Inloggen

Archief

Helft TOFA-aanvragen voldoet niet aan voorwaarden

Na het openstellen van het TOFA-loket heeft UWV 11.500 aanvragen ontvangen van flexwerkers, oproep- en uitzendkrachten. Veel aanvragen voldoen echter niet aan de voorwaarden. Ongeveer de helft wordt afgewezen.
Werknemers met flexibele contracten en inkomstenverlies door corona kunnen de tegemoetkoming nog tot en met 12 juli aanvragen. Ondanks de oproep voorafgaand aan de aanvraag de adviestool te gebruiken krijgt UWV veel aanvragen binnen die niet aan de voorwaarden voldoen. Op dit moment wordt ongeveer de helft van de aanvragen afgewezen. Dit lijkt voornamelijk te komen doordat mensen te weinig hebben verdiend in februari of teveel in april en daarmee niet voldoen aan de voorwaarden. De regeling is bedoeld voor flexwerkers die in februari meer dan € 400 sv-loon (drempelbedrag) hadden en in april minimaal de helft daarvan verloren. Daarbij was het sv-loon in april niet meer dan € 550. Zij kunnen in aanmerking komen voor een vaststaand eenmalige bruto tegemoetkoming van € 550 per maand voor de maanden maart, april en mei. De aanvrager mag in deze periode geen WW, bijstand, of andere socialezekerheidsregeling hebben ontvangen. Op www.uwv.nl/tofa staat een volledig overzicht aan voorwaarden waaraan moet worden voldaan. Bron: uwv.nl, 30-06-2020

NOW 2.0 vanaf 6 juli aan te vragen

Vanaf maandag 6 juli om 9.00 uur kunnen werkgevers die in aanmerking willen komen voor de tweede tranche van de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW 2.0) een aanvraag indienen bij UWV. UWV verwacht, net als bij NOW 1.0, duizenden aanvragen per dag.
Ook NOW 2.0 is bedoeld om zoveel mogelijk werkgelegenheid te behouden in deze moeilijke tijd. Het voorschot voor NOW 2.0 wordt in twee termijnen betaald. De aanvraagperiode voor NOW 2.0 loopt tot en met 31 augustus. Voor een snelle afhandeling is van belang dat werkgevers de aanvraag in één keer goed en volledig invullen. Dit kunnen werkgevers doen aan de hand van een checklist op de site van het UWV. In een tweetal animaties worden de regeling en het aanvraagproces uitgelegd. Na de aanvraagperiode volgt straks de definitieve subsidievaststelling. Wie minder omzetverlies heeft geleden dan opgegeven of te maken heeft met een dalende loonsom, kan dan geconfronteerd worden met een flinke terugvordering. Om werkgevers te helpen bij die realistische inschatting is er de rekenhulp omzetverlies, waarmee het percentage aan omzetverlies over een periode van vier maanden berekend kan worden. Deze rekenhulp is mede mogelijk gemaakt door SZW en UWV. Daarnaast komt binnenkort een online simulatiemodel beschikbaar dat laat zien wat de gevolgen van een dalende loonsom zijn voor de uiteindelijke afrekening. Bron: UWV.nl, 02-07-2020

Vraag subsidie praktijkleren 2019/2020 aan!

Ondernemers kunnen vanaf 1 juli 2020 9.00 uur tot en met 16 september 17.00 uur de subsidie praktijkleren voor het schooljaar 2019/2020 aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
De subsidie is een tegemoetkoming in de kosten die de werkgever maakt voor de begeleiding van een leerling, deelnemer of student. Ook is de subsidie een tegemoetkoming in de loon- of begeleidingskosten van een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding. De ondernemer heeft recht op maximaal € 2.700 per praktijk- of werkleerplaats per schooljaar. De hoogte van de subsidie hangt af van het aantal weken waarin de deelnemer praktijkbegeleiding kreeg in het school-/studiejaar. De subsidie kan na afloop van de begeleiding worden aangevraagd. De voorwaarden verschillen per onderwijscategorie. Ondernemers aan wie een voorschot is uitbetaald, zijn verplicht om uiterlijk 16 september 2020 om 17.00 uur een definitieve aanvraag voor de subsidie praktijkleren in te dienen. Het voorschot wordt met de definitieve subsidie verrekend. In de studiejaren 2019/2020 tot en met 2021/2022 wordt de subsidieregeling uitgebreid met een extra compartiment. Erkende leerbedrijven in de sectoren landbouw, horeca en recreatie kunnen bovenop de gebruikelijke subsidie praktijkleren een extra subsidiebedrag aanvragen als zij een bbl leerplek aanbieden. Aan werkgevers die als gevolg van de coronacrisis te maken hebben (gehad) met gedwongen sluiting van 16 maart 2020 tot en met 19 mei 2020 brengt RVO, de weken waarin zij de BBL-studenten niet konden begeleiden, niet in mindering op de subsidie. Ditzelfde geldt voor bedrijven die weliswaar niet gedwongen gesloten waren, maar die toch moesten sluiten, omdat voortzetting van het bedrijf, met inachtneming van de richtlijnen van het RIVM, niet verantwoord was. Bron: RVO.nl en Forum Fiscaal Dienstverleners, 01-07-2020

