Inloggen

20% minder verpakking in supermarkt in 2025

De Nederlandse supermarkten hebben afgesproken dat er in 2025 20% minder verpakkingsmateriaal in de supermarkt ligt. De branche zet zich collectief in voor minder én duurzamere verpakkingen. Dit is onderdeel van een aantal ambitieuze doelstellingen die de branche heeft gesteld aan verpakkingen.
Om de doelstelling van 20% minder verpakkingsmateriaal te realiseren, wordt gestart met projecten met leveranciers van groenten en fruit. Binnen dit project wordt opnieuw gekeken naar verpakkingsmateriaal. De belangrijkste vraag is wat de functie is van de verpakking. Waar het mogelijk is en ook de duurzame oplossing is, zal verpakkingsmateriaal aanzienlijk verminderen. Voorop staat voor bedrijven dat een duurzame keuze gemaakt wordt. Naast een forse reductie zijn de verpakkingen die in 2025 in de supermarkten liggen voor 95% recyclebaar, bestaat het plastic verpakkingsmateriaal voor 50% uit gerecycled materiaal en is papier en karton 100% gecertificeerd. De supermarkten hebben veel aandacht voor de bewustwording bij de consument. Op alle eigen merk producten staan bijvoorbeeld weggooi- of recyclingslogo’s zodat de consument kan zien hoe hij het materiaal het beste weg kan gooien. Bron: Vakcentrum, 15-02-2019

Strafvervolging alleen bij kwaadwilligheid en zelfverrijking

Bestuurders die een bv verplichtingen laten aangaan die zij nooit kunnen voldoen en de bv vervolgens failliet laten gaan (‘ploffen’) zodat crediteuren achter het net vissen, kunnen volgens Hof Arnhem-Leeuwarden alleen strafrechtelijk worden vervolgd als er sprake is van kwaadwilligheid en zelfverrijking.
In deze zaak was een man bestuurder en enig aandeelhouder van een holding-bv met twee dochter-bv’s. Ook had hij de feitelijke leiding over één van de dochter-bv’s, die personeel uitleende aan haar zuster-bv. Deze zuster-bv betaalde vervolgens haar rekeningen niet, zodat de uitlener de loonheffingen en btw niet kon betalen. Volgens de Belastingdienst was hier sprake van een plofconstructie: de man zou bewust het risico hebben gelopen dat zijn bv’s te weinig belasting zouden afdragen. Daarom wilde de fiscus de man strafrechtelijk vervolgen. Het hof vond dat de man schuldig was aan het wanbetalersgedrag van zijn bv. Maar het hof vond ook dat de man niet strafrechtelijk moest worden vervolgd, aangezien dit volgens het hof alleen moet gebeuren om kwaadwillende belastingschuldigen aan te pakken die zich ten koste van de gemeenschap verrijken. Het hof meende dat hier geen aanwijzingen waren dat de bestuurder kwaadwillend was of zichzelf had verrijkt. Hij had weliswaar bedragen aan zijn bedrijf onttrokken, maar dit had hij gebruikt om zijn werknemers en schuldeisers te betalen en om andere belastingschulden af te lossen. Ook had de man één van zijn bedrijven verkocht om een deel van zijn belastingschuld af te lossen. Daarom ontsloeg het hof de man van alle rechtsvervolging. Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 13-2-2019

Laat arts verklaring opstellen

Als men dieetkosten in aftrek wil brengen in de aangifte IB dan moet een dieetbevestiging van een arts worden overlegd. Een door een adviseur ingevulde dieetbevestiging die daarvoor blanco door de arts is ondertekend, is niet voldoende.
Een man, die aan COPD en reuma lijdt, heeft in zijn aangifte IB 2014 € 3.065 aan specifieke zorgkosten in aftrek gebracht. De opgevoerde dieetkosten en de aftrek extra uitgaven voor kleding en beddengoed zijn door de inspecteur niet geaccepteerd waardoor de man onder de wettelijke drempel voor aftrek blijft. Bij Rechtbank Noord-Holland blijkt dat de adviseur van de man de dieetbevestiging heeft ingevuld en dat deze door zijn longarts is ondertekend. Navraag bij het ziekenhuis heeft geleerd, en dat werd ook door de man bevestigd, dat door de longarts een blanco dieetbevestiging is ondertekend. Vast staat wel dat de man onder behandeling is bij een van de longartsen. Op basis hiervan is de rechtbank van mening dat de dieetbevestiging niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Op de dieetbevestiging ontbreekt de naam van de behandelende arts en op basis van de verklaring van het ziekenhuis en ook de man zelf, is het onzeker of de arts de inhoud van de dieetbevestiging onderschrijft. Nu de man geen nadere schriftelijke onderbouwing heeft geleverd heeft de inspecteur de gevraagde aftrek voor dieetkosten terecht afgewezen. Ten aanzien van de aftrek extra uitgaven voor kleding en beddengoed heeft de man geen bewijsstukken overlegd. Ook deze aftrek is terecht afgewezen. Bron: Rb. Noord-Holland, 25-01-2019

