Inloggen

Verkoper deelneming mag kwijtscheldingsverlies niet aftrekken

Als een holding-bv een deelneming verkoopt en de koper van deze deelneming verstrekt een lening die verband houdt met de verkoop, mag de holding een verlies uit een eventuele latere kwijtschelding niet aftrekken. Zo’n kwijtscheldingsverlies valt namelijk onder de deelnemingsvrijstelling.
Het ging in deze zaak om een holding die haar 100%-belang in een tussenholding had verkocht aan een andere bv, waarbij de holding zelf 10% van de aandelen in die bv kocht. De verkoopprijs van de aandelen in de tussenholding werd verrekend met de koopprijs van de aandelen in de bv. Voor het resterende deel van de verkoopprijs verstrekte de verkopende holding een achtergestelde lening aan de kopende bv. Toen later een geschil ontstond tussen de holding en de bv over garanties die de holding niet zou zijn nagekomen, kwamen beide partijen uiteindelijk tot een schikking. Hierbij schold de holding (de verkoper) de schuld van de bv (de koper) kwijt, waarna de holding dit kwijtscheldingsverlies wilde aftrekken omdat zij als een zakelijke crediteur zou hebben gehandeld. Rechtbank Noord-Holland bepaalde echter dat het verlies niet aftrekbaar was. Want omdat de lening was verstrekt in samenhang met de verkoop van de deelneming, vormde de kwijtschelding een aanpassing van de verkoopprijs van de deelneming. Hierop was de deelnemingsvrijstelling van toepassing, zodat het afwaarderingsverlies niet aftrekbaar was. Bron: Rb. Noord-Holland, 26-11-2018

Lening voor ondernemingsactiviteiten is geen privélening

Als een ondernemer een lening krijgt aangeboden die hij mede kan gebruiken om zijn verplichtingen volgens een zakelijke overeenkomst na te komen, behoort deze lening tot het verplichte ondernemingsvermogen.
In deze zaak was de belastingplichtige een specialist op het gebied van complexe projectfinancieringen. Een Limited (Ltd.) benaderde deze man om veelbelovende investeringsprojecten voor haar te vinden en te realiseren. Zij sloten een overeenkomst, waarin onder meer stond dat de man een commissie zou ontvangen als vergoeding voor zijn activiteiten. En om zijn verplichtingen op grond van de overeenkomst te kunnen uitvoeren, verstrekte de Ltd. hem een lening. De aflossingen van deze lening zouden bestaan uit verrekeningen met de commissies waarop de man recht had. Toen de economische situatie verslechterde en de Ltd. hierdoor steeds minder investeringsmogelijkheden had, werd de man geïnformeerd dat de overeenkomst was komen te vervallen en dat hij was ontslagen van al zijn verplichtingen, wat onder meer betekende dat hij de lening niet meer hoefde af te lossen. Vervolgens ontstond een geschil tussen de belastingplichtige en de fiscus. Volgens de inspecteur behoorde de lening tot het verplichte ondernemingsvermogen, maar volgens de belastingplichtige ging het om een privélening. De rechtbank stelde de inspecteur in het gelijk. De lening was nadrukkelijk bedoeld om de belastingplichtige te stimuleren om zakelijke activiteiten voor de Ltd. te verrichten. En aangezien de lening uitsluitend werd afgelost door verrekening met commissies én de man de lening niet hoefde terug te betalen nadat de samenwerkingsovereenkomst was beëindigd, vond de rechtbank dat alles erop wees dat de lening tot het verplichte ondernemingsvermogen behoorde. Bron: Rb. Noord-Holland, 5-12-2018

