De verwachting is dat het Pakket Belastingplan 2025 een groot aantal maatregelen zal Het Belastingplan 2025 en het wetsvoorstel overige Fiscale maatregelen 2025 bevatten Aanpassing van fiscale voertuigdefinities De BPM en MRB hanteren voertuigdefinities die afwijken van de officiële registratie Aanpassing BPM-tarieven aan nieuwe berekening CO₂-uitstoot De hoogte van de BPM op personenauto’s is afhankelijk van hun CO₂-uitstoot. Europese BPM-forfait voor bestelauto met onbekende CO₂-uitstoot Per 1 januari 2025 vervalt de BPM-vrijstelling voor de bestelauto van een ondernemer. Vereenvoudiging BPM-vrijstelling bestelauto’s gehandicapten Bestelauto’s voor gehandicapten zijn vrijgesteld van BPM. Doordat vanaf 2025 BPM-heffing Tariefkorting in MRB voor personenauto’s De verwachting is dat het Belastingplan 2025 een maatregel zal bevatten om stagnatie Aanvraagprocedure voor MRB nihiltarief voor autobussen De motorrijtuigenbelasting kent een nihiltarief voor autobussen wanneer deze op aardgas Elektrisch rijden In het hoofdlijnenakkoord stelt het kabinet dat het de verduurzaming van het wagenpark Afbouw van vrijstelling in kolenbelasting De kolenbelasting kent een vrijstelling voor de uitslag en de invoer van kolen die Afschaffing van salderingsregeling voor kleine verbruikers Huishoudens en kleine bedrijven kunnen met eigen zonnepanelen opgewekte elektriciteit Verlaging van energiebelasting op aardgas Het nieuwe kabinet heeft in het hoofdlijnenakkoord aangegeven van plan te zijn de Waterstof krijgt eigen tarief energiebelasting Nu geldt voor waterstof hetzelfde tarief in de energiebelasting als zijn fossiele Verhoging belastingvermindering energiebelasting Als gevolg van een amendement op het Belastingplan 2024 vindt een afbouw plaats van Specificatie vrijstelling energiebelasting bij elektrolyse Er geldt een vrijstelling van energiebelasting voor de levering of het verbruik van Aanscherping van CO₂-heffing industrie Al in het Klimaatakkoord is voor de industrie de doelstelling opgenomen om de uitstoot Differentiatie naar afstand in vliegbelasting In het hoofdlijnenakkoord is de invoer van een gedifferentieerde vliegbelasting naar Wijzigingen in de CO₂-heffing glastuinbouw Op grond van de Wet Fiscale Klimaatmaatregelen Glastuinbouw (Wet FKM GTB) vindt op Accijns brandstoffen Het nieuwe kabinet heeft in het hoofdlijnenakkoord aangegeven de huidige accijnsverlaging Vervallen van verouderde bepalingen over naheffing accijns De Wet op de accijns bevat bepalingen voor het naheffen of teruggeven van accijns Herinvoeren gebruik rode diesel voor landbouw In het hoofdlijnenakkoord is voorgesteld om de zogeheten rode diesel met ingang van Invoering van circulaire plastic heffing Het hoofdlijnenakkoord rept van een plan om met ingang van het jaar 2028 een circulaire Bron: MvF 16-04-2024.
bevatten die zien op autobelastingen en de milieuheffingen.
naar verwachting diverse maatregelen met betrekking tot de milieuheffingen. Aanvankelijk
zou het Belastingplan 2025 ook een voorstel bevatten om de tarieven van de derde,
vierde en vijfde schijf van de energiebelasting op aardgas te verhogen. In het hoofdlijnenakkoord
heeft het nieuwe kabinet echter aangekondigd deze verhoging terug te draaien. Ook
bevat het hoofdlijnenakkoord diverse aanwijzingen over beoogde wijzigingen in de milieuheffingen.
Het is echter nog maar de vraag of deze voorstellen ook in het pakket Belastingplan
2025 belanden. Veel van deze voorstellen dienen pas na 2025 in te gaan. Voor de volledigheid
komen deze plannen in het hoofdlijnenakkoord hier toch aan bod. Redactionele aanpassingen
van wetten zijn hier buiten beschouwing gelaten.
in het kentekenregister. Het is daardoor bijvoorbeeld mogelijk dat een voertuig in
het kentekenregister staat ingeschreven als een bedrijfsauto, terwijl deze fiscaal
wordt aangemerkt als personenauto. Het voorstel is om in de fiscaliteit vanaf 2025
de officiële voertuigregistraties te volgen.
regelgeving leidt tot een nieuwe methode waarop men de CO₂-uitstoot van hybride aangedreven
personenauto’s (PHEV’s) moet bepalen. Effectief leidt dit tot een substantieel hogere
CO₂-uitstoot voor PHEV’s met ingang van 1 januari 2025. Per 1 januari 2027 zal een
verdere verhoging plaatsvinden. De BPM kent een specifieke tarieftabel voor PHEV’s
die als gevolg van deze ontwikkeling aanpassing behoeft of misschien zelfs komt te
vervallen.
