Inloggen

Ander nieuws

Vordering reistijdvergoeding toegewezen

Een man vindt dat hij, tijdens de tijd dat hij werd uitgezonden door een uitzendbureau, op basis van de cao recht heeft op reistijdvergoeding. Nadat hij door het uitzendbureau niet meer ter beschikking wordt gesteld, probeert hij via de rechter de vergoeding af te dwingen.
Centraal staat het geschil over de toewijzing van de transitievergoeding en diverse vergoedingen op grond van de cao. Op 24 juni 2019 is de man in dienst getreden bij uitzender O&A. Op de uitzendovereenkomst is de NBBU-cao van toepassing verklaard. Vanaf 24 juni 2019 werd de man aan BAM ter beschikking gesteld in de functie van elektromonteur. Voor het verrichten van zijn werkzaamheden heeft O&A een auto aan de elektromonteur ter beschikking gesteld. Doordat de elektromonteur bij BAM werkzaam was, is ook de cao metaal en techniek van toepassing. Nadat de elektromonteur vrij onverwacht niet meer door uitlener ter beschikking wordt gesteld, vordert de elektromonteur o.a. transitievergoeding, reiskostenvergoeding, vergoeding wegens niet aanzeggen, wettelijke verhoging. De vordering voor de reiskostenvergoeding baseert de elektromonteur op de NBBU-cao waarin is bepaald dat de uitzendkracht recht heeft op de inlenersbeloning (waaronder de reistijdvergoeding) die gelijk is aan de beloning van een elektromonteur, werkzaam bij de opdrachtgever (BAM). In de Cao Metaal en Techniek is bepaald dat een elektromonteur recht heeft op een reistijdvergoeding voor uren die buiten het dienstrooster vallen. De elektromonteur heeft gedurende de periode van 24 juni 2019 tot en met 20 februari 2020 op vier locaties van BAM gewerkt. Het betreft: Cabot Botlek, Rotterdamsebaan, Heineken Zoeterwoude en TATA Steel Velsen-Noord. De kantonrechter oordeelt dat niet is gebleken dat de reistijdvergoeding in het salaris van de elektromonteur is inbegrepen. Op grond van zowel de oude NBBU cao als de recente cao én de Cao Metaal en Techniek heeft de elektromonteur recht op een reistijdvergoeding. Dat de elektromonteur (structureel) eerder naar huis zou zijn gestuurd in de periode dat hij bij Tata Steel werkte en die reistijd van de elektromonteur werd aangemerkt en uitbetaald als werktijd is op geen enkele manier onderbouwd en O&A heeft daarvan ook geen bewijs aangeboden. De vordering van het brutobedrag van € 4.010,83 aan vergoeding voor reisuren wordt toegewezen. Bron: Ktr. Rotterdam 13-10-2020

« Terug naar nieuwsoverzicht
© lArcade 2020