Inloggen

RC-schuld niet verrekenen met pensioenaanspraak

Een dga wil zijn rekening-courantschuld aan de holding wegstrepen tegen zijn pensioenaanspraak. Volgens de inspecteur en de rechtbank was hier sprake van het afkopen of vervreemden van de pensioenaanspraak, met alle gevolgen van dien.
Een dga heeft een holding met op de balans een pensioenvoorziening van € 51.546 per 21 december 2012. De eerste balansboekingen dateren uit 2006. Daarnaast heeft de holding een (rekening-courant) vordering op de dga. Op 21 december 2012 bedroeg die vordering € 264.020. De algemene vergadering van aandeelhouders (ava) van de holding heeft op 21 december 2012 bepaald dat de vordering van de vennootschap op de dga ten laste van het resultaat wordt afgeboekt en dat de pensioenverplichting ten gunste van het resultaat wordt geboekt. De inspecteur corrigeert de aangifte inkomstenbelasting met € 80.438 aan waarde pensioenaanspraak. Over het bedrag van de correctie is 20% revisierente berekend. De dga stelt zich primair op het standpunt dat er geen rechtmatige pensioenvoorziening is afgesloten, omdat er geen pensioenbrief of -overeenkomst is gevonden. Subsidiair stelt de dga dat de pensioenaanspraken niet belast zijn, omdat er aan het afzien van deze aanspraken geen financiële transactie ten grondslag ligt en er geen voordeel is genoten. Niet in geschil is dat de holding in de jaren 2006 tot en met 2011 bedragen ten behoeve van een pensioenvoorziening heeft gedoteerd. De rechtbank meent dat het – gelet op de positie van de dga in de holding – niet anders kan zijn dan dat deze voorziening is getroffen teneinde voor de dga een pensioenvoorziening te treffen. De dga had derhalve eind 2012 een aanspraak ingevolge een pensioenregeling op de holding. Dat er geen formele overeenkomst of pensioenbrief is aangetroffen, maakt dit niet anders. Bij de ontbinding van de holding is de pensioenaanspraak van de dga verrekend met zijn schuld in rekening-courant aan de holding. Gelet hierop is naar het oordeel van de rechtbank sprake van het afkopen of vervreemden van de pensioenaanspraak. De inspecteur heeft dan ook terecht de pensioenaanspraak van de dga aangemerkt als loon uit vroegere arbeid in het jaar 2012. De stelling dat aan het afzien van deze aanspraken geen financiële transactie ten grondslag ligt en er geen voordeel is genoten miskent de feitelijke gang van zaken. Naast het afkopen van de pensioenaanspraak is immers ook de schuld aan de holding afgeboekt. Bron: Rb. Den Haag 12-10-2016

