Hof Amsterdam bevestigt de uitspraak van Rechtbank Noord-Holland. Het werkelijke rendement Een man verkoopt in 2017 een woning voor € 575.000, terwijl de WOZ-waarde € 548.000 Woning terecht tot box 3 gerekend De rechtbank heeft geoordeeld dat de verkochte woning niet als eigen woning kon worden Geen aftrek voor medicijnen en dieetkosten Voor specifieke zorgkosten heeft het hof aftrek toegestaan voor vervoerskosten en Bron: Hof Amsterdam 20-06-2024 (gepubl. 10-09-2024).
van de tweede woning is hoger dan het vastgestelde belastbare inkomen uit sparen en
beleggen.
is. Sinds 2011 gebruikt de man een andere woning als hoofdverblijf. Bij zijn belastingaangifte
2017 heeft hij geen inkomen uit sparen en beleggen opgegeven. Bij het opleggen van
de definitieve aanslag 2017 heeft de inspecteur echter de verkochte woning wel aangemerkt
als bezitting voor box 3. Bij het hof is in geschil of de verkochte woning terecht
tot de rendementsgrondslag is gerekend en of het belastbare inkomen uit sparen en
beleggen juist is berekend. Verder is nog de aftrek van specifieke zorgkosten en giften
in geschil.
aangemerkt en dat de verhuisregeling niet van toepassing was. Het hof heeft dit bevestigd
en heeft geoordeeld dat de woning als vermogen in box 3 moet worden beschouwd. Er
is geen schending van het EVRM, omdat het veronderstelde rendement niet hoger is dan
het werkelijke rendement.
medische hulp. Voor medicijnen en dieetkosten is niet aangetoond dat deze op verwijzing
van een specialist of arts zijn verkregen. Deze kosten zijn daarom niet aftrekbaar.
De betalingen aan het KWF voor een loterij zijn geen giften. De Belastingdienst moet
de belastingrente verminderen, maar de man heeft geen recht op schadevergoeding.
De staatssecretaris van Financiën stelt dat winkeliers niet verplicht zijn om mee In een zaak voor Rechtbank Gelderland heeft een vrouw uit een niet-EU-land tijdens Niet-EU reiziger moet zoeken naar bereidwillige winkelier Pas nadat de winkelier het bewijs van uitvoer heeft ontvangen van de niet-EU reiziger, Bron: Rechtbank Gelderland 24-07-2024 (gepubl. 12-08-2024).
te werken aan de btw-vrijstelling op bepaalde aankopen door niet-EU reizigers.
haar korte verblijf in Nederland in een Nederlandse winkel een aankoop gedaan. Over
de aankoop is btw geheven. De vrouw heeft haar aankoop meegenomen naar haar eigen
land. Vervolgens eist de vrouw dat de winkelier haar de btw terugbetaalt. Maar de
rechtbank heeft deze vordering van de vrouw afgewezen. Een Kamerlid heeft aan de staatssecretaris
van Financiën gevraagd of hij meent dat winkeliers in zulke situaties het nultarief
mogen of moeten toepassen. In zijn antwoord wijst de staatssecretaris op het volgende.
Wil de klant die een niet-EU reiziger is dat de winkelier het nultarief toepast? Dan
moet de klant eerst bewijzen dat de gekochte goederen de EU daadwerkelijk in zijn
persoonlijke bagage hebben verlaten. Dit bewijs is bij de aankoop niet te leveren.
Daarom moet de winkelier in zo’n geval btw in rekening brengen.
kan hij alsnog overgaan tot het toepassen van het btw-nultarief. Dan kan de winkelier
de btw teruggeven aan de niet-EU reiziger. Het hele proces van het (achteraf) toepassen
van het btw-nultarief en de teruggaaf van btw aan de niet-EU reiziger betekent een
aanzienlijke administratieve inspanning van de winkelier. Volgens de staatssecretaris
kan men de winkelier niet daartoe verplichten. Een winkelier die wel zijn medewerking
verleent, maakt zijn goederen wel aantrekkelijker voor niet-EU reizigers. Als een
winkelier weigert de niet-EU reiziger bij te staan in de toepassing van het nultarief,
kan deze klant besluiten om zijn aankoop te doen bij een winkelier die wel bereidwillig
is. Dit vormt een aanmoediging voor winkeliers om wel medewerking te verlenen, zo
stelt de staatssecretaris.
