Staatssecretaris Vijlbrief heeft in een Kamerbrief aangegeven welke aanvullende fiscale maatregelen zijn getroffen.
In een beleidsbesluit zijn voor de volgende onderwerpen goedkeuringen gegeven:
Verschuldigdheid van energiebelasting en opslag duurzame energie- en klimaattransitie
Voor het tijdstip van verschuldigdheid worden vier situaties onderscheiden. Voor deze situaties wordt een soepeler tijdstip gehanteerd. Per situatie wordt een goedkeuring gegeven, voor de twee situaties gelden voorwaarden.
Invorderingsrente
Het percentage wordt, zoals al eerder aangekondigd, gedurende drie maanden verlaagd tot 0,01%. Kan door de verlaging van de invorderingsrente nagenoeg geen aanspraak worden gemaakt op betalingskorting dan kan bezwaar worden gemaakt tegen de beschikking waarin het bedrag aan betalingskorting is vastgelegd.
Loonheffingen
Voor de loonheffing gelden in de volgende situaties goedkeuringen:
Bepaalde wettelijke administratieve verplichtingen rondom de loonheffingen.
Reiskostenvergoeding in de loonheffingen. Deze mag worden doorbetaald.
Let op! Dit betreft een fiscale goedkeuring. Het kan zijn dat een werkgever de vaste vergoeding op grond van de afgesproken arbeidsvoorwaarden (cao, contract, reglement) mag stopzetten.
BPM
Voor de BPM gelden in de volgende situaties goedkeuringen:
Vrijstelling kortstondig gebruik van een motorrijtuig met buitenlands kenteken (importkeuring).
Maatregel voor om te bouwen taxi’s in verband met het vervallen van het recht op teruggaaf van BPM per 1 januari 2020.
Geldigheid taxatierapport motorrijtuig.
Termijn bij gebruikmaking terugwerkende kracht bij geruisloze omzetting, bedrijfsfusie, juridische fusie, splitsing en geruisloze terugkeer.
Voor de terugwerkende kracht gelden in de volgende situaties goedkeuringen:
Geruisloze omzetting en geruisloze terugkeer.
Bedrijfsfusie, juridische fusie en splitsing.
Omzetbelasting
Voor de btw gelden in de volgende situaties goedkeuringen:
Btw gevolgen van het ter beschikking stellen van zorgpersoneel.
Btw gevolgen van het gratis verstrekken van medische hulpgoederen en -apparatuur.
Verlaagd btw-tarief bij online aanbieden van sportlessen.
Vrijstelling van een aantal Duitse netto-uitkeringen
De staatssecretaris keurt onder voorwaarden goed dat de uitkeringen ‘Kurzarbeitergeld’, ‘Insolvenzgeld’ en ‘Arbeitslosengeld’ ontvangen door een inwoner van Nederland in de periode van 11 maart 2020 tot en met 31 december 2020 worden vrijgesteld. Dit betekent dat de genoemde uitkeringen in de Nederlandse belastinggrondslag worden opgenomen en de belasting vervolgens wordt verminderd met de Nederlandse belasting die naar evenredigheid kan worden toegerekend aan de ontvangen uitkeringen.
De beleidsmaatregelen hebben een tijdelijk karakter en zullen daarom worden ingetrokken zodra de omstandigheden dit mogelijk maken.
Bron: MvF 14-04-2020
Voor belastingplichtigen die geen VA vennootschapsbelasting kunnen aanvragen omdat zij geen gebruik maken van software of geen eHerkenning kunnen aanvragen is een voorziening beschikbaar. Dit antwoordt staatssecretaris Vijlbrief op Kamervragen.
Voor belastingplichtigen die geen voorlopige aanslag vennootschapsbelasting kunnen aanvragen of de opgelegde voorlopige aanslag vennootschapsbelasting kunnen wijzigen, omdat zij geen gebruik maken van software of een intermediair of via MijnBelastingdienst-zakelijk (eHerkenning) kunnen aanvragen is een voorziening beschikbaar waarmee zij een VA kunnen aanvragen of de opgelegde VA kunnen wijzigen. Zij kunnen hiervoor gebruik maken van een formulier op de website van de Belastingdienst. Dit formulier is in het bijzonder bedoeld voor binnenlandse belastingplichtigen en is te downloaden zonder dat het nodig is om in te loggen met eHerkenning.
Buitenlandse belastingplichtigen kunnen op de website het formulier ‘verzoek of wijziging voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2020 voor buitenlandse belastingplichtigen’ invullen en opsturen. Naar aanleiding van het signaal vanuit de Kamer is de BelastingTelefoon nogmaals op genoemde mogelijkheden gewezen.