Gelijkere beloning zzp’ers en werknemers noodzakelijk

Volgens het Internationaal monetair fonds (IMF) moeten de verschillen tussen werknemers met een vast of tijdelijk contract en zzp'ers worden verkleind. Ook zouden de lonen omhoog moeten, stelt het IMF in een rapport over Nederland.
In het rapport geeft het IMF ook aan dat het tijd is om het pensioenstelsel te hervormen, zodat ook meer zzp'ers daaraan kunnen deelnemen. De belastingregels voor werknemers en zzp'ers en de verschillen in sociale bescherming moeten volgens het IMF worden aangepakt. De loonbelasting kan nog wel iets lager, maar de huidige voorgestelde verlaging van die belasting en de verhoging van het lagere btw-tarief zijn goede eerste stappen, zei IMF-econoom Tom Dorsey in een toelichting. Tegelijkertijd mag de flexibiliteit op de arbeidsmarkt worden vergroot. Als dat laatste gebeurt, zijn bedrijven volgens hem ook eerder geneigd om de salarissen te verhogen. Ook op pensioenvlak moet het verschil tussen werknemers en zzp'ers aangepakt worden. Door het pensioenstelsel te hervormen naar een systeem met persoonlijke potten, komt er meer transparantie en minder onzekerheid. Zo'n systeem is ook aantrekkelijker voor zelfstandigen. Bron: Div. media 6-12-2018; IMF 6-12-2018

Auto is na 881 kilometer niet meer nieuw voor bpm

Een vrijwel nieuwe auto die 881 kilometer op de teller heeft staan, geldt voor de bpm als gebruikte auto, ook als hij maar kort in een buitenlands kentekenregister heeft gestaan.
Een bv kocht op 24 mei 2013 in Duitsland een Jaguar F-type. De datum van eerste toelating in Duitsland was 31 mei 2013 en op dezelfde dag werd de auto ook uitgeschreven uit het Duitse kentekenregister. In juni 2013 schreef de bv de auto in in het Nederlandse kentekenregister. Vervolgens stelde de bv zich op het standpunt dat voor de bpm sprake was van een gebruikte auto. De inspecteur ging hier niet in mee, maar het hof was het wél met de bv eens. Op het moment van de inschrijving in Nederland had de auto 881 kilometer gereden, waardoor de auto niet meer als nieuw kon worden aangemerkt. Daarnaast had de bv een goede verklaring voor het feit dat de auto slechts korte tijd stond ingeschreven in het Duitse kentekenregister. De verkoper had de auto namelijk gebruikt op een circuit om klanten hiermee kennis te laten maken en in Duitsland is voor dergelijk gebruik geen registratie nodig. Verder wees het hof erop dat de auto op de binnenlandse markt als margeauto kon worden verhandeld, ondanks het feit dat het een jong en exclusief voertuig was. Voor de bpm was daarom sprake van een gebruikte auto. Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden, 27-11-2018

In 2020 lagere collectiviteitskorting zorgverzekeraars voor werkgevers

Op Internetconsultatie.nl ligt een conceptbesluit voor wijziging van het Besluit zorgverzekering in verband met de collectiviteitskorting ter consultatie voor. Het ontwerp besluit regelt dat zorgverzekeraars voor dezelfde zorgverzekering dezelfde premie moeten vragen. Wel mogen zij een korting op de premie geven aan deelnemers van een collectiviteit, maar de hoogte van die korting wordt wettelijk gemaximeerd. Het maximale kortingspercentage zal worden verlaagd van 10% naar 5%.
Achtergrond van de aanpassing is zoals is aangegeven in de toelichting bij het ontwerpbesluit dat de huidige praktijk van collectiviteitskortingen niet werkt. Nauwelijks is er sprake van besparingen die worden gegenereerd voor de specifieke collectiviteiten. Het blijkt dat verzekeraars de zorg inkopen voor al hun verzekerden tegelijk, zonder onderscheid te maken naar collectiviteiten. In plaats van financiering door besparingen voor specifieke collectiviteiten, blijkt de collectiviteitskorting te worden gefinancierd uit een opslag op de premie. Verzekerden betalen daarmee zelf voor hun collectiviteitskorting. Als de voorgestelde aanpassing wordt ingevoerd, zullen aanbieders van collectiviteiten lopende contracten per 2020 moeten aanpassen naar een maximaal kortingspercentage van 5%. Ook zal men meer moeten doen om de korting te legitimeren door zorginhoudelijke afspraken. Voor de verzekerden verandert er naar verwachting weinig. Hoewel de korting gehalveerd wordt zal daarmee ook de opslag op de premie gehalveerd worden. Daarmee is het effect op de uiteindelijk te betalen premie naar verwachting nihil. Tot 23 december a.s. is het mogelijk te reageren op de aangekondigde wijziging. Bron: Internetconsultatie.nl 25-11-2018

© lArcade 2018