Einde aan automatische inning overheidsvorderingen

Het kabinet wil dat nog dit jaar een einde komt aan de mogelijkheid die de Belastingdienst heeft om overheidsvorderingen te innen van mensen met problematische schulden. De fiscus kan nu nog maandelijks automatisch bedragen tot € 500 afschrijven, maar dit brengt veel mensen in de problemen.
De huidige wijze van het innen van overheidsvorderingen door de fiscus leidt er vaak toe dat mensen met schulden te weinig geld overhouden om van te leven. Staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft gezegd dat het niet mag gebeuren dat mensen door toedoen van de overheid nog dieper in de problemen komen. Daarom wil zij – samen met de staatssecretaris Snel van Financiën en minister Dekker voor Rechtsbescherming – op korte termijn een eind maken aan de huidige werkwijze. Verder wil het kabinet een einde maken aan het beslag op toeslagen, want ook dit is voor mensen met schulden een probleem. Op termijn moet de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet hierin voorzien. Maar omdat de bewindslieden willen dat de genoemde problemen al op korte termijn worden opgelost, zullen daarnaast tussenmaatregelen worden genomen. Eén van deze maatregelen is de verhoging van de beslagvrije voet bij jongeren. Momenteel is hun beslagvrije voet gebaseerd op de bijstandsnorm voor jongeren, maar deze is in een aantal situaties te laag om in het levensonderhoud te kunnen voorzien. Bron: SZW, 13-2-2019

Flexibele schil in Nederland enorm toegenomen

Het aantal flexibele werknemers is de afgelopen vijftien jaar toegenomen van 1,1 miljoen naar bijna 2 miljoen. Het aantal zzp’ers groeide van ruim 630.000 in 2003 naar 1,1 miljoen in 2018. De grootste groepen flexwerkers zijn nu de zzp’ers die eigen diensten of arbeid aanbieden (28%) en de oproepkrachten (18%).
Er zijn veel verschillende vormen van flexwerk. De Flexbarometer, opgezet door ABU, FNV en TNO, meet er negen. De cijfers van de Flexbarometer zijn afkomstig van Statline, de databank van CBS. CBS is sinds 2017 ook partner in de Flexbarometer. Flexwerkers kunnen zowel werknemers als zelfstandigen zonder personeel zijn. Werknemers worden gerekend tot de flexwerkers als ze geen vast contract hebben of een contract met variabele uren. Vaste werknemers zonder vaste uren zijn daarom flexwerkers. Werknemers met een tijdelijk contract die uitzicht hebben op een vast contract vallen ook onder de flexwerkers. Daarnaast wordt onderscheid gemaakt tussen werknemers met een kortlopend contract (tot een jaar) of een verbintenis van langere duur. Verder worden oproepkrachten en uitzendkrachten tot de flexibele werknemers gerekend. Ten slotte zijn er nog werknemers die een tijdelijk contract hebben zonder vaste uren. Bij zzp’ers wordt onderscheid gemaakt tussen degenen die eigen arbeid of diensten aanbieden en degenen die producten verkopen. In 2018 waren er ruim 3 miljoen flexwerkers (15 tot 75 jaar) in Nederland, van wie bijna 2 miljoen flexibele werknemers en bijna 1,1 miljoen zzp’ers. De meest voorkomende flexvorm is de zzp-eigen arbeid (864.000), gevolgd door de oproepkracht (539.000). De flexvormen die ten opzichte van vijftien jaar geleden naar verhouding het meest zijn toegenomen, zijn de werknemers met een vast contract zonder vaste uren, de tijdelijke werknemers zonder vaste uren en de oproepkrachten. Het aantal oproepkrachten is ruim verdubbeld. Het afgelopen jaar groeide het aantal tijdelijke werknemers met uitzicht op een vast contract het meest (12%). Er zijn verschillende beroepsgroepen waar hoofdzakelijk flexkrachten werken. In de top vijf van beroepsgroepen met de meeste oproepkrachten staan vooral beroepen waarvoor weinig opleiding is vereist, zoals keukenhulp, kassamedewerker of vakkenvuller. Ruim 70% van de keukenhulpen is flexwerker. Dit zijn vooral oproepkrachten, ruim 40% van de keukenhulpen heeft een oproepcontract. Ook achter de bar en de kassa wordt veel gebruikgemaakt van flexwerkers (respectievelijk 68% en 63%), en dan vooral van oproepkrachten. Een derde van het barpersoneel is oproepkracht, bij kassamedewerkers is dat iets minder, 3 op de 10. De zzp’er-eigen arbeid is oververtegenwoordigd in de creatieve beroepen als auteur en taalkundige en uitvoerend kunstenaar. Van de auteurs en taalkundigen is 66% zzp’er-eigen arbeid. Oproepkrachten zijn de jongste flexwerkers. De gemiddelde leeftijd is 27 jaar. Bij uitzendkrachten en tijdelijke werknemers met uitzicht op vast ligt de gemiddelde leeftijd met 37 jaar en 34 jaar een stuk hoger. Zzp’ers behoren juist vaker tot de oudere leeftijdsgroepen, 59% is 45 jaar of ouder. De zzp’er-eigen arbeid is gemiddeld 46 jaar. Bron: CBS 14-02-2019

© lArcade 2019