Op Prinsjesdag 2024 is het belastingpakket voor de komende jaren bekendgemaakt. Het Kostenaftrek werkruimte De aftrekbaarheid van kosten voor een niet-zelfstandige werkruimte in een woning Excessief lenen bij eigen bv Sinds 2023 kan een dga niet langer meer dan € 500.000 van de eigen bv lenen zonder Giftenaftrek bv De giftenaftrek in de vennootschapsbelasting (Vpb) en de regeling ‘geven uit de vennootschap’ Tarief box 2 omlaag Het kabinet draait de verhoging van het box 2-tarief in de tweede schijf terug. Dit Bedrijfsopvolgingsregeling BOR Als ondernemingsvermogen wordt overgedragen door schenking of vererving, kan dat Doorschuifregelingen (DSR) De overdracht van ondernemingsvermogen leidt vaak tot de heffing van inkomstenbelasting. Alleen voor gewone aandelen De BOR en DSR ab worden met ingang van 1 januari 2026 beperkt tot directe en indirecte Bezits- en voortzettingseis BOR De BOR kan enkel worden toegepast als een verkrijger de onderneming vijf jaar voortzet. Zwaardere bezitseis voor AOW’er De bezitstermijn in de BOR wordt met ingang van 1 januari 2026 verlengd voor oudere Herhaald gebruik BOR Ondernemingen worden soms meerdere malen binnen een familie (en soms ook via derden) Privégebruik ov-kaart De maatregel ‘gerichte vrijstelling ov-abonnementen’ wordt verduidelijkt. Als een De 30%-regeling De versobering van de 30%-regeling uit 2024 wordt deels teruggedraaid. Vanaf 1 januari 21% btw voor bepaalde diensten Vanaf 1 januari 2026 wordt het verlaagde btw-tarief voor logies en bepaalde culturele Herziening btw-investeringsdiensten Per 1 januari 2026 wordt de btw-herzieningsregeling uitgebreid naar investeringsdiensten Overdrachtsbelasting voor woningen Het kabinet stelt voor om het reguliere tarief voor de overdrachtsbelasting ten aanzien Tariefkorting emissievrije auto’s Bezitters van emissievrije voertuigen betalen momenteel geen motorrijtuigenbelasting Doorlopend gebruik bestelauto Als een bestelauto vanwege de aard van het werk doorlopend afwisselend door twee Einde speciaal bpm-tarief PHEV’s De Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (BPM) kent sinds Einde bpm-vrijstelling bestelauto’s De bpm-vrijstelling voor bestelauto’s van ondernemers vervalt. De bpm-grondslag verschuift Nieuwe regels voor box 3 Er komt nog nieuwe wetgeving met regels voor het bepalen van het werkelijke rendement Salderingsregeling zonnepanelen Eindafnemers met een kleine installatie ontvangen momenteel voor de ingevoerde elektriciteit Vergoeding bij WOZ- en BPM-bezwaarzaken Om het verdienmodel van no-cure-no-pay bureaus te ontmoedigen, is de proceskostenvergoeding Bron: MvF 17-09-2024 – diverse wetsvoorstellen.
belastingpakket bestaat dit jaar uit 10 wetsvoorstellen. Daarnaast zijn in de aanbiedingsbrief
bij het Belastingplan 2025 een aantal wijzigingen aangekondigd. Hierbij de belangrijkste
voorstellen uit het Belastingplan 2025 en de aanvullende wetsvoorstellen voor het
MKB.