De BPM zal voor bestelauto’s worden gebaseerd op de CO₂-uitstoot. Van een klein aantal
bestelauto’s is de CO₂-uitstoot onbekend of men zou moeten terugvallen op NEDC in
plaats van WLTP. Zonder aanvullende wetgeving dreigt de BPM voor deze groep voertuigen
daardoor gebaseerd te worden op een onbetrouwbaardere methode of een hoge forfaitaire
waarde. Dat is voor de desbetreffende groep voertuigen onwenselijk. Het voorstel is
om voor deze situatie te voorzien in een specifiek forfait. Dit voorstel zal waarschijnlijk
in het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2025 belanden.
plaatsvindt bij reguliere bestelauto’s, zal vaak voorfinanciering moeten plaatsen.
De importeur zal immers eerst de BPM afdragen en pas later de gehandicapte de BPM
terugvragen. Het wetvoorstel Overige Fiscale maatregelen 2025 zal onder andere een
voorstel bevatten om dit proces te vereenvoudigen zodat voorfinanciering is te voorkomen.
van de ingroei van emissievrije personenauto’s in het wagenpark te voorkomen. Deze
maatregel bestaat uit de invoering per 1 januari 2026 van een tariefkorting van 40%
in de motorrijtuigenbelasting (MRB) voor emissievrije personenauto’s. Deze korting
zal vervolgens geleidelijk aflopen naar 35% in 2029 en naar 30% in 2030.
of lpg rijden en wanneer deze hoofdzakelijk worden gebruikt voor het openbaar vervoer.
De wetgeving is onduidelijk over hoe en vanaf welk moment aanspraak is te maken op
het nihiltarief. Het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2025 zal naar verwachting
voorzien in een expliciete verzoekprocedure voor dit nihiltarief.
wil blijven steunen. De elektrische rijder gaat eerlijk bijdragen, om de opbrengsten
op de lange termijn houdbaar te houden.
men duaal gebruikt. Oorspronkelijk was in het wetsvoorstel Fiscale klimaatmaatregelen
industrie en elektriciteit onder meer voorgesteld om deze vrijstelling af te bouwen.
De Eerste Kamer heeft dit wetsvoorstel echter verworpen. De verwachting is dat het
nieuwe kabinet zal voorstellen om deze maatregel door te voeren.
terugleveren aan het net. Dankzij de zogeheten salderingsregeling is de jaarlijks
opgewekte elektriciteit weg te strepen tegen het jaarlijkse verbruik. Daarover hoeven
zij geen energiebelasting te betalen. Als iemand meer opwekt dan verbruikt, ontvangt
diegene voor het overschot een vergoeding. Deze vergoeding moet redelijk zijn. In
het hoofdlijnenakkoord is aangegeven dat het nieuwe kabinet de salderingsregeling
voor klein verbruikers met ingang van 1 januari 2027 beëindigd.
energiebelasting op aardgas te verlagen. Per 1 januari 2025 moet een verlaging plaatsvinden
van het tarief in de eerste en tweede schijf (tot 170.000 m3) met € 0,028 per m3, oplopend naar € 0,048 per m3 in 2030 (in prijspeil 2024). Dit levert voor een huishouden met een gemiddeld verbruik
(1.050 m3 aardgas) een financieel voordeel op van circa € 29 per jaar in 2025 oplopend naar
circa € 50 per jaar in 2030.
tegenhanger aardgas. Daardoor ontbreekt een fiscale prikkel om aardgas te vervangen
door waterstof bij energetische toepassingen. Het Belastingplan 2025 zal daarom naar
verwachting een eigen tarief in de energiebelasting voor waterstof introduceren.
het verlaagde energiebelastingtarief op elektriciteit die wordt geleverd aan bepaalde
walstroominstallaties. Deze afbouw zal in 2033 zijn voltooid; het tarief is dan gelijk
aan het tarief in de derde schijf elektriciteit. Het is de bedoeling dat het voordeel
voor 2024 niet via een tariefverlaging, maar op een andere manier toekomt aan elektriciteitsverbruikers.
