Inloggen

Archief

Ombouw toilet tot douche maakt van school geen woning

Het ombouwen van een toilet naar een douche maakt van een schoolgebouw nog geen woning
voor de overdrachtsbelasting.

Een man heeft een perceel met daarop een voormalige basisschool gekocht voor € 237.500,
evenals een aangrenzend perceel tuingrond voor € 13.275. Hij meent dat hij een beroep
kan doen op de startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting. De man stelt dat de
bestemming van de school is gewijzigd naar een woonbestemming. Daarbij wijst hij erop
dat een toilet is omgebouwd tot een douche. Maar zowel de Belastingdienst als Rechtbank
Zeeland-West-Brabant vindt dat deze enkele ombouw van een toilet naar een douche onvoldoende
is om de aard van de voormalige basisschool te wijzigen naar woning. Daarom mag de
man de startersvrijstelling niet toepassen. Het normale tarief van 10,4% is van toepassing.

Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 16-10-2024.

Nieuwe uitgave Handboek Loonheffingen 2024 gepubliceerd

De Belastingdienst heeft een nieuwe uitgave van het Handboek Loonheffingen 2024 gepubliceerd.

In deze tweede uitgave is een aantal wijzigingen doorgevoerd waaronder:

  • In hoofdstukken 4, 7, 9 en 11 wordt het begrip ‘werkgeversbetaling’ gebruikt. De werkgevers-
    betaling is de betaling die de werkgever van het UWV ontvangt. Dit kan daarom verwarrend
    zijn. De term ‘werkgeversbetaling’ is daarom vervangen door ‘uitkering’ of door ‘uitkering
    via een werkgeversbetaling’.

  • Naar aanleiding van het Deliveroo-arrest is het begrip ‘persoonlijk’ uit paragraaf
    1.2.1. verwijderd. Het is niet meer noodzakelijk voor het bestaan van een dienstbetrekking
    dat er persoonlijk arbeid wordt verricht.

  • In paragraaf 7.2 is verduidelijkt wat onder ‘schriftelijk’ moet worden verstaan in
    het kader van een schriftelijke arbeidsovereenkomst.

  • In paragraaf 10.1.4 is verduidelijkt dat gage van een artiest of beroepssporter niet
    meetelt als loon voor de werkkostenregeling, omdat een gage geen loon is.

  • In paragraaf 14.5.2 wordt aangegeven dat de Belastingdienst terughoudend is met het
    opleggen van een verzuimboete voor een eerdere foute of onvolledige aangifte als een
    correctiebericht voor dat tijdvak is verzonden.

  • In paragraaf 19.1.1. wordt de aandacht gevestigd op een nieuw besluit over uitzendingen
    binnen concernverband.

  • In paragraaf 22.2. is verduidelijkt dat nihilwaarderingen alleen gelden voor loon
    in natura.

  • In paragraaf 26.1.6 in de laatste alinea is verduidelijkt dat als de werkgever een
    deel van de afdrachtvermindering S&O niet regulier kan verrekenen met aangiften loonheffingen,
    de werkgever pas aan het einde van een kalenderjaar correctieberichten voor speur-
    en ontwikkelingswerk kan indienen voor aangiftetijdvakken binnen het kalenderjaar
    waarop de S&O-verklaring betrekking heeft.

  • In paragraaf 27.1.1. is in het kader van afdrachtverminderingen de tekst aangepast
    naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 24 mei 2024. Toegelicht is dat
    het recht op loonkostenvoordeel bij een overgang van een onderneming van de overdragende
    werkgever overgaat naar de overnemende werkgever.

Bron: Belastingdienst 23-10-2024.

Economisch belang ab behouden ondanks verlenen optierecht

Rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat het verlenen van een optierecht niet automatisch
betekent dat de aandeelhouder geen aanmerkelijk belang meer heeft.

Een man heeft samen met andere investeerders geïnvesteerd in een bedrijf via een geldleningsovereenkomst.
Daarbij hebben zij ook een optierecht verleend aan een andere partij. De inspecteur
heeft de verkoopopbrengst van de aandelen van de eiser aangemerkt als inkomen uit
aanmerkelijk belang. De vraag is of dat terecht is. Rechtbank Den Haag stelt dat de
man het economische belang bij de aandelen heeft behouden, ondanks het verlenen van
het optierecht. Het verlenen van een optierecht wordt wel gezien als een vervreemding
van de aandelen, maar dit tast het economische belang van de eiser niet aan. De rechtbank
concludeert dat de man een aanmerkelijk belang in de aandelen had. De verkoopopbrengst
is daarom terecht als inkomen uit aanmerkelijk belang aangemerkt.

Optiepremie is vervreemdingsvoordeel Verder bepaalt de rechtbank dat sprake is van een vervreemding als het percentage
van de optieverlening voor het tijdstip van uitoefening van de optie onder de 5% daalt.
Men moet de optiepremie dan zien als vervreemdingsvoordeel. De aandelen waarvoor een
optierecht is verleend, tellen mee voor de bepaling van een aanmerkelijk belang tot
aan de uitoefening van dat recht. Pas bij uitoefening is er sprake van een (gedeeltelijke)
vervreemding. Al met al ziet de rechtbank voldoende redenen om het beroepschrift van
de man ongegrond te verklaren.