die tot het ondernemingsvermogen behoort, wordt verduidelijkt. Huurderslasten, zoals
inrichtingskosten, gas, water en licht, zijn niet aftrekbaar.
fiscale consequenties. Een onbedoeld gevolg van deze maatregel heeft echter geleid
tot dubbeltellingen bij leningen in samenwerkingsverbanden, zoals VOF’s en CV’s. Deze
dubbeltellingen worden nu hersteld. Ook wordt voorkomen dat de schulden voor meer
dan de nominale waarde in aanmerking worden genomen. Deze maatregel gaat met terugwerkende
kracht in op 1 januari 2023. Controleer bestaande samenwerkingsverbanden en schulden
nauwkeurig om onterechte dubbeltellingen te vermijden.
worden afgeschaft. Vanaf 1 januari 2025 kan de bv giften aan goede doelen niet langer
aftrekken van de winst. Dit geldt zowel voor giftenaftrek in de Vpb als voor giften
vanuit bv’s die aandeelhoudersmotieven volgen. Let op. Herzie vanaf 2025 donaties
door de bv en herstructureer om fiscale voordelen te optimaliseren. Overweeg zakelijke
sponsoring als alternatief. De kosten van sponsoring blijven namelijk wel aftrekbaar.
tarief is op 1 januari 2024 omhooggegaan naar 33%, maar wordt weer verlaagd naar 31%.
Hiermee wil het kabinet de belastingdruk op aanmerkelijkbelanghouders meer in lijn
brengen met die van werknemers en IB-ondernemers.
tot heffing van schenk- of erfbelasting leiden. Om te voorkomen dat de continuïteit
van de onderneming hierdoor in gevaar komt, kan er gebruik worden gemaakt van de BOR.
Er is geen of minder erf- of schenkbelasting verschuldigd.
Er zijn diverse doorschuifregelingen (DSR) die ervoor zorgen dat deze heffing in bepaalde
situaties wordt uitgesteld, zodat de continuïteit van de onderneming niet in gevaar
komt. Een van deze doorschuifregelingen is specifiek gericht op de schenking van een
aanmerkelijk belang (de DSR ab). Een aanmerkelijk belang is, kort gezegd, een belang
dat minimaal 5% van de (soort) aandelen in een bv vertegenwoordigt.
aandelenbelangen van minimaal 5% van het totale geplaatste aandelenkapitaal. Alleen
gewone (reguliere) aandelen kwalificeren nog, waarbij niet van belang is of deze aandelen
stemrecht geven. Het doel van de wijzigingen is om de regelingen te beperken tot aandelen
met voldoende ondernemingsrisico.
Deze termijn wijzigt in drie jaar. Knelpunten in de bezits- en voortzettingseis die
betrekking hebben op wijzigingen in de juridische huls van een onderneming, zoals
de inbreng van een eenmanszaak in een BV, worden opgelost. Als de subjectieve gerechtigdheid
tot de onderneming niet toeneemt (bezitseis) of afneemt (voortzettingseis), mag dit
geen belemmering zijn voor toepassing van de BOR. De kortere voortzettingstermijn
gaat al gelden voor verkrijgingen die zich voordoen vanaf 1 januari 2025.
erflaters en schenkers. Dit geldt niet voor ondernemingen die een erflater of schenker
uiterlijk binnen twee jaar na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd is gestart.
Voor een erflater wordt de bezitstermijn verlengd met zes maanden per jaar dat de
erflater op het moment van overlijden twee jaar ouder is dan de AOW-gerechtigde leeftijd.