Bijtellling terecht, vergrijpboete niet

Een bv die aan zijn dga drie auto’s ter beschikking stelde en slechts voor een bijtelling in aanmerking nam, kreeg volgens Hof Arnhem-Leeuwarden terecht een naheffingsaanslag opgelegd. De opgelegde vergrijpboete was echter niet terecht.
Een bv is eigenaar van een BMW die zij aan haar dga ter beschikking heeft gesteld. Voor deze auto is een bijtelling privégebruik in aanmerking genomen. De bv is echter ook nog eigenaar van twee Audi’s. Deze zijn – naast de BMW – ook aan de dga ter beschikking gesteld. Voor deze auto’s is geen bijtelling voor privégebruik in aanmerking genomen. Volgens de inspecteur ten onrechte. Daarom heeft hij een naheffingsaanslag met vergrijpboete aan de bv opgelegd. De rechtbank heeft de naheffingsaanslag in stand gelaten, maar de vergrijpboete vernietigd. Ook Hof Arnhem-Leeuwarden is het daarmee eens. Volgens het hof heeft de bv niet overtuigend aangetoond dat op jaarbasis minder dan 500 km in privé is gereden met de Audi’s. De door de bv geregistreerde ritten zijn gebaseerd op door de dga geschatte afstanden dan wel op met de routeplanner berekende afstanden en niet op primaire gegevens, zoals de kilometerstanden in de auto. Voorts heeft de inspecteur een aantal hiaten in de registraties opgemerkt, waarvoor geen afdoende verklaring is gegeven. De vergrijpboete is echter ten onrechte opgelegd, omdat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de dga grofschuldig heeft nagelaten een adequate administratie van de gereden kilometers bij te houden. Weliswaar kan hem worden verweten dat zijn administratie niet op primaire gegevens is gebaseerd en dat deze hiaten vertoonde, echter hij heeft ter zitting geloofwaardig verklaard dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de voorhanden zijnde gegevens voldoende bewijs opleverden voor het achterwege laten van een bijtelling. Gelet op het samenstel van de aangeleverde gegevens mocht hij volgens het hof in die veronderstelling verkeren. Het bewijs kan immers ook op een andere wijze worden geleverd dan op de gebruikelijke wijze van een sluitende kilometeradministratie. Voorts is ter zitting komen vast te staan dat de bijtelling ter zake van een van de twee Audi’s door de inspecteur over de verkeerde periode is berekend. De bv gaat nog in cassatie tegen de uitspraak, maar dit beroep in cassatie wordt door de Hoge Raad niet ontvankelijk verklaard. Bron: HR 16-12-2016

Economisch herstel zichtbaar in cao’s

Werkgeversvereniging AWVN meldt dat het economisch herstel zichtbaar wordt in nieuwe cao’s. De in november afgesloten cao’s kennen een gemiddelde loonafspraak beduidend boven het jaargemiddelde van 1,50%. Ook worden de verschillen tussen de loonafspraken in de verschillende sectoren kleiner. Dit is volgens AWVN een teken dat het economisch herstel breder gedragen wordt.
In november kwamen 16 nieuwe cao’s tot stand. De gemiddelde afgesproken loonstijging in die cao’s is 1,74%. Kanttekening hierbij is wel dat de novemberafspraken gezien het beperkte aantal een enigszins vertekend beeld kunnen geven en dat maandgemiddelden kunnen fluctueren. In 2016 verlopen in totaal 445 cao’s. Tot en met oktober zijn 313 daarvan – 70% – al vernieuwd. Procentueel is dat evenveel als in vorige jaren. Het bijna afgelopen cao-seizoen is tot dusver zonder noemenswaardige problemen verlopen. Het aantal conflicten en het aantal stakingsdagen blijft laag. Bron: AWVN 13-12-2016

Overbruggingsregeling transitievergoeding – herkansing bij kantonrechter

Wijst het UWV een verzoek om toepassing van de Overbruggingsregeling kleine werkgevers af, omdat niet alle vereiste documentatie was overgelegd. Wellicht heeft een herkansing bij de kantonrechter succes. Deze toetst immers aan de zelfde voorwaarden.
De Overbruggingsregeling houdt in, dat in geval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische omstandigheden, een werkgever met 25 werknemers of minder bij de berekening van de transitievergoeding voor wat betreft de duur van de arbeidsovereenkomst de maanden die gelegen zijn vóór 1 mei 2013 buiten beschouwing kan laten. Daarbij gelden drie voorwaarden: het netto resultaat van de onderneming van de werkgever over het boekjaar en de twee daaraan voorafgaande boekjaren is kleiner geweest dan nul; de waarde van het eigen vermogen van de onderneming van de werkgever was negatief en de waarde van de vlottende activa kleiner is dan de schulden met een resterende looptijd van ten hoogste één jaar. De arbeidsovereenkomst met een werknemer wordt per met inachtneming van de opzegtermijn opgezegd tegen 1 juni 2016. Daarbij is een transitievergoeding van € 3.404,60 bruto betaald, berekend volgens de Overbruggingsregeling. Voor toepassing van de Overbruggingsregeling heeft het UWV echter geen verklaring afgegeven, omdat niet aan de hand van de stukken – een jaarrekening ontbrak – kon worden getoetst of de werkgever aan alle voorwaarden voldoet. Bij de kantonrechter stelt de werknemer dat de werkgever niet voldoet aan de gestelde voorwaarden om onder het toepassingsbereik van de Overbruggingsregeling te vallen. De kantonrechter toets echter aan dezelfde voorwaarden als waaraan het UWV de aanvraag om toepassing van de Overbruggingsregeling heeft getoetst. Daarbij neemt de kantonrechter als uitgangspunt dat deze toets een volle toets dient te zijn. Omdat ter zitting wel alle stukken ter beschikking zijn, kan de kantonrechter concluderen dat de werkgever voldoet aan alle eisen voor toepassing van de Overbruggingsregeling. De werknemer doet nog een beroep op goed werkgeverschap, maar ook daarin gaat de kantonrechter niet mee. Het is aan werknemer om feiten en omstandigheden te stellen die nopen tot het oordeel dat juist in zijn geval toepassing van de Overbruggingsregeling leidt tot een voor hem onaanvaardbare situatie. Bron: Rb. Limburg 14-11-2016

