Een vof die jarenlang verlies maakt met verpandingsactiviteiten heeft in 2018 geen Een man is vanaf 2015 firmant in een vennootschap onder firma (vof) samen met zijn Geen objectieve voordeelsverwachting Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigt dat de verpandingsactiviteiten van de vof Bron: hof Arnhem-Leeuwarden 17-06-2025 (gepubl. 27-06-2025).
objectieve voordeelsverwachting en vormt daarom geen bron van inkomen.
vader en broer. De vof houdt zich voornamelijk bezig met het verpanden van producten
waarbij cliënten vier weken krijgen om het verpandingsbedrag plus rente terug te betalen.
Lukt dat niet, dan wordt het product eigendom van de vof. Daarnaast verkoopt de vof
nieuwe huishoudelijke producten en wilde het vuurwerk verkopen, maar kreeg daarvoor
geen vergunning. De vof maakt van 2015 tot en met 2021 jaarlijks verlies, behalve
in 2022 toen een klein positief resultaat werd behaald. De inspecteur weigert het
verlies van 2018 (€ 47.597) in aftrek te brengen omdat de activiteiten geen bron van
inkomen vormen. De man gaat hiertegen in beroep.
in 2018 geen bron van inkomen vormen. Voor een bron van inkomen zijn drie voorwaarden
vereist: deelname aan het economische verkeer, het oogmerk om voordeel te behalen
en de objectieve verwachting dat voordeel redelijkerwijs kan worden behaald. Alleen
de laatste voorwaarde staat ter discussie. Het hof oordeelt dat de man niet aannemelijk
heeft gemaakt dat in 2018 een positieve opbrengst viel te verwachten. Daarbij weegt
mee dat de firmanten al vóór 2018 wisten dat de wettelijk toegestane rente voor beleningen
fors was verlaagd waardoor andere pandjeshuizen hun activiteiten staakten. Ook bleek
in 2016 dat de lucratieve vuurwerkverkoop niet was toegestaan. Bij de beoordeling
moet rekening worden gehouden met de rente op geldleningen die de vof had aangegaan
bij een bv van de firmanten tegen slechts 2% rente zonder aflossingsschema en zekerheden.
Het hof acht dit een zodanig groot debiteurenrisico dat een derde dit niet zou hebben
aanvaard of alleen tegen hogere rente. Zelfs met deze lage rente werden jaren achtereen
negatieve resultaten behaald, waardoor naar zakelijke maatstaven geen voordeel te
verwachten valt.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur bij het opleggen van de aanslagen IB/PVV 2021 Een man heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslagen IB/PVV over 2021 en 2022. In zijn Inspecteur mag uitgaan van renseignementen Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de inspecteur in beginsel mag uitgaan van de Onvoldoende onderbouwing van stelling De man heeft zijn stelling dat de inspecteur te weinig loonheffing heeft verrekend Bron: Rb. Noord-Nederland 10-06-2025 (gepubl. 30-06-2025).
en 2022 terecht is uitgegaan van de door uitkeringsinstanties en werkgevers aangeleverde
loongegevens. De belastingplichtige maakt niet aannemelijk dat er meer loonheffing
is ingehouden dan waarmee de inspecteur rekening heeft gehouden.
aangiften claimde hij voor 2021 een totaal van € 17.627 aