Inloggen

Gebruikelijk loon kan hoger zijn dan opbrengst bv

Volgens Hof Amsterdam kan in bepaalde gevallen het gebruikelijk loon van de dga de omzet van zijn bv overtreffen.
Een vrouw is dga van een Limited (Ltd) die onder meer zorg verleent aan particulieren. Haar echtgenoot verricht werkzaamheden voor de Ltd. De Ltd betaalt de echtgenoot een loon uit van € 18.600 voor de genoemde werkzaamheden. Volgens de inspecteur moet het gebruikelijk loon over 2015 minstens het standaardbedrag van € 44.000 (bedrag 2015) zijn. Hij corrigeert daarom het fiscale loon van de echtgenoot van de dga. De Ltd gaat in bezwaar en beroep tegen de correctie. Zij wijst erop dat haar omzet over 2015 slechts € 22.000 bedraagt. Zij kan het hof er niet van overtuigen dat dit bedrag aan omzet echt klopt. Bovendien stelt het hof dat ook als de omzet inderdaad maar € 22.000 bedraagt, dat niet bewijst dat voor de meest vergelijkbare dienstbetrekking een lager loon gebruikelijk is dan € 44.000. De Belastingdienst heeft daarom volgens het hof terecht het fiscale loon gecorrigeerd. Bron: Hof Amsterdam 28-01-2020

Greetz valt onder werkingssfeer Bpf Detailhandel

Via de website Greetz.nl kunnen particulieren een (door de medewerkers van Greetz gepersonaliseerde) wenskaart en/of cadeau bestellen en laten thuisbezorgen bij de door hem/haar gekozen geadresseerde. Greetz wil echter niet deelnemen aan het Pensioenfonds Detailhandel en vordert voor recht te verklaren dat zij niet onder de werkingssfeer valt.
De Rechtbank Amsterdam stelt vast dat uit de werkingssfeerbepaling van het verplichtstellingsbesluit volgt, dat het besluit toepasselijk is op (1) de werknemer die in dienstbetrekking staat tot een natuurlijk of rechtspersoon die (2) het bedrijf van het kopen en aan particulieren in een winkel verkopen van waren voert, tenzij (3) de detailhandel in de onderneming in loonbedrag overtroffen wordt door het loonbedrag in verband met andere in die onderneming plaatsvindende bedrijvigheid. De werkingssfeerbepaling is ruim geformuleerd en daarmee heeft de verplichtstelling in beginsel een groot bereik. Dit betekent volgens de rechtbank dat ook nieuwe initiatieven van ondernemingen, zoals het verkopen van waren via een website, onder het bereik van de verplichtstelling kunnen vallen. De omstandigheid dat Greetz de door haar ingekochte producten bewerkt door deze te personaliseren, maakt niet zonder meer dat haar kernactiviteit niet het verkopen van waren is. Voort mag een beroep van Greetz op de uitzondering sub 3 (‘andere bedrijvigheid’) niet baten. Een ‘andere bedrijvigheid’ betreft niet alle werkzaamheden van werknemers die ‘fysiek’ geen detailhandel bedrijven, maar alleen die werkzaamheden die ten gunste van andere bedrijvigheid dan detailhandel aan de onderneming bijdragen. Alle faciliterende en ondersteunende handeling van medewerkers vallen derhalve onder de werkingssfeer. Ook de administratieve en HR-werkzaamheden dienen in ieder geval deels te worden toegerekend aan de bedrijfsvoering in hoofdzaak, te weten detailhandel. Bron: Rb. Amsterdam 23-12-2019