Personenvennootschappen toch weer op de schop?

Het kabinet komt met een wetsvoorstel waarin het recente advies over de regels voor personenvennootschappen zal worden overgenomen. Dat meldt minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie in zijn brief Voortgang modernisering ondernemingsrecht aan de Tweede Kamer.
Het gaat om de VOF, CV en de maatschap. Het juridische kader voor deze bedrijven stamt uit 1838. Eerdere pogingen om tot aanpassing te komen, liepen spaak. Een commissie van deskundigen onder leiding van prof. Van Olffen heeft het kabinet onlangs ongevraagd geadviseerd hoe het anders moet. ‘Het feit dat een breed samengestelde werkgroep op eigen initiatief enkele jaren werkt aan een aanzet voor een nieuwe regeling, illustreert de in de praktijk gevoelde urgentie om tot een moderne regeling voor personenvennootschappen te komen’ schrijft de minister. ‘De fundamentele keuze van de werkgroep om de bestaande soorten personenvennootschappen te handhaven en rechtspersoonlijkheid te verkrijgen na inschrijving in het Handelsregister, onderschrijf ik’ zo laat hij de Kamer weten. Ook de regels voor de NV moeten ‘eenvoudiger en flexibeler’ worden. Van der Steur noemt de versoepeling van besluitvorming buiten vergadering als voorbeeld. Daarnaast wordt bekeken of er behoefte is aan een wijziging van de rechten van certificaathouders, aan stem- en winstrechtloze aandelen en een kortere oproepingstermijn van de algemene vergadering van aandeelhouders. Naar aanleiding van de ontwikkeling dat meer beursvennootschappen een controlerende aandeelhouder hebben, wordt tevens bezien of minderheidsaandeelhouders voldoende beschermd zijn. Verder wil het kabinet voorkomen dat houders van aandelen aan toonder in Nederlandse NV’s hun identiteit geheim kunnen houden. Dit moet misbruik, belastingontduiking en witwassen tegengaan. De huidige regeling om koerswinst van bestuurders af te romen bij een overname is te ingewikkeld en niet effectief genoeg, zo blijkt uit de evaluatie. Daarom gaat het kabinet de maatregel aanpassen. Denkbaar is de raad van commissarissen van NV’s meer ruimte te geven de bezoldiging van een bestuurder aan te passen na belangrijke besluiten als een overname, ongeacht de plaats van de beursnotering. Tot slot overweegt het kabinet met een regeling te komen voor nationale en grensoverschrijdende omzetting van rechtspersonen. Dit om beter te kunnen inspelen op veranderende omstandigheden bij ondernemers. Zo kan een ondernemer beginnen met een eigen BV en later fuseren met een BV van een andere ondernemer. Ook grotere bedrijven hebben regelmatig behoefte aan herstructurering. Doel van het kabinet is om deze veranderingen zo goed mogelijk te faciliteren. Bron: Rijksoverheid.nl 9-12-2016

© lArcade 2020