Vanaf 1 januari 2026 mogen gemeenten voor het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting Dit nieuwe maximum volgt uit de jaarlijkse indexering op basis van de consumentenprijsindex. Bron: Minister BZ, regeling van 9 juli 2025.
maximaal € 82 aan kosten doorberekenen.
In 2025 lag het maximumbedrag op € 78,80. Het verhogen van het maximumbedrag leidt
er niet automatisch toe dat gemeenten het bedrag dat zij in rekening brengen verhogen
tot het (nieuwe) maximumbedrag. De kosten die zijn verbonden aan het opleggen en innen
van een naheffingsaanslag parkeerbelasting zullen namelijk per gemeente verschillen
en kunnen minder bedragen dan het (nieuwe) maximumbedrag.
De Belastingdienst neemt de aanbevelingen van de Inspectie belastingen, toeslagen Dit schrijft staatssecretaris Van Oostenbruggen in een beleidsreactie op de IBTD-rapportage Op 24 juni 2025 heeft de IBTD het reflectieverslag ‘De fraudeaanpak en privacy puzzel’ gepubliceerd. Dit onderzoek richtte zich op het traject voor urgente meldingen van Nieuw meldingenproces De Belastingdienst werkt conform de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (UHS) en Tijdelijke, handmatige voorziening Vijf typen meldingen – waaronder signalen van de FIOD, het OM en de Arbeidsinspectie De IBTD onderscheidt drie dynamieken die in het traject speelden: maatschappelijke Bron: MvF, 05-08-2025.
en douane (IBTD) ter harte en werkt aan verdere verbetering van het meldingenproces
rond fraude en privacy.
‘De fraudeaanpak en privacy puzzel’. In de beleidsreactie wordt duidelijk gemaakt
op welke wijze opvolging wordt gegeven aan het onderzoek ‘De fraudeaanpak en privacy
puzzel’.
mogelijke fraude binnen de Belastingdienst, dat uiteindelijk niet werd geïmplementeerd.
In het rapport worden de onderliggende dynamieken in kaart gebracht, aan de hand van
documentanalyse en interviews met betrokken medewerkers en het Bureau Functionaris
Gegevensbescherming (FG).
streeft naar optimale naleving van regels door burgers en bedrijven. Vertrouwen is
daarvoor cruciaal, maar ook de aanpak van bewuste niet-naleving. Meldingen over mogelijke
fraude zijn een belangrijk informatiekanaal. Na het stilleggen van de Fraude Signalering
Voorziening (FSV) in 2020 werd gewerkt aan een nieuw meldingenproces. Dit kreeg pas
groen licht na verwerking van advies van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Een
afzonderlijk traject om urgente meldingen sneller te behandelen werd uiteindelijk
niet in gebruik genomen vanwege privacybezwaren.
– zijn inmiddels in een tijdelijke, handmatige voorziening opgenomen. Voor toekomstige
verwerking van grotere volumes, inclusief urgente meldingen, is duurzame ICT-ondersteuning
nodig.
druk, organisatorische onduidelijkheid en gefragmenteerde betrokkenheid van medewerkers.
De commissie adviseert onder meer om interne tegenstellingen bespreekbaar te maken,
verschillende ideeën samen te brengen en de betrokkenheid van medewerkers te versterken.
De Belastingdienst herkent deze bevindingen en werkt aan verbetering via een programmatische
aanpak, rolduidelijkheid, meer specialistische kennis en gestructureerde samenwerking
binnen de privacyorganisatie.
Rechtbank Gelderland weigert het nultarief omzetbelasting aan een autohandelaar die Een autohandelaar uit Nederland handelt in gebruikte personenauto’s en levert deze Duitse afnemer: onvoldoende zorgvuldigheid Rechtbank Gelderland oordeelt dat de autohandelaar de Duitse onderneming niet mocht Portugese afnemer: wel recht op nultarief Voor de Portugese onderneming komt de rechtbank tot een ander oordeel. Hoewel ook Bron: Rb. Gelderland, 22-07-2025.
onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar risicosignalen bij Duitse afnemer, maar kent
het wel toe bij Portugese afnemer.
aan afnemers binnen en buiten de EU. Voor het tijdvak oktober 2020 heeft de autohandelaar
het nultarief toegepast op leveringen van € 75.000 aan een Duitse onderneming en € 6.500
aan een Portugese onderneming. De inspecteur heeft de toepassing van het nultarief
over een bedrag van € 81.500 geweigerd en een teruggaaf verleend van € 68.421. De
autohandelaar stelt dat hij voldoende onderzoek heeft gedaan naar zijn afnemers en
dat sprake was van ‘vaste afnemers’ op basis van een brief van de Belastingdienst
uit juni 2020. In geschil is of de autohandelaar terecht het nultarief heeft toegepast
en of hij had moeten weten dat de transacties onderdeel waren van een fraudeketen.
beschouwen als ‘vaste afnemer’ in oktober 2020. De Duitse onderneming had als handelsactiviteit
managementadvies, pas in november 2020 werd besloten om te gaan handelen in auto’s.
Bovendien was de onderneming gevestigd op een woonadres en had in maart 2020 een aandeelhouderswisseling
plaatsgevonden. De autohandelaar gebruikte voor de registratie van auto’s zogenaamde
‘Duitse brieven’, waardoor de auto’s werden geregistreerd op naam van een administratiekantoor
in plaats van de werkelijke afnemer. Dit maakte controle op eigendom onmogelijk en
verhoogde het frauderisico. De rechtbank vindt dat de autohandelaar, ondanks zijn
interne procedures, niet de vereiste extra zorgvuldigheid heeft betracht voor deze
risicogoederen.
deze onderneming was gevestigd in een bedrijfsverzamelgebouw en kort bestond, zijn
dit onvoldoende signalen om te concluderen dat niet de vereiste zorgvuldigheid is
betracht. De inspecteur heeft niet aangetoond dat de autohandelaar had moeten weten
dat deze transactie onderdeel was van een fraudeketen. De rechtbank kent daarom een
aanvullende teruggaaf toe van € 1.365 over de levering aan de Portugese onderneming.
De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord op welke wijze Onder de Wet tegenbewijsregeling box 3 kan een belastingplichtige aannemelijk maken Vraag Op welke wijze wordt het werkelijke rendement van bezittingen en schulden bij een Antwoord Voor de bepaling van de reguliere voordelen en de vermogensaanwas bij de erflater Bron: Belastingdienst, 04-08-2025.
het werkelijke rendement van bezittingen en schulden bij een erflater en bij erfgenamen
wordt bepaald in het jaar van overlijden van de erflater.
dat het werkelijke rendement van bezittingen en schulden in een kalenderjaar lager
is dan het op forfaitaire wijze berekende voordeel uit sparen en beleggen. Over de
fiscale uitwerking van de tegenbewijsregeling komen diverse vragen op, zoals de vraag
hoe de tegenbewijsregeling werkt als de belastingplichtige gedurende het jaar komt
te overlijden.
erflater en bij erfgenamen bepaald in het jaar van overlijden van de erflater?
wordt enkel rekening gehouden met de bezittingen en schulden in de periode van 1 januari
tot en met de overlijdensdatum. Reguliere voordelen en vermogensmutaties in de periode
van de overlijdensdatum tot het einde van het kalenderjaar tellen zodoende niet mee
voor de berekening van het werkelijke rendement van de erflater. Ondanks dat deze
bezittingen en schulden uit de nalatenschap niet behoren tot de rendementsgrondslag
van de erfgenamen aan het begin van het kalenderjaar waarin de erflater is komen te
overlijden, tellen de reguliere voordelen en vermogensaanwas van deze bezittingen
en schulden over de periode van de overlijdensdatum tot het einde van het kalenderjaar
mee voor de berekening van het werkelijke rendement bij de erfgenamen als zij een
beroep doen op de tegenbewijsregeling.
Het hof oordeelt dat het feit dat eerder door een andere belastingplichtige omzetbelasting Een man verhuurt in privé, samen met zijn echtgenote, vastgoedobjecten en drijft daarnaast Geen dubbele heffing, naheffing bij juiste ondernemer mag Het hof oordeelt dat het toekennen van twee btw-nummers een fout was, maar dat dit Bron: Hof ’s-Hertogenbosch.
op aangifte is voldaan en teruggegeven, niet verhindert dat naheffing alsnog kan plaatsvinden
bij de juiste belastingplichtige.
een eenmanszaak als advieskantoor. Al jaren zijn er twee btw-nummers: één voor zijn
adviespraktijk en één op naam van hem en zijn echtgenote samen (de combinatie) voor
de verhuuractiviteiten. Achteraf blijkt dat alleen de man, en niet de combinatie,
ondernemer is voor alle activiteiten. De combinatie heeft echter in 2016 omzetbelasting
afgedragen voor de verhuur, waarna dat bedrag in 2021 is teruggegeven. De inspecteur
heeft vervolgens over dezelfde periodes naheffingsaanslagen opgelegd aan de man als
zijnde de juiste belastingplichtige. De man is het daar niet mee eens en stelt dat
sprake is van dubbele heffing.
niet betekent dat de inspecteur niet kan naheffen bij de ondernemer die de belasting
daadwerkelijk verschuldigd is. Het doel van naheffing is het corrigeren van onjuistheden
in de heffing, ongeacht hoe die zijn ontstaan. Omdat de combinatie het onterecht betaalde
bedrag volledig teruggekregen heeft, is van dubbele belasting geen sprake. Er is volgens
het hof geen strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Ook is het
hoorrecht niet geschonden, want de man is voldoende uitgenodigd. Tot slot stelt de
man dat de rechtbank een eerder herzieningsverzoek ten onrechte heeft afgewezen.
Het hof volgt de rechtbank: er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden die aanleiding
zouden moeten geven tot een andere beslissing over de periode 2016.