Inloggen

Archief

Hof bevestigt afwijzing 30%-regeling door inspecteur

Een Indiase werknemer die via de regeling ‘zoekjaar afgestudeerden’ naar Nederland
is gekomen, komt niet in aanmerking voor de 30%-regeling.

Een werknemer uit India heeft eerst een jaar in België gestudeerd en is daarna naar
Nederland gekomen om werk te zoeken. Hij heeft enige tijd als uitzendkracht gewerkt
en vervolgens een vaste baan gevonden. De werknemer heeft samen met zijn werkgever
verzocht om de 30%-regeling, maar de inspecteur heeft dit verzoek afgewezen. In hoger
beroep bij Hof Den Haag is in geschil of de werknemer kwalificeert als een ingekomen
werknemer voor de 30%-regeling.

Werknemer kwalificeert niet als ingekomen werknemer Het hof oordeelt dat de werknemer niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij het aangaan
van de arbeidsovereenkomst buiten Nederland woonde. De werknemer verbleef bij het
aangaan van de arbeidsovereenkomst al enkele maanden in Nederland, had een Nederlandse
bankrekening en stond ingeschreven in de BRP. Deze omstandigheden wijzen op een duurzame
band met Nederland. Daarbij komt dat de werknemer niet aan het 150-kilometercriterium
voldoet, aangezien hij tijdens zijn studie in België woonachtig was. Het hof bevestigt
de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger van de werknemer ongegrond. De
werknemer heeft geen recht op de 30%-regeling voor ingekomen werknemers.

Bron: Hof Den Haag 26-11-2024 (gepubl. 11-12-2024).

In 2025 geen boetes bij handhaving schijnzelfstandigheid

De Belastingdienst gaat over het kalenderjaar 2025 nog geen boetes opleggen. Dit geldt
voor zowel verzuim- als vergrijpboetes. Organisaties kunnen eerst een waarschuwing
van de Belastingdienst krijgen voordat er zogenaamde boekenonderzoeken (controles)
worden ingesteld. Daarnaast worden alle goedgekeurde modelovereenkomsten automatisch
verlengd tot en met 31 december 2029. Met deze maatregelen geeft de Belastingdienst
uitvoering aan het verzoek van de Tweede Kamer voor een zachte landing bij de handhaving
op schijnzelfstandigheid.

Meer hierover is te lezen in het handhavingsplan arbeidsrelaties, tranche 2025 (https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/themaoverstijgend/brochures_en_publicaties/handhavingsplan-arbeidsrelaties) dat gepubliceerd is op de website van de Belastingdienst.

Zachte landing Handhaving vanaf volgend jaar betekent dat de Belastingdienst weer naheffingsaanslagen
loonheffingen kan opleggen als er binnen een organisatie sprake is van schijnzelfstandigheid,
maar niet verder terug dan 1 januari 2025. Bij een bedrijfsbezoek vindt een gesprek
plaats met organisaties om zicht te krijgen op de inhuur van zelfstandigen en het
mogelijke gebruik van schijnzelfstandigen. De belastinginspecteur kan de organisatie
erop wijzen dat het werken met schijnzelfstandigen voorkomen moet worden. De organisatie
wordt dan gewaarschuwd en krijgt de mogelijkheid de bedrijfsvoering te verbeteren.
Bij een volgend bezoek kunnen de belastinginspecteurs een boekenonderzoek instellen.
Dit kan naheffingsaanslagen loonheffingen als gevolg hebben. Met deze aanpak geeft
de Belastingdienst gehoor aan het verzoek van de Tweede Kamer om organisaties te kunnen
waarschuwen voor er boekenonderzoeken worden ingesteld. Dit is onderdeel van de zachte
landing bij de handhaving op schijnzelfstandigheid. Vanaf 2026 zullen de normale regels
voor het opleggen van boetes gelden.

