Inloggen

Cao-overleg Horeca weer gestrand

De onderhandelingen tussen FNV Horeca, CNV Vakmensen en KHN voor een nieuwe cao in de horeca op maandag 30 oktober 2017 zijn gestrand. De uitgangspunten bleken op verschillende onderwerpen, waaronder de loonontwikkeling, toch te ver uiteen te liggen om een tot gezamenlijk resultaat te komen. De partijen kwamen tot de conclusie dat verder overleg dan ook geen zin heeft.
KHN kijkt nu naar de mogelijkheden om met een partij te onderhandelen om alsnog het huidige KHN-model Arbeidsvoorwaardenreglement (AVR) om te zetten naar een horeca-cao, waarin dan een regeling is opgenomen voor seizoenswerk, invalwerk en een aanpassing van de lonen. Bij andere cao's, o.a. schilders en Fashion, Sport & Lifestyle zijn in de afgelopen jaren ook cao's tot stand gekomen zonder (aanvankelijk) de steun van de grotere bonden. Bij die cao's schoven kleine bonden als LBV of Altenatief voor vakbond aan tafel om een cao af te sluiten. Bij de cao voor Fashion, Sport & Lifestyle sloten later aan werknemerszijde de Unie en CNV Vakmensen aan. Bron: KHN, 30 oktober 2017

Meer R&D-uitgaven

Vorig jaar hebben bedrijven, instellingen en hoger onderwijs bijna 14,3 miljard euro uitgegeven aan eigen onderzoek en ontwikkeling. De R&D-uitgaven nog niet eerder zo omvangrijk. Noord-Brabant is koploper qua private R&D-uitgaven. Ook besteden Nederlandse bedrijven steeds meer R&D uit in het buitenland.
In 2016 zijn de uitgaven van bedrijven, instellingen en het hoger onderwijs aan (eigen) R&D met ruim 4% gegroeid. Vooral bedrijven spendeerden meer aan R&D. Deze uitgaven namen ten opzichte van 2015 met 462 miljoen toe en kwamen uit op 8,1 miljard euro. Ook instellingen en het hoger onderwijs gaven meer uit aan R&D. Deze groei (2%) was bescheidener. Ook het aantal arbeidsjaren dat met R&D is gemoeid nam toe naar 133.000 arbeidsjaren (+3%). In 2016 werd 2,03% van het bruto binnenlands product besteed aan R&D-activiteiten. Dit is evenveel als in 2015 en 2014 (beide jaren 2%), maar hoger dan in de jaren daarvoor (1,9%). De ambitie van het kabinet is een R&D-intensiteit van 2,5% van het bruto binnenlands product. Met een R&D-intensiteit van 2% scoort Nederland rond het Europees gemiddelde. Bedrijven kunnen hun productieproces opknippen en delen daarvan elders in de wereld opzetten. Dit gebeurt ook met de kennisintensieve delen van het proces of zelfs met een hele R&D-afdeling. De R&D-uitgaven van Nederland in het buitenland zijn tussen 2014 en 2016 met bijna een derde toegenomen, van bijna 1,5 miljard euro in 2014 naar 2,2 miljard euro in 2016. Bedrijven nemen daarvan het merendeel voor hun rekening. Omgekeerd ontvangt Nederland ook steeds meer R&D-gelden uit het buitenland. In 2014 ging het om 1,7 miljard euro, in 2016 2,2 miljard euro. Daarmee is ongeveer een zesde van de totale R&D-uitgaven in Nederland vanuit het buitenland gefinancierd. Er is een duidelijk verschil tussen de R&D-bestedingen in het buitenland van het bedrijfsleven enerzijds en instellingen en hoger onderwijs anderzijds. Nederlandse bedrijven besteden netto fors meer R&D uit in het buitenland, terwijl Nederlandse instellingen en hoger onderwijs netto-ontvanger zijn van R&D-gelden uit het buitenland. Circa 30 procent van de private R&D-uitgaven komt voor rekening van bedrijven in Noord-Brabant, met name in de regio rond Eindhoven. Samen met Zuid-Holland zijn bedrijven in deze twee provincies goed voor bijna de helft van de private uitgaven aan R&D. Noord-Holland staat op de derde plek. Bron: CBS 27-10-2017

Uitkering uit ongevallenverzekering belast bij weduwe

Volgens Rechtbank Den Haag was de uitkering uit een ongevallenverzekering die een vrouw ontving na het overlijden van haar man terecht bij haar belast is. Haar beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt.
Een man komt bij een ongeval om het leven. Vervolgens is uit een ongevallenverzekering aan zijn weduwe een uitkering gedaan. De inspecteur rekende die uitkering tot het belastbare inkomen van de vrouw voor de IB/PVV 2013. Volgens de vrouw is dit niet terecht. In de beroepsprocedure stelt zij met een beroep op het gelijkheidsbeginsel dat de uitkering bij haar onbelast moest blijven omdat indien aan een overlevende van het ongeval het bedrag was uitgekeerd die uitkering ook onbelast was gebleven. Volgens Rechtbank Den Haag slaagt het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet aangezien geen sprake is van gelijke gevallen. Daarbij overweegt de rechtbank nog dat zelfs indien wel sprake zou zijn van gelijke gevallen een beroep op het gelijkheidsbeginsel alsnog niet kan slagen. Het is de rechtbank namelijk niet gebleken van begunstigend beleid of een oogmerk van begunstiging en evenmin van een situatie dat in de meerderheid van gelijke gevallen anders is gehandeld dan in het geval van de vrouw. Bron: Rb. Den Haag 17-07-2017 (publ.13-10)

Eigen parkeervergunning geldt niet voor huurauto

Een Amsterdammer gebruikt de parkeervergunning voor zijn eigen auto voor een huurauto en krijgt een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Volgens hem niet terecht. Tot aan de Hoge Raad probeert hij vergeefs zijn gelijk te krijgen.
Gemeente Amsterdam heeft aan een man naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd gedurende de periode dat de man tijdelijk gebruik maakte van een huurauto. De man was het hier niet mee eens omdat hij beschikte over en gebruik maakte van een parkeervergunning voor zijn eigen auto en hij had geparkeerd in een straat waar die parkeervergunning geldig was. Hof Amsterdam oordeelde dat de naheffingsaanslagen terecht door de gemeente zijn opgelegd, omdat de man niet voldeed aan de voorwaarden voor tijdelijke omzetting van de parkeervergunning. Hij heeft zodoende dus geparkeerd zonder een geldige parkeervergunning, zodat hij voor het parkeren betaaldparkerenbelasting was verschuldigd. Dat de regels over de verschuldigdheid van deze vorm van parkeerbelasting niet voldoende duidelijk zouden zijn, werd door het hof verworpen. De man werd door het hof in het ongelijk gesteld, waarna hij beroep in cassatie instelde en daarbij een klacht heeft aangevoerd. De Hoge Raad maakt er echter weinig woorden aan vuil en doet de zaak als een art. 81 Wet RO-zaak af. Bron: HR 22-09-2017

Onderhandelingsresultaat cao Supermarkten: erbij-, tussen- en loopbaners

De partijen bij de cao Supermarkten zijn onlangs tot een onderhandelingsresultaat gekomen voor de nieuwe cao. De afspraken betreffen een tweejarige cao met een looptijd tot en met maart 2019.
Naast de loonsverhoging - per 1 november 2017 1%, 1 maart 2018 nogmaals 1% en 1 maart 2019 1,5% - is een belangrijke afspraak in de cao het onderscheid dat zal worden gemaakt tussen de medewerkers met een verschillend loopbaanperspectief. Onderscheid wordt gemaakt tussen erbij-baners, tussenbaners en loopbaners. De erbij-baners doen het werk in de supermarkt erbij, naast bijvoorbeeld een studie. Het betreft banen van maximaal 12 uur per week. Hun loopbaan perspectief ligt buiten de supermarkt. Zij hebben dan ook geen belang bij een persoonlijk ontwikkelingsbudget. Voor hen komt de mogelijkheid dit uit te betalen volgens het all-in uurloon principe. Tussenbaners hebben doorgaans een contract voor bepaalde tijd met een looptijd van 4 jaar en werken doorgaans ook meer dan 12 uur per week. De loopbaners hebben een loopbaanperspectief binnen de supermarkten, en een arbeidsomvang van meer dan 12 uur per week. Vanaf 1 januari 2018 zullen de laatste twee groepen, de tussenbaners en loopbaners, de beschikking krijgen over een maandelijks op te bouwen persoonlijk ontwikkelingsbudget (€ 175 per jaar) dat buiten de onderneming op een individuele leerrekening van de werknemer wordt geplaatst. Dit budget moet aangewend worden voor het versterken van de toekomstige arbeidsmarktpositie. Bron: CNV Vakmensen 26-10-2017

© lArcade 2019