Voor een schenker wordt de bezitstermijn verlengd met zes maanden per jaar dat de
schenker op het moment van de schenking meer dan zes jaar ouder is dan de AOW-gerechtigde
leeftijd.
overgedragen om een onbelaste vermogensoverdracht te realiseren. Ouders schenken bijvoorbeeld
een onderneming aan een kind met toepassing van de BOR. Later wordt de onderneming
weer teruggekocht en opnieuw geschonken onder de BOR. Er komt met ingang van 1 januari
2026 een maatregel die de BOR uitsluit in situaties waarin de onderneming op enig
eerder moment al in bezit is geweest van de verkrijger. De uitsluiting bedraagt maximaal
het bedrag van de koopsom voor het ondernemingsvermogen.
werkgever een werknemer de mogelijkheid geeft om vrij te reizen of met korting te
reizen op kosten van de werkgever, dan zijn deze kosten gericht vrijgesteld, mits
er enige mate van zakelijk gebruik plaatsvindt. De gerichte vrijstelling geldt dus
ook voor privéreizen met een recht op vrij reizen of een recht op korting van de werkgever.
De gerichte vrijstelling is ook uitgebreid naar niet-Nederlands openbaar vervoer.
Let op.
2027 wordt de maximale onbelaste vergoeding 27%. Voor 2025 en 2026 blijft het percentage
30% voor alle ingekomen werknemers. De salarisnorm stijgt naar € 50.436 en voor werknemers
jonger dan 30 jaar met een mastergraad naar € 38.338. Ingekomen werknemers die voor
2024 de 30%-regeling hebben gebruikt, vallen onder overgangsrecht. Voor hen blijft
tot het einde van de looptijd een percentage van 30% en de oude (geïndexeerde) salarisnormen
gelden.
goederen en diensten afgeschaft. Dit betekent dat het btw-tarief stijgt van 9 naar
21%. Dit geldt in ieder geval voor: hotels, pensions, boeken, sport, musea, muziek-
en toneelvoorstellingen. Kamperen, attractieparken, speel- en siertuinen, circussen,
dierentuinen en bioscopen zijn uitgezonderd van deze verhoging.
voor onroerende zaken. De btw op deze diensten wordt vijf jaar gevolgd, vergelijkbaar
met roerende investeringsgoederen. Deze maatregel biedt sommige ondernemers de mogelijkheid
om eerder niet in aftrek gebrachte btw alsnog als voorbelasting in aftrek te brengen.
Let op. Deze maatregel leidt mogelijk tot herzienings-btw voor ondernemers die – na
het eerste jaar belast gebruik – de onroerende zaak binnen de herzieningstermijn vrijgesteld
gaan verhuren.
van de verkrijging van woningen met ingang van 1 januari 2026 te verlagen van 10,4
naar 8%. Voor een woning die de koper langdurig zelf gaat bewonen, blijft het (bestaande)
verlaagde tarief van 2% of de startersvrijstelling van toepassing.
en vanaf 1 januari 2025 geldt er een kwarttarief. Deze korting eindigt echter op 1 januari
2026, waarna de motorrijtuigenbelasting voor elektrische auto’s hoger wordt dan voor
vergelijkbare benzineauto’s. Om stagnatie in de groei van emissievrije auto’s te voorkomen,
wordt er vanaf 1 januari 2026 een nieuwe tariefkorting van 25% op de motorrijtuigenbelasting
ingevoerd. Deze korting geldt tot 2030 en wordt toegepast op zowel het rijksdeel als
de provinciale opcenten.
of meer werknemers wordt gebruikt, is het vaak lastig vast te stellen of en aan wie
de bestelauto voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld. In plaats van een bijtelling
bij de werknemers in aanmerking te nemen, kunt u als werkgever een vast bedrag van
€ 300 per jaar via de eindheffing betalen. Dit bedrag is sinds 2006 niet gewijzigd.
Dit bedrag gaat naar € 438 per jaar en wordt vanaf 1 januari 2026 jaarlijks geïndexeerd,
zodat het beter aansluit bij de daadwerkelijke omvang van het privévoordeel.
1 januari 2017 een specifieke tarieftabel voor plug-inhybridevoertuigen (PHEV’s) om
het verschil tussen de geteste en werkelijke CO2-uitstoot te compenseren. Door recente Europese regelgeving wordt de CO2-metingsmethode voor PHEV’s aangepast, waardoor de uitstootcijfers realistischer worden.