Specifiek type auto moet in gebruikte koerslijst staan

Voor de berekening van BPM over een gebruikte auto mag men in beginsel uitgaan van een veelgebruikte koerslijst. Maar stel dat deze koerslijst niet het desbetreffende type auto noemt. In dat geval mag de inspecteur de BPM berekenen met behulp van een koerslijst die wel het juiste type auto vermeldt.
Een man laat een Skoda, type Octavia Combi 2.0 TDi, uitvoering RS registreren. Omdat het een gebruikte auto betreft, wil hij het bedrag van de afschrijving berekenen zodat hij minder BPM hoeft te betalen. Voor deze berekening gebruikt hij de handelsinkoopwaarde van de Skoda in de koerslijst XRAY bv. In deze lijst is echter de uitvoering RS niet opgenomen. In plaats daarvan werkt de man met de waarde van de uitvoering Elegance. De Belastingdienst stelt vast dat de koerslijsten van Autotelexpro en Eurotaxglass’s wel de handelsinkoopwaarde van de RS melden. De inspecteur stelt dat hij met behulp van deze lijsten een betere BPM-grondslag kan berekenen. Het geschil tussen de man en de fiscus belandt voor de Hoge Raad. De Hoge Raad neemt als uitgangspunt dat fiscus niet meer BPM mag heffen over een in het buitenland gebruikte auto dan over een vergelijkbare in Nederland gebruikte auto. Dit is mede de reden dat belastingplichtigen bij de berekening van de BPM mogen werken met koerslijsten die men in de handel algemeen toepast. Maar deze regel sluit niet uit dat de inspecteur de handelsinkoopwaarde van de auto corrigeert als hij over een betere waarde beschikt. In de desbetreffende zaak leidt het gebruik van andere koerslijsten tot een meer nauwkeurige waarde. De Belastingdienst heeft daarom terecht de BPM-aangifte gecorrigeerd, aldus de Hoge Raad. Bron: HR 21-02-2020

Werkloosheid gedaald naar 3,0%

De werkloosheid is in januari gedaald naar 3%, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. Sinds de start van de registratie van maandcijfers in 2003 is het cijfer niet zo laag geweest.
Het aantal werklozen is voor het eerst sinds 2003 onder 300.000 gedaald. Vorige maand waren er 284.000 werklozen. 4,0 miljoen mensen hadden in januari 2020 om uiteenlopende redenen geen betaald werk. Naast werklozen ging het om 3,7 miljoen mensen die niet recent hebben gezocht en/of niet direct voor werk beschikbaar waren. Zij worden niet tot de beroepsbevolking gerekend. Hun aantal is in de laatste drie maanden gelijk gebleven. Het UWV verstrekte eind januari WW-uitkeringen aan 241.000 mensen. Dat waren er 37.600 minder dan een jaar eerder. Vergeleken met december nam het aantal WW-uitkeringen met 8,1 procent toe. Een toename van het aantal WW-uitkeringen in januari is een jaarlijks terugkerend seizoenspatroon. Bron: UWV.nl , 20-02-2020

Geen begunstigend beleid voor letselschadevergoedingen

Iemand die recht heeft op een aanspraak waarvan de omvang of waarde nog niet vaststaat, hoeft de geschatte waarde niet tot de vermogensrendementsgrondslag te rekenen. Is de uitkering ontvangen, dan behoort die waarde wel tot de grondslag voor box 3.
In 2001 is een vrouw slachtoffer van een gasexplosie. Uiteindelijk ontvangt de vrouw in de loop van 2013 de uitkering van haar verzekeringsmaatschappij. In geschil bij Hof Amsterdam is of de ontvangen uitkering niet tot box 3 behoort. De vrouw is van oordeel dat de schadevergoeding niet belast is voor box 3. Zij verwijst voor haar standpunt naar een besluit. In dit besluit staan bepaalde rampen, waarvoor volgens de vrouw een ontvangen vergoeding buiten de belastingheffing blijft. De vrouw vindt dat zij in een soortgelijke situatie bevindt. Daarom moet de schadevergoeding buiten de heffing blijven. Daar komt bij dat volgens de vrouw voor de slachtoffers van de vuurwerk ramp in Enschede en de nieuwjaarsbrand in Volendam begunstigend beleid is geweest. Het hof oordeelt dat hij beleidsbesluiten niet kan aanpassen. Dat geldt ook voor de inspecteur. Voorts is het hof van oordeel dat van schending van het gelijkheidsbeginsel geen sprake is. De inspecteur verklaarde voor het hof dat uitsluitend aanspraken op nog te ontvangen schadevergoedingen zijn uitgezonderd voor belastingheffing in box 3. Van deze aanspraken staat de omvang of waarde nog niet vast. Dit is een begunstiging. In principe is een aanspraak op een vergoeding belast in box 3. De vrouw heeft overigens de aanspraak nooit tot haar box 3-inkomen gerekend. Daarom is volgens het hof het begunstigend beleid ook op haar van toepassing geweest. De vrouw heeft tegenover de weerlegging door de inspecteur niet kunnen aantonen dat bij andere slachtoffers van ongevallen of rampen, de ontvangen uitkering niet in box 3 is belast. Evenmin heeft de vrouw aangetoond dat de Belastingdienst haar anderszins ongunstiger heeft behandeld dan andere slachtoffers van rampen of ongevallen. Bron: Hof Amsterdam 21-1-2020

© lArcade 2020