Bron: Rb. Den Haag 23-09-2024.

Trek geen transactiekosten af van werkelijk rendement box 3

Bij de berekening van het werkelijk rendement is het verstandig als een belegger aantoont
geen transactiekosten te hebben afgetrokken.

Een man bezit in 2020 samen met zijn echtgenote aanzienlijke bank- en spaartegoeden
en effecten. In een beroepsprocedure voor rechtbank Gelderland tegen de aanslag inkomstenbelasting
over 2020 stelt de man echter dat zijn werkelijk rendement nihil is. Ter onderbouwing
van zijn stelling overlegt de man overzichten van zijn beleggingsrekeningen. Hoewel
hij op sommige effecten in 2020 een gerealiseerde of ongerealiseerde koerswinst heeft
behaald, heeft hij op andere effecten een groter verlies geleden. De man is daarbij
terecht uitgegaan van het bruto rendement. Ook heeft hij terecht koers-, valuta- en
rente-inkomsten in aanmerking genomen, aldus de rechtbank.

Transactiekosten zijn relatief gering De rechtbank haalt wel uit de stukken die de man heeft overlegd dat hij gedurende
2020 aandelen heeft aangekocht en verkocht. Het is algemeen bekend dat voor aan- en
verkopen transactiekosten in rekening worden gebracht. Deze kosten mag men niet aftrekken
van het werkelijk rendement. Hoewel de man stelt dat hij die kosten niet heeft afgetrokken,
is dat niet te toetsen met de stukken van zijn dossier. De rechtbank gaat echter gezien
het aantal en de omvang van de transacties ervan uit dat de transactiekosten relatief
gering zijn. Het is niet aannemelijk dat de man toch een positief werkelijk rendement
heeft behaald. Daarom verklaart de rechtbank zijn beroepschrift gegrond.

Bron: Rb. Gelderland 06-09-2024.

Acceptatieverplichting contant geld

Bij de stemmingen over het voorstel voor de Wet plan van aanpak witwassen heeft de
Tweede Kamer een amendement aangenomen waarin om een acceptatieplicht van contant
geld bij kleine betalingen wordt verzocht.

Volgens de wet is de plicht om contant geld te accepteren beperkt tot betalingen tussen
een particuliere partij en een zakelijke partij. In dat geval moet de zakelijke partij
contant geld accepteren tot een bedrag van € 3.000. In het amendement is de mogelijkheid
opgenomen om bij algemene maatregel van bestuur uitzonderingen op de acceptatieplicht
te maken, als dat noodzakelijk is vanwege de veiligheid of de specifieke aard van
de werkzaamheden.

Uitvoerbaarheid De minister van Financiën vindt het van groot belang dat het aan de overheidsbalie
mogelijk is om contant te betalen, bijvoorbeeld bij de aanvraag van een paspoort of
in een gemeentelijk zwembad. Uit de toelichting bij het amendement blijkt dat de indieners
willen dat de acceptatieplicht geldt voor publiek toegankelijke locaties. Maar ook
betalingen buiten de verkoopruimte, bijvoorbeeld online of telefonisch. Ook periodieke
betalingen voor bijvoorbeeld energie, de krant of een verzekering vallen onder de
acceptatieplicht. Vanwege de uitvoerbaarheid kan er voor gekozen worden om dit soort
betalingen uit te zonderen van de acceptatieplicht.

Geen uitzondering Uit onderzoek in opdracht van DNB blijkt dat sommige ondernemers contant geld weigeren
vanwege de snelheid en efficiëntie van girale betalingen, de lagere verwerkingskosten
en foutkans, een eenvoudigere boekhouding of het tegengaan van diefstal door het eigen
personeel. Het ligt niet voor de hand om hiervoor uitzonderingen op de acceptatieplicht
te maken, omdat deze redenen niet op lijken te wegen tegen de publieke belangen van
contant geld. Daarnaast zijn er ondernemers die contant geld weigeren om veiligheidsredenen,
bijvoorbeeld na een reeks overvallen.

Veiligheid Het is van belang goed te kijken naar de uitzonderingen vanwege de veiligheid. Enerzijds
moet het bijvoorbeeld voor ondernemers met een hoog risico op overvallen mogelijk
zijn om, al dan niet tijdelijk, geen contant geld te gebruiken. Anderzijds is het
niet wenselijk dat een veiligheidsuitzondering door iedereen kan worden ingeroepen.
De minister wil nader bekijken hoe een uitzondering voldoende recht kan doen aan die
beide belangen.

Het wetsvoorstel Wet plan van aanpak witwassen met het amendement ligt nu bij de Eerste
Kamer. Als de Eerste Kamer het wetsvoorstel aanneemt, wil de minister dat de uitzonderingen
worden vastgelegd in een uitzonderingsbesluit. Dit besluit treedt tegelijk met de
acceptatieplicht in werking.

Bron: MvF 21-10-2024.

© lArcade 2026