Bron: MvF 14-04-2020, beantwoording Kamervragen
Het besluit over de algemene verlenging van de termijn voor het aanleveren van het informatieformulier voor het fiscaal gefaciliteerd beëindigen van pensioen in eigen beheer is geactualiseerd.
Het besluit is aangevuld voor situaties waarin het informatieformulier nog ontbreekt. Daarnaast zijn de voorwaarden waaronder herstel mogelijk is als de (gewezen) partner het informatieformulier ten onrechte niet heeft medeondertekend veralgemeniseerd.
De Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen maakt het mogelijk dat een pensioen in eigen beheer fiscaal gefaciliteerd wordt beëindigd. Voor deze fiscaal gefaciliteerde beëindiging is onder meer vereist dat tijdig een juist en volledig ingevuld informatieformulier naar de Belastingdienst wordt gestuurd. In de praktijk is gebleken dat hieraan in een aantal gevallen niet is voldaan. Dit besluit voorziet, met terugwerkende kracht tot en met 1 april 2017, in een verlenging van de termijn voor het aanleveren van het juist en volledig ingevulde informatieformulier bij het afkopen van een pensioen in eigen beheer of het omzetten hiervan in een aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting (hierna fiscaal gefaciliteerd beëindigen PEB). Het formulier kan tot een jaar na afkoop of omzetting worden ingediend. Is nog geen informatieformulier ingediend dan geeft de inspecteur daarvoor zes weken de tijd.
Ook bevat dit besluit een herstelmogelijkheid voor als de (gewezen) partner het informatieformulier niet heeft medeondertekend. De inspecteur geeft de dga hiervoor zes weken de tijd.
Het besluit van 18 oktober 2018, nr. 2018-23862 is geactualiseerd, daarbij is een situatie toegevoegd waarin alsnog een informatieformulier kan worden ingeleverd. Tevens zijn de in onderdeel 3.2 genoemde voorwaarden waaronder een herstel mogelijk is voor een ingediend informatieformulier geherformuleerd.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2017.
Bron: MvF 10-04-2020
Volgens het Forum Fiscaal Dienstverleners en de Belastingdienst heeft het ministerie van Financiën besloten dat een aparte melding betalingsonmacht niet meer nodig is.
Men hoeft deze melding niet meer afzonderlijk te doen als men om uitstel van betaling in verband met corona gaat vragen voor loonheffingen en/of omzetbelasting van een rechtspersoon, die onder de vennootschapsbelasting valt. Dit geldt voor zowel de al verstreken als voor de toekomstige tijdvakken.
Op het Forum wordt daarbij het volgende voorbeeld gegeven:
Een bv draagt de loonheffing over de maand februari 2020 in verband met de coronacrisis niet af. Op 24 april 2020 ontvangt de vennootschap de naheffingsaanslag. Hiervoor doet de bv een verzoek om bijzonder uitstel van betaling in verband met de coronacrisis. Deze wordt als melding betalingsonmacht aangemerkt. Niet alleen voor de komende tijdvakken maar ook voor de maand februari is de melding tijdig.
Bron: Belastingdienst en Forum Fiscaal Dienstverleners, 08-04-2020
Onder bepaalde omstandigheden valt een opgebouwde oudedagsreserve vrij voor zover zij meer bedraagt dan het ondernemingsvermogen aan het einde van het jaar. Bij de berekening van het ondernemingsvermogen mag de ondernemer de oudedagsreserve niet meerekenen.
Een ondernemer heeft in het jaar 2016 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Daarom moet zijn oudedagsreserve (FOR) vrijvallen. Tenminste, voor zover deze het ondernemingsvermogen eind 2016 overschrijdt. Aan het einde van 2016 hebben de activa van de onderneming een boekwaarde van € 4.072. De schulden bedragen € 632 en de FOR staat op € 15.173. Toch stelt de ondernemer dat de FOR het ondernemingsvermogen niet te boven gaat. Hij meent namelijk dat de hij de FOR mag optellen bij het ondernemingsvermogen. De inspecteur keurt dit echter af. Hij stelt dat het ondernemingsvermogen slechts € 4.072 -/- € 632 = € 3.440 bedraagt. In dat geval moet de FOR voor € 15.173 -/- € 3.440 = € 11.733 vrijvallen. Het geschil belandt voor Rechtbank Zeeland-West-Brabant.
De rechtbank haalt de wet erbij. In dit kader stelt de wet het ondernemingsvermogen op de boekwaarde van de onderneming na aftrek van de fiscale reserves. Hierbij moet men de FOR niet tot de fiscale reserves rekenen. De ondernemer hoeft de FOR dus niet af te trekken van de boekwaarde van zijn activa. Maar daar is dan ook alles mee gezegd. Het is niet toegestaan om de FOR op te tellen bij het ondernemingsvermogen. De rechtbank verklaart daarom het beroep van de ondernemer ongegrond.
Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 20-03-2020