software de SBA's ophalen. Aandachtspunt hierbij is dat, als de klant het adres van de adviseur als postadres heeft opgegeven, de brief over de machtigingsaanvraag voor een SBA naar de adviseur gaat. Bron: Belastingdienst 18-02-2014

Onjuiste tenaamstelling mag worden gecorrigeerd

Als de eerste aanslag voor het recht van schenking is vernietigd omdat de tenaamstelling onjuist was, mag de inspecteur opnieuw een aanslag met de juiste tenaamstelling opleggen.
Een echtpaar heeft in 1999 met hun zoon een gebruikersovereenkomst gesloten voor een woonhuis. In deze overeenkomst ligt een schenking besloten. Deze schenking is ontdekt bij een boekenonderzoek bij de onderneming van de zoon. Voor de schenking is geen aangifte gedaan. De inspecteur heeft daarom een aanslag schenkingsrecht opgelegd met als aanhef: belastingplichtige en echtgenote. Op de aanslag is één bedrag aan te betalen recht van schenking vermeld. Deze aanslag is uiteindelijk door de Hoge Raad vernietigd omdat in een geval waarin een schenking plaatsvindt aan twee of meer natuurlijke of rechtspersonen, voor het recht van schenking ieder van hen afzonderlijk als verkrijger moet worden aangemerkt voor datgene dat door die persoon wordt verkregen. Het is niet toegestaan de verkrijgingen in één aanslag aan hen gezamenlijk op te leggen. De inspecteur heeft in januari 2011 voor de schenking opnieuw aanslagen voor het recht van schenking opgelegd, maar nu afzonderlijk aan de belastingplichtige en aan zijn echtgenote. Vraag is nu of de inspecteur de aanslagen mocht opleggen nadat de aanslag voor dezelfde schenking eerder is vernietigd. Hof Arnhem en ook de Hoge Raad vinden dat de inspecteur de aanslagen terecht heeft opgelegd. De eerste aanslag was ten onrechte aan de groep gezamenlijke verkrijgers opgelegd en niet aan de belastingplichtige. Ook het argument dat de aanslagen buiten de termijn zijn opgelegd slaagt niet. Als geen aangifte is ingediend, gaat volgens de AWR de termijn voor het opleggen van een aanslag pas lopen nadat de akte van overlijden van de schenker of begiftigde is ingeschreven bij de burgerlijke stand. Bron: HR 21-02-2014

Inspectiegegevens worden openbaar

De Inspectie SZW gaat de inspectiegegevens van individuele bedrijven stapsgewijs meer openbaar maken. Doel hiervan is om volledige en betrouwbare informatie over controles te bieden. In eerste instantie zal het gaan om overtredingen waar milieu-informatie een rol speelt, maar in de toekomst wil men overtreders van bijvoorbeeld de Wet arbeid vreemdelingen, de Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag of de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs met naam en toenaam bekend maken.
In een brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat het in eerste instantie zal gaan om bedrijven die de asbestregels overtreden en gegevens over controles bij bedrijven die vallen onder het Besluit Risico Zware Ongevallen (BRZO). Bij BRZO gaat het om ondernemingen die werken met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. In beide gevallen gaat het om milieu-informatie waarvoor de Wet openbaarheid van bestuur een ruimer openbaarmakingregime kent dan voor overige (inspectie-)informatie. De Inspectie SZW verwacht in het tweede kwartaal van 2014 te beginnen met het openbaar maken van deze gegevens. Daarnaast wil Asscher in de toekomst ook bedrijven die zich bijvoorbeeld schuldig maken aan onderbetaling of illegale tewerkstelling met naam en toenaam bekend maken. Dit soort gegevens werden doorgaans door de Inspectie SZW geanonimiseerd en op geaggregeerd niveau bekend gemaakt. Om ook op dit gebied ‘naming and shaming’ mogelijk te maken, is een specifieke wettelijke basis noodzakelijk. Asscher wil dit meenemen in het wetsvoorstel voor de aanpak van schijnconstructies dat in de loop van 2014 aan de Tweede Kamer wordt aangeboden. Bron: Min SZW 21-02-2014

© lArcade 2020