Vanaf 2025 vervalt de specifieke PHEV-tarieftabel en worden PHEV’s onder de reguliere
bpm-tarieven voor personenauto’s belast.
naar CO2-uitstoot. Voor bestelauto’s zonder vastgestelde CO2-waarde wordt een forfait van 330 gram per kilometer toegepast.
in box 3. Deze regels zijn nodig omdat de Hoge Raad heeft beslist dat als het werkelijke
rendement in box 3 lager is dan het forfaitaire rendement, er belasting zou moeten
worden geheven over het werkelijke rendement. De nieuwe regels zien op de jaren vanaf
2017 en zijn belangrijk voor belastingplichtigen met box 3-inkomen die een beroep
kunnen doen op de uitspraken van de Hoge Raad. Het is de bedoeling dat de nieuwe regels
per 1 juni 2025 worden ingevoerd.
hetzelfde tarief (leveringskosten, energiebelasting en btw) als voor de onttrokken
elektriciteit. Deze salderingsregeling gaat vervallen. Het kabinet stelt voor dat
vanaf 2027 teruggeleverde elektriciteit niet meer wordt gesaldeerd met geleverde elektriciteit.
voor WOZ- en BPM-bezwaarzaken vanaf 1 januari 2024 verlaagd tot 25%. De Hoge Raad
heeft geoordeeld dat het lage tarief voor de proceskostenvergoeding in belasting-
en premiezaken buiten toepassing moet blijven. Als gevolg daarvan is het tarief voor
overige zaken van toepassing en dat tarief is op dit moment dubbel zo hoog. Om de
hoogte van de vergoeding weer in lijn te brengen met de bedoeling van de wetgever,
wordt voorgesteld om de proceskostenvergoeding voor WOZ- en BPM-zaken te verlagen
naar 12,5%.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft de vergrijpboetes gehandhaafd voor een dga die Een dga heeft indirect aandelen in een bv waarin een nertsenfokkerij wordt geëxploiteerd. Overboeken opbrengsten op Luxemburgse rekening is uitdeling De rechtbank heeft bevestigd dat het overboeken van de opbrengsten van de nertsenfokkerij Geen lager werkelijk rendement De man heeft zich voor het jaar 2019 ook nog beroepen op het feit dat hij een lager Vergrijpboetes De rechtbank handhaaft de vergrijpboetes, maar heeft deze nog wel met 15% gematigd Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 05-09-2024 (gepubl. 12-09-2024)
opbrengsten van zijn bv heeft overgeboekt naar een Luxemburgse bankrekening die op
zijn naam staat.
Een deel van de inkomsten uit de verkoop van nertsenhuiden heeft de dga op een Luxemburgse
bankrekening geboekt. De Belastingdienst heeft na onderzoek onder meer navorderingsaanslagen
inkomstenbelasting 2007 tot en met 2009 opgelegd wegens uitdelingen aan de dga en
wegens het niet aangeven van de saldi van de Luxemburgse bankrekening voor box 3.
Daarbij zijn ook vergrijpboetes opgelegd van 225% van de belastinggrondslag. Bij de
rechtbank zijn de navorderingsaanslagen en vergrijpboetes in geschil. Daarnaast is
voor het jaar 2019 in geschil of het werkelijke rendement lager is dan het forfaitair
vastgestelde rendement voor box 3.
op de Luxemburgse bankrekening een onttrekking is. En dat sprake is van winstuitdeling
door de bv aan de man in de jaren 2007 en 2008. De inspecteur heeft daarom terecht
de helft van deze uitdelingen als inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) bij de man
nagevorderd. Ook is het saldo van de Luxemburgse bankrekening terecht tot de grondslag
van zijn inkomen in box 3 gerekend.
rendement heeft behaald dan het forfaitaire rendement. De rechtbank is van oordeel
dat de man dat niet aannemelijk heeft gemaakt. Bij de bepaling van de werkelijke inkomsten
in box 3 heeft de inspecteur terecht de WOZ-waarde van de woning en de huurinkomsten
in aanmerking genomen. Daardoor is het werkelijke rendement hoger dan het forfaitaire
rendement.
wegens de lange duur van de procedure.