Weinig fouten bij pensioenuitkeringen

Uit onderzoek naar de administratie van pensioenfondsen blijkt dat er geen sprake is van veel en grote fouten bij het berekenen van pensioenuitkeringen. In veel gevallen was een klacht gebaseerd op verkeerd geïnterpreteerde of onduidelijke informatie. Wel moet de afhandeling van vragen van deelnemers beter.
Aanleiding voor het onderzoek waren mediaberichten over fouten bij de berekening van pensioenuitkeringen, herstelacties van pensioenuitvoerders en klachten van deelnemers. Pensioenen worden gedurende decennia geadministreerd. Na wetswijzigingen of nieuwe afspraken tussen vakbonden en werkgevers, veranderen de regelingen vaak. Ook is het pensioenfonds veelal afhankelijk van data die wordt aangeleverd door andere partijen. Dat maakt de focus op een goede administratie cruciaal voor een goede pensioenuitvoering. De Pensioenfederatie werkt samen met de pensioenfondsen aan verdere verbetering. Dat vragen van deelnemers die twijfelen aan de juistheid van hun pensioen niet altijd naar tevredenheid worden beantwoord, is ook een conclusie van de onderzoekers: 'de pensioenmaterie is kennelijk te complex of de wijze van communiceren is niet goed afgestemd op de doelgroep.' Vragen worden soms verward met klachten. Ook de Ombudsman Pensioenen wijst daar in het jaarverslag 2019 op. De Pensioenfederatie kijkt hoe zij deelnemers met vragen en/of klachten nog beter van dienst kan zijn. Bron: Pensioenfederatie.nl, 26-6-2020

Prinsjesdag: nieuw voorstel voor box 3

Staatssecretaris Vijlbrief heeft laten weten met een ander voorstel voor box 3-heffing voor spaarders te komen. Naar verwachting wordt dit op Prinsjesdag aan geboden aan de Tweede Kamer. Het oorspronkelijke voorstel kwam weliswaar spaarders tegemoet, maar benadeelde andere belastingplichtigen in box 3.
De ministerraad heeft ingestemd met het voorstel van staatssecretaris Vijlbrief. Voor een groot deel van de spaarders en de kleine beleggers wordt gewerkt aan een voorstel binnen het huidige box 3-stelsel. Zo kunnen zij op korte termijn tegemoet worden gekomen. Vorig jaar september zijn de contouren voor een hervorming van het box 3-stelsel gepresenteerd. Daarmee zouden spaarders worden ontzien. Maar voor mensen waarvan het vermogen in box 3 voor een relatief klein deel uit spaargeld bestaat, zou de belastingdruk juist stijgen ten opzichte van nu. Bijvoorbeeld de relatief kleine beleggers die defensief beleggen en daardoor gemiddeld genomen lagere beleggingsrendementen halen. Er zijn veel reacties op het voorstel binnengekomen, van individuele burgers tot brancheorganisaties en de AFM. Daarin is gewezen op het risico dat kleine beleggers zich gedwongen kunnen gaan voelen om in zeer risicovolle beleggingen te stappen. Dit vindt het kabinet onwenselijk. Daarom worden de ideeën zoals vorig jaar aangekondigd niet uitgewerkt in een wetsvoorstel. Er wordt gewerkt aan een nieuw voorstel binnen het huidige box 3-stelsel om de meeste spaarders en de kleine beleggers tegemoet te komen. Deze oplossing kon niet worden gevonden binnen het vorig jaar gepresenteerde voorstel. In de brief laat de staatsecretaris ook weten na de zomerperiode met een reactie op het deskundigenadvies inzake de vermogensrendementsheffing in de jaren 2013-2016 te komen. Zijn voorlopige conclusie op basis van het deskundigenadvies en een notitie van het CPB (Rendementen op spaargeld en staatsobligaties 2013-2016 van maart 2020) is dat hieruit geen eenduidig beeld naar voren komt of, en zo ja in hoeverre er in de jaren 2013-2016 sprake was van een schending van art. 1 van het Eerste Protocol (EP) bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en fundamentele vrijheden (EVRM) en welke gevolgen daaraan moeten worden verbonden. Bron: MvF 26-06-2020, Kamerbrief

© lArcade 2026