Om precies te zijn zal het gaan via een verhoging van de belastingvermindering met
€ 0,04 inclusief btw. In het Wetsvoorstel Belastingplan 2025 zal men dit wettelijk
vastleggen met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2024.
elektriciteit die men gebruikt voor chemische reductie en elektrolytische en metallurgische
procedés. In de toekomst kan de productie van waterstof door middel van elektrolyse
onder de bestaande vrijstelling voor elektriciteitsverbruik voor elektrolytische procedés
vallen. Het Belastingplan 2025 zal een maatregel bevatten die de vrij te stellen processtappen
voor elektrolytische waterstofproductie uitbreidt naar elektriciteitsverbruik bij
de voorbereiding van water voor omzetting. Daarnaast komt er een voorstel om de stappen
met duidelijkere normen te beschrijven.
van broeikasgassen in 2030 met 14,3 megaton te verminderen. In 2021 is de CO₂-heffing
industrie geïntroduceerd om deze emissiereductiedoelstelling voor de industrie te
borgen. Bedrijven die meer broeikasgassen uitstoten dan de vrijgestelde emissieruimte
moeten de heffing betalen over deze uitstoot. De vrijgestelde emissieruimte wordt
toegekend in de vorm van verhandelbare dispensatierechten. Het vorige kabinet heeft
aangekondigd dat het pakket Belastingplan 2025 een apart wetsvoorstel zal bevatten
met wijzigingen van de CO₂-heffing industrie: de Wet aanscherping CO₂-heffing industrie.
afstand aangekondigd. Vluchten over lange afstanden zullen meer worden belast omdat
deze meer uitstoot hebben. Het nieuwe kabinet verwacht dat deze maatregel een opbrengst
van € 248 miljoen euro oplevert. Overigens zal deze wijziging naar verwachting pas
per 2027 plaatsvinden.
1 januari 2025 de invoering plaats van de CO₂-heffing glastuinbouw. In de Wet FKM
GTB zijn tijdelijke tarieven opgenomen voor deze heffing. Momenteel vindt een tariefstudie
plaats met als doel de bepaling van de hoogte van het tarief van de heffing. Dit tarief
moet men opnemen in de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm). De wetgever zal dit
realiseren door in het Belastingplan 2025 onder andere een wijziging van de Wet FKM
GTB op te nemen. Een andere wijziging in de Wet FKM GTB betreft de zogeheten placeholder.
Nu is de minister van LNV aangewezen als uitvoerder voor de CO2-heffing glastuinbouw.
Het is nodig dat men dit wijzigt naar de juiste uitvoerder.
op brandstoffen met een jaar te willen verlengen tot en met 2025.
voor veraccijnsde voorraden in het geval van een verhoging respectievelijk verlaging
van de brandstofaccijns. Deze bepalingen bestaan al lang. Maar zij worden bijna altijd
buiten werking gesteld omdat deze voor de Douane onuitvoerbaar zijn. Daarom is het
plan om in het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2025 de desbetreffende wetsartikelen
te schrappen.
het jaar 2027 opnieuw in te voeren voor de landbouwsector. Rode diesel is diesel die
onder een lager accijnstarief valt dan gewone diesel.
plastic heffing in te voeren. Aan deze maatregel zitten met ingang van 2028 uitvoeringskosten
verbonden van circa € 5 miljoen structureel.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de Successiewet 1956 in strijd is met het discriminatieverbod. Een man, geboren in 1996, is niet erkend door zijn biologische vader (erflater), maar Oordeel van de Hoge Raad De Hoge Raad heeft geoordeeld dat voor de toepassing van de Successiewet een familierechtelijke Bron: Hoge Raad 06-09-2024.
Het betreft het hoge tarief erfbelasting dat van toepassing is voor een verkrijging
door een kind dat niet juridisch is erkend door zijn biologische vader, maar wel een
nauwe persoonlijke band (family life) met die vader had.
wel door de echtgenoot van zijn moeder. De biologische vader is overleden in 2017.
In het testament heeft de biologische vader zijn (niet-erkende) zoon benoemd tot erfgenaam.
De inspecteur heeft op de verkrijging door de niet-erkende zoon tariefgroep II voor
overige verkrijgers toegepast en ook de vrijstelling voor overige verkrijgers. Het
hof heeft geoordeeld dat tariefgroep I van toepassing is alsmede de kindvrijstelling.
Het hof oordeelde dat tariefgroep I en de kindvrijstelling van toepassing was. Bij
de Hoge Raad is in cassatie in geschil of op de verkrijging tariefgroep I en kindvrijstelling
van toepassing is of dat tariefgroep II en vrijstelling voor overige gevallen van
toepassing is.
betrekking vereist is. Die ontbrak. Echter, de Hoge Raad heeft erkend dat de Successiewet
in strijd is met het discriminatieverbod van art. 8 en art. 14 EVRM, omdat het onderscheid
maakt tussen huwelijkse en buitenhuwelijkse kinderen. De Hoge Raad kan dit rechtstekort
niet zelf oplossen. Het is aan de wetgever om dit rechtstekort te herstellen. De Hoge
Raad vernietigt de uitspraak van het hof, maar de aanslag blijft in stand. Het tarief
voor overige verkrijgers is van toepassing alsmede de vrijstelling voor overige verkrijgers.
Vanwege overschrijding van de redelijke termijn is de Staat veroordeeld tot betaling
van een immateriële schadevergoeding.
MKB-ondernemers, samenwerkingsverbanden en grootbedrijven uit de sectoren landbouw, De SLIM-subsidie is bedoeld om een leerrijke werkomgeving te stimuleren in het MKB. de doorlichting van de onderneming wat resulteert in een opleidings- of ontwikkelplan loopbaan- en ontwikkeladviezen; ondersteuning en begeleiding bij het ontwikkelen of invoeren van een leer- en ontwikkelmethode. het bieden van een praktijkleerplaats in de derde leerweg. Subsidie Het subsidiebedrag is afhankelijk van de aanvrager. Individuele MKB-ondernemers, Om subsidie te kunnen aanvragen moet men zich eerst registreren als aanvrager op het Internetconsultatie De SLIM-regeling is sinds 2020 beschikbaar en loopt aan het eind van dit jaar af Bron: Min. SZW 15-08-2024.
horeca en recreatie met personeel kunnen tot en met 30 september 2024, 17.00 uur weer
een aanvraag indienen voor de Stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in het MKB
(SLIM). Ook kan men reageren op een wijzigingsregeling SLIM-subsidie die ter internetconsultatie
is aangeboden.
De subsidie kan worden aangevraagd voor allerlei initiatieven die zijn gericht op
leren en ontwikkelen, zoals het onderzoeken van scholings- en opleidingsbehoeften
in een onderneming en het laten ontwikkelen van loopbaanadviezen voor werkenden in
de onderneming. Daarnaast biedt de regeling ruimte voor initiatieven gericht op het
ontwikkelen of invoeren van een methode die werknemers in de onderneming stimuleert
kennis, vaardigheden en beroepshouding verder te ontwikkelen. Er kan subsidie worden
aangevraagd voor:
dat gericht is op het inzichtelijk maken van de ontwikkelbehoefte om de leerrijke
werkomgeving te versterken. In 2024 kan men ook subsidie krijgen voor een leercultuurscan;
De L&O-methode moet gericht te zijn op het leren en ontwikkelen van werknemers binnen
de onderneming en dient werknemers te stimuleren om op een structurele wijze hun kennis,
vaardigheden en beroepshouding verder te ontwikkelen tijdens hun werkzaamheden;
met uitzondering van landbouwbedrijven, ontvangen maximaal € 25.000 subsidie. Voor
landbouwbedrijven bedraagt de maximale subsidie € 20.000. De subsidie voor een samenwerkingsverband
is maximaal € 500.000 maar de subsidie per samenwerkingspartners is maximaal € 200.000.
De subsidie voor grootbedrijven in de horeca, landbouw en recreatie is maximaal € 200.000.
subsidieportaal van Uitvoering Van Beleid (https://www.mijnuitvoeringvanbeleidszw.nl/runtime/server/session/login.html). Per aanvraagtijdvak kan een aanvrager slechts één aanvraag doen. Omdat de subsidieregeling
populair is, bestaat de kans dat het subsidieplafond wordt overschreden. De volgorde
van afhandeling wordt dan bepaald door middel van loting. Meer informatie hierover
en over de benodigde formats vindt u op https://www.uitvoeringvanbeleidszw.nl/subsidies-en-regelingen/slim/aanvragen
omdat de maximale termijn van vijf jaar is bereikt. Daarom is het nodig dat de regeling
wordt verlengd door middel van een wijzigingsregeling. Naast de verlenging wordt een
aantal inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. Dat is om de regeling meer in lijn te
brengen met het Uniform Subsidiekader. Ook vervalt de mogelijkheid voor grootbedrijven
om subsidie aan te vragen. Men kan daarnaast geen subsidie meer aanvragen voor het
aanbieden van praktijkleerplaatsen. De wijzigingsregeling ligt tot 20 september 2024
ter consultatie (https://www.internetconsultatie.nl/verlenging_slim_regeling/b1).
Per 6 september 2024 is de Belastingdienst gestopt met het beoordelen van modelovereenkomsten Het kabinet is tot de conclusie gekomen dat het huidige gebruik van modelovereenkomsten Bron: MvF 06-09-2024.
in verband met de afschaffing van het handhavingsmoratorium.
niet langer houdbaar is. Vanaf 6 september 2024 zal de Belastingdienst geen modelovereenkomsten
meer beoordelen. Op basis van de beginselen van behoorlijk bestuur zal de fiscus de
lopende goedgekeurde modelovereenkomsten eerbiedigen tot de einddatum van de goedkeuring.
De partijen kunnen dus tot de einddatum van de modelovereenkomst deze nog gebruiken.
De laatste einddatum is in 2029. De goedgekeurde lopende modelovereenkomsten bieden
overigens alleen zekerheid voor zover opdrachtgever en opdrachtnemer ook daadwerkelijk
werken zoals is overeengekomen in de modelovereenkomst.
Vanaf 1 januari 2025 veranderen de regels van de kleineondernemersregeling (KOR). Binnenkort ontvangen ondernemers die deelnemen aan de kleineondernemersregeling (KOR) De verplichte deelnameperiode van drie jaar komt te vervallen Nu geldt dat KOR-deelnemers met een omzet van maximaal € 20.000 per kalenderjaar verplicht Opnieuw aanmelden Als een ondernemer zich opnieuw wil aanmelden voor de KOR, dan hoeft die ondernemer Aan- of afmelden KOR in Mijn Belastingdienst Zakelijk Vanaf 1 oktober 2024 kan aan- of afmelden voor de KOR eenvoudiger en sneller in Mijn Einde KOR voor buitenlandse ondernemers per 1 januari 2025 Is een ondernemer niet in Nederland gevestigd, maar heeft die ondernemer hier wel Nieuw: EU-KOR Tot 1 januari 2025 kunnen ondernemers die zijn gevestigd in Nederland alleen de KOR Is een ondernemer deelnemer aan de EU-KOR in bijvoorbeeld Frankrijk, België en Italië, Beschrijving EU-KOR Met de EU-KOR berekent de ondernemer geen btw aan zijn klanten in andere EU-landen. Voorwaarden deelname EU-KOR Voor deelname aan de EU-KOR gelden een aantal voorwaarden. Zo moet bijvoorbeeld de Bron: Belastingdienst, 05-09-2024.
Ook wordt het mogelijk om de KOR aan te vragen in andere EU-landen: de EU-KOR.
een brief van de Belastingdienst over de wijzigingen van de KOR en de introductie
van de nieuwe EU-KOR.
drie jaar moeten deelnemen. Die verplichte deelnameperiode vervalt per 1 januari 2025.
Voor ondernemers in de KOR wordt het dus mogelijk om zich op elk moment af te melden.
niet meer drie jaar te wachten voor die ondernemer weer kan deelnemen. Vanaf 1 januari
2025 gaat deze zogenoemde uitsluitingsperiode alleen nog om de rest van het kalenderjaar
waarin de ondernemer zich had afgemeld en het kalenderjaar daarop.
Belastingdienst Zakelijk.
een vaste inrichting voor de btw én staat die ondernemer geregistreerd voor de KOR?
Dan mag die ondernemer vanaf 1 januari 2025 niet meer deelnemen aan de KOR.
in Nederland toepassen. Met de EU-KOR kunnen ondernemers vanaf 1 januari 2025 ook
een btw-vrijstelling krijgen voor een of meer EU-landen waar die ondernemer zaken
doet.
dan krijgt die ondernemer een btw-vrijstelling in deze drie landen. Maar die ondernemer
kan er ook voor kiezen om alleen in bijvoorbeeld België aan de EU-KOR mee te doen.
Dan krijgt die ondernemer alleen in België een btw-vrijstelling.
Ook trekt de ondernemer daar geen btw af, ook niet voor kosten die de ondernemer voor
zijn leveringen heeft gemaakt. En de ondernemer betaalt geen btw aan de belastingdienst
van het land waar hij zaken doet. De ondernemer hoeft daar dus geen btw-aangifte te
doen. Wel moet de ondernemer elk kwartaal een opgaaf kwartaalomzet indienen bij de
Belastingdienst. Dat is een overzicht van de omzet die de ondernemer in een kwartaal
in de hele EU heeft behaald.
hoofdvestiging van de onderneming in Nederland zijn gevestigd. Een andere voorwaarde
is de maximale jaaromzet van € 100.000 (in alle EU-landen, inclusief Nederland). Ook
moeten deelnemers aan de EU-KOR zich houden aan de nationale omzetgrens van het EU-land
waar ze de btw-vrijstelling willen toepassen.