De Hoge Raad heeft bevestigd dat het nultarief omzetbelasting terecht is geweigerd. Een bv handelt in auto’s. Zij heeft in 2015 en 2016 auto’s verkocht aan ogenschijnlijk Oordeel hof Hof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat de inspecteur terecht het nultarief heeft Nultarief terecht geweigerd Volgens de Hoge Raad kan het nultarief worden geweigerd als volgens objectieve gegevens Inspecteur moet belastingplichtige attenderen op rechtsbijstand De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de staatssecretaris wel gegrond. Met Bron: Hoge Raad 06-09-2024.
Maar de Hoge Raad heeft ook geoordeeld dat de inspecteur de ondernemer had moeten
wijzen op het recht op rechtsbijstand voorafgaand aan de verhoren.
Hongaarse afnemers, maar de auto’s zijn naar Duitsland gegaan. De verkoopfacturen
vermelden dus niet de werkelijke afnemers van de auto’s. De inspecteur heeft naar
aanleiding van een boekenonderzoek het nultarief op de intracommunautaire transacties
geweigerd en naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd. Verder heeft hij vergrijpboetes
opgelegd. Deze steunen mede op verklaringen van een bestuurder van de bv. Voordat
de bestuurder die verklaringen tijdens twee besprekingen ten overstaan van de inspecteur
heeft afgegeven, is hem de cautie gegeven maar is hem niet meegedeeld dat hij recht
op rechtsbijstand heeft. Bij de tweede bespreking was de belastingadviseur van de
bv aanwezig.
geweigerd vanwege fraude. Verder heeft het hof de afgelegde verklaringen buiten beschouwing
gelaten, omdat voorafgaand aan de verhoren de bestuurder ook had moeten worden gewezen
op zijn recht op rechtsbijstand. Zonder die verklaringen heeft de inspecteur niet
doen blijken dat de bv opzet kan worden verweten. Het overige bewijs is wel voldoende
voor grove schuld. Het hof heeft de boetes dan ook verminderd tot 25%.
vaststaat dat btw-fraude is gepleegd of dat de bv had moeten weten dat zij deelnam
aan btw-fraude. Voor de bewijsvoering van de objectieve gegevens geldt de normale
maatstaf van aannemelijk maken, aldus de Hoge Raad. Op de inspecteur rust dus geen
zwaardere bewijslast met betrekking tot het weigeren van het nultarief. Volgens de
Hoge Raad heeft het hof voldoende gemotiveerd waarom de bv had moeten weten dat binnen
de keten btw-fraude zou worden gepleegd. Het nultarief is daarom terecht geweigerd.
Ook heeft het hof kunnen aannemen dat buiten redelijke twijfel vaststaat dat de bv
voor leveringen grove schuld kan worden verweten ter zake van het niet op aangifte
betalen van omzetbelasting. Het cassatieberoep van belanghebbende is ongegrond.
het hof is de Hoge Raad van oordeel dat het recht op bijstand van een raadsman ook
van toepassing is bij bestuurlijke boetes. Dit betekent dat voorafgaand aan een verhoor
door de inspecteur op dat recht moet worden gewezen. Indien dat niet is gebeurd, moet
de rechter beoordelen of dit verzuim van dien aard is dat belanghebbende geen behoorlijk
proces zou hebben gekregen als van die verklaringen gebruik zou worden gemaakt voor
het bewijs voor beboeting. Het hof heeft dit laatste echter miskend, zodat de Hoge
Raad de hofuitspraak vernietigt en verwijst. Tot slot merkt de Hoge Raad nog op dat
bijstand van een raadsman niet betekent dat bijstand door een advocaat moet worden
verkregen. Vereist is slechts dat de bijstandsverlener is staat is om effectieve juridische
bijstand te verlenen in de desbetreffende punitieve zaak.