Modelovereenkomsten Het huidige gebruik van modelovereenkomsten is niet langer houdbaar. Daarom heeft
het kabinet besloten om te stoppen met het beoordelen van modelovereenkomsten door
de Belastingdienst. Sinds 6 september 2024 neemt de Belastingdienst geen nieuwe aanvragen
of nieuwe verlengingen in behandeling. Opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen een
indicatie van de juiste kwalificatie van een arbeidsrelatie krijgen via de Webmodule
Beoordeling Arbeidsrelatie en zij kunnen gebruikmaken van de praktijkvoorbeelden en
vooroverleg. De lopende goedgekeurde modelovereenkomsten worden geëerbiedigd. De laatste
modelovereenkomst loopt eind 2029 af. Een voorwaarde daarvoor is uiteraard dat deze
modelovereenkomsten voldoen aan wet- en regelgeving. Dit betekent dat opdrachtgevers
en opdrachtnemers de goedgekeurde overeenkomsten conform de wens van de Kamer langer
kunnen gebruiken. Maar niet oneindig, omdat er dan geen sprake zou zijn van het uitfaseren
van modelovereenkomsten.

Bron: Belastingdienst 18-12-2024.

Evaluatie: diensttijdvrijstelling beperkt doeltreffend en niet doelmatig

De diensttijdregeling wordt beoordeeld als beperkt doeltreffend en als niet doelmatig.
Dit schrijft staatssecretaris Van Oostenbruggen in een Kamerbrief over de evaluatie
van de fiscale regeling voor diensttijdvrijstelling in de loonbelasting.

Het aantal werknemers dat jaarlijks een onbelaste jubileumuitkering ontvangt wordt
op basis van gegevens van het CBS en gegevens over CAO’s geraamd op 15.000 à 20.000.
Gebruikers van de diensttijdvrijstelling werken relatief vaak bij de overheid, in
het onderwijs of in de financiële dienstverlening of industrie. De kosten van de regeling
worden geraamd op € 36 miljoen per jaar. De regeling kan als beperkt doeltreffend
beoordeeld worden, omdat potentieel slechts 30-35% van alle werkende Nederlanders
van de regeling gebruik zou kunnen maken. Het is ook niet duidelijk of werkgevers
dankzij het bestaan van de diensttijdvrijstelling vaker een jubileumuitkering aan
hun werknemers aanbieden dan het geval zou zijn indien de diensttijdvrijstelling niet
bestond. De regeling is niet doelmatig, omdat hij beschouwd kan worden als een waardeoverdracht
van de belastingbetaler naar relatief welvarende werknemers, werknemers – vanwege
de jubileumuitkering – langer bij dezelfde werkgever blijven werken dan vanuit arbeidsmarktperspectief
wenselijk is en voor bepaalde groepen bevoordelend is. Vanuit breed welvaartsperspectief
is het twijfelachtig of het doel van de regeling nog nuttig is. De vrijstelling past
minder in de huidige tijd waarin werknemers worden aangemoedigd om lerend en wendbaar
te blijven. De uitkomsten van het onderzoek worden de komende tijd gewogen. In het
voorjaar van 2025 volgt een kabinetsreactie.

Bron: MvF 12-12-2024.

Is 8% belastingrente over aanslag Vpb toch toegestaan?

Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant mag de wetgever wel 8% belastingrente hanteren
bij aanslagen vennootschapsbelasting.

Een bv stelt voor de rechtbank dat het heffen van belastingrente in strijd is met
het eigendomsrecht. De rechtbank merkt echter op dat aan de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid
toekomt. Bovendien dient het heffen van belastingrente onder meer als prikkel tot
het tijdig en correct voldoen aan de aangifteverplichtingen. Dit is een legitiem doel,
evenals het voorkomen dat belastingplichtigen gaan sparen bij de Belastingdienst.
De rechtbank oordeelt daarom dat geen sprake is van een schending van het eigendomsrecht.

Wetgever is binnen zijn keuzevrijheid gebleven De bv stelt vervolgens dat het percentage van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting
te hoog is. De rechtbank beaamt dat de belastingrente hoger is dan de rente op de
kapitaalmarkt. De belastingrente is echter niet gerelateerd aan de rente op de kapitaalmarkt
maar aan de wettelijke rente voor handelstransacties. Deze is gelijk aan de herfinancieringsrente
van de Europese Centrale Bank met een opslag. Uit onderzoek is gebleken dat de belastingrente
in vergelijking met sommige andere rentetarieven aanzienlijk lager is. De wetgever
heeft bewust gekozen om voor de belastingrente voor de vennootschapsbelasting aan
te sluiten bij de wettelijke rente voor handelstransacties. Ook deze keuze valt binnen
de ruime keuzevrijheid van de wetgever. Daarmee komt Rechtbank Zeeland-West-Brabant
dus tot een ander oordeel dan Rechtbank Noord-Nederland.

Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 29-11-2024 (gepubl. 12-12-2024), Rb. Noord-Nederland
07-11-2024 (gepubl. 08-11-2024).

Webmodule beoordeling arbeidsrelaties is alleen hulpmiddel

De webmodule is een hulpmiddel bij de beoordeling van arbeidsrelaties en er kan geen
zekerheid aan ontleend worden. Dit betekent dat de uitkomst van de webmodule juridisch
niet houdbaar is in een geschil met de Belastingdienst. Minister Van Hijum geeft antwoord
op vragen over de webmodule beoordeling arbeidsrelaties.

De webmodule is een laagdrempelig instrument voor opdrachtgevers om een indicatie
te krijgen of bepaalde werkzaamheden zich ervoor lenen door een zelfstandige te worden
gedaan, of dat er gezien de feiten en omstandigheden sprake lijkt van een dienstbetrekking.
Aan deze indicatie kan geen zekerheid worden ontleend. Ten eerste moet in de praktijk
daadwerkelijk conform de beantwoording worden gewerkt. Ten tweede kan in een standaard
instrument, zoals de webmodule, nooit met alle feiten en omstandigheden rekening worden
gehouden. Het is aan opdrachtgevers en opdrachtnemers zelf om een juiste beoordeling
te maken. Omdat de webmodule een hulpmiddel is bij de beoordeling van arbeidsrelaties
en er geen zekerheid aan ontleend kan worden, betekent het ook dat de uitkomst van
de webmodule juridisch niet houdbaar is in een geschil met de Belastingdienst.

Deliveroo-arrest De webmodule vraagt alle elementen uit het Deliveroo-arrest uit. Echter, doordat de
vragen worden gesteld aan de opdrachtgever, worden slechts beperkt vragen gesteld
over het ondernemerschap van de werkende buiten de specifieke arbeidsrelatie om. Er
zijn prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld in een zaak tussen Uber en FNV.
Daarin wordt specifiek gevraagd hoe zwaar het ondernemerschap van de werkende moet
meewegen bij de kwalificatie van een arbeidsrelatie. Naar aanleiding van die uitspraak
wordt bezien in hoeverre hier meer aandacht voor moet zijn in de webmodule. De webmodule
kan bij de inhuur van een rechtspersoon niet gebruikt worden. Om de realiteitswaarde
van een rechtspersoon te kunnen beoordelen, is een uitgebreid onderzoek nodig naar
de rechtspersoonsvorm en de werkzaamheden van degene die wordt ingehuurd. Daar is
de webmodule niet geschikt voor. Het ministerie van SZW en de Belastingdienst als
uitvoerder hebben dezelfde opvatting over de status van de webmodule. De webmodule
is ontwikkeld in een ambtelijke werkgroep waarin beide organisaties en ook het UWV
en Financiën vertegenwoordigd waren.

Ondernemerscheck is iets anders De ondernemerscheck is bedoeld voor de ondernemer om na te gaan of hij aan alle voorwaarden
voldoet om ondernemer te zijn voor de inkomstenbelasting. De webmodule is bedoeld
voor opdrachtgevers om na te gaan of een opdracht kan worden uitgevoerd buiten dienstbetrekking
of dat er sprake moet zijn van een arbeidsovereenkomst. De ondernemerscheck geeft
geen antwoord over een specifieke arbeidsrelatie. Alleen de webmodule geeft een indicatie
over een specifieke arbeidsrelatie. De tekst onder het kopje ‘Het juiste contract
bij werken met bemiddelingsbureaus of detachering’ heeft voor verwarring gezorgd.
Bij de vraag of sprake is van werken onder het gezag van het bureau is mede relevant
of het bureau actief betrokken is bij werving en selectie en niet enkel partijen samenbrengt.
Tegelijkertijd kan bij de beoordeling ook de vraag met wie de zelfstandige een contract
heeft van belang zijn. Dit wordt verhelderd op de website.

Bron: Ministerie SZW, 12-12-2024.

© lArcade 2026