Inloggen

Archief

Btw belaste verhuur woonruimten

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de verhuur van appartementen door een
btw-ondernemer belast is met omzetbelasting.

De btw-ondernemer, eigenaar van een pand in Eindhoven, splitst dit pand in 2021 in
zeven appartementen en een winkelruimte. Vanaf het derde kwartaal van 2022 verhuurt
hij de appartementen volledig gemeubileerd voor maximaal zes maanden. De gemeente
Eindhoven kent de appartementen een woonfunctie toe, maar de huurovereenkomsten staan
inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) niet toe. In geschil bij Rechtbank
Zeeland-West-Brabant is of de verhuur van de appartementen belast is met omzetbelasting.
De inspecteur stelt dat de verhuur vrijgesteld is van omzetbelasting omdat het om
woningen gaat. De ondernemer betoogt dat de verhuur onder de short-stay-uitzondering
valt en dus belast is met omzetbelasting.

Verhuur appartementen belast met omzetbelasting De rechtbank oordeelt dat de verhuur van de appartementen belast is met omzetbelasting.
De appartementen worden volledig gemeubileerd en voor korte duur verhuurd, vergelijkbaar
met de verhuur door hotel- en vakantiebestedingsbedrijven. De rechtbank verwijst naar
het arrest Blasi van het EU Hof van Justitie en oordeelt dat de aard van de prestatie
doorslaggevend is. De verhuur valt onder de short-stay-uitzondering. Daardoor heeft
de ondernemer recht op aftrek van voorbelasting en teruggaaf van omzetbelasting.

Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 04-12-2024 (gepubl. 11-12-2024).

Verzoek indienen om herziening van belastingrente in VA-Vpb

De Belastingdienst ontvangt vragen over hoe bezwaar kan worden gemaakt tegen een VA
met belastingrente naar aanleiding van een uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland
over de hoogte van het rentepercentage.

De rechtbank besliste dat het belastingrentepercentage voor de Vpb onverbindend is.
De Belastingdienst is het niet eens met deze uitspraak. Het streven is om de onderliggende
rechtsvraag zo snel mogelijk aan de Hoge Raad voor te leggen.

Het is mogelijk om een verzoek in te dienen om herziening van belastingrente in een
voorlopige aanslag (VA) vennootschapsbelasting. Dit kan tot zes weken na dagtekening
van de definitieve aanslag Vpb, waarmee de VA wordt verrekend. Het is dus niet nodig
om voorafgaand aan de definitieve aanslag al om herziening te verzoeken. Dit is geregeld
in artikel 27, lid 5 van de Wet Vpb 1969.

Bron: Forum Fiscaal Dienstverleners 10-12-2024, Rb. Noord-Nederland 07-11-2024 (gepubl.
08-11-2024).

Ook 30%-regeling als baan geen motief was voor immigratie

Een werknemer die naar Nederland emigreert om andere redenen dan het vinden van een
dienstbetrekking in Nederland, kan nog steeds een ingekomen werknemer zijn.

Een Oekraïense man is in maart 2022 met zijn gezin naar Nederland gevlucht vanwege
de oorlog in Oekraïne. Van april tot augustus 2022 heeft hij gewerkt op een schip
dat onder Liberiaanse vlag voer in internationale wateren. Op 1 september 2022 is
hij een arbeidsovereenkomst aangegaan voor twaalf maanden. De man verzoek op 19 oktober
2022 om toepassing van de 30%-regeling. Maar de Belastingdienst wijst dit verzoek
af. De inspecteur stelt namelijk dat de werknemer niet als ingekomen werknemer kwalificeert
omdat hij niet voor werk naar Nederland was gekomen. Rechtbank Noord-Holland oordeelt
dat het motief van de verhuizing naar Nederland niet van belang is voor de 30%-regeling.
Bovendien oordeelt de rechtbank dat de werknemer op 1 september 2022 geen duurzame
band van persoonlijke aard met Nederland had. Hij woonde voor wat betreft de 30%-regeling
niet in Nederland en kwalificeert daarmee als ingekomen werknemer. Daarom is de 30%-regeling
toe te passen.

Bron: Rb. Noord-Holland 17-06-2024 (gepubl. 02-12-2024).

Boetecategorie verbod contante betalingen voor goederen vanaf € 3.000

Het ministerie van Financiën is een internetconsultatie gestart over het wijzigingsbesluit
boetecategorie verbod contante betalingen voor goederen vanaf € 3.000.

Door dit besluit komt er een boetecategorie voor handelaren die de regel overtreden
dat contante betalingen van meer dan € 3.000 niet zijn toegestaan. Dit geldt voor
handelaren die beroepsmatig of zakelijk goederen kopen en verkopen. De Wet plan van
aanpak witwassen zorgt voor de invoering van dit verbod door de Wet ter voorkoming
van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) te veranderen. In de Wwft is hiervoor
een nieuw art. 1f toegevoegd. De boetecategorie wordt doorgevoerd in het Besluit bestuurlijke
boetes financiële sector (Bbbfs). De internetconsultatie (https://www.internetconsultatie.nl/wbbbfswvpva/b1) staat open tot en met 12 januari 2025.

Bron: MvF 10-12-2024.

Rechtbank vermindert box 3-heffing tot werkelijk rendement

Rechtbank Noord-Holland heeft bepaald dat de box 3-heffing voor een belastingplichtige
buitenproportioneel is en in strijd met het EVRM. Het belastbaar inkomen uit sparen
en beleggen van € 138.422 is verlaagd naar nihil.

Het box 3-vermogen van een man en zijn echtgenote bestaat per 1 januari 2020 uit bank-
en spaartegoeden (€ 853.912), onroerende zaken (€ 325.630), geldvorderingen (€ 721.002),
aandelen en obligaties (€ 2.085.733). De inkomsten uit dit vermogen omvatten rente
op bank- en spaartegoeden, dividenden, huuropbrengsten en waardeveranderingen van
de vermogensbestanddelen, waaronder de effectenportefeuille. Deze is in 2020 met € 481.355
in waarde afgenomen. Daardoor is het werkelijk behaalde rendement in 2020 van het
box 3-vermogen negatief. Bij Rechtbank Noord-Holland is het de vraag of de man over
2020 geconfronteerd wordt met een individuele en buitensporige last door de forfaitaire
box 3-heffing.

Belastingheffing op basis van werkelijk rendement noodzakelijk De rechtbank oordeelt dat de heffing volgens de Wet rechtsherstel box 3 nog steeds
leidt tot een buitenproportionele belastingdruk. Daarom vermindert de rechtbank de
aanslag tot een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van nihil. De rechtbank
motiveert haar oordeel met de arresten van de Hoge Raad van 6 juni 2024. In die arresten
heeft de Hoge Raad bepaald dat belastingheffing op basis van het werkelijke rendement
noodzakelijk is om schending van art. 1 EP en art. 14 EVRM te voorkomen.

Bron: Rb. Noord-Holland 27-06-2024 (gepubl. 09-12-2024).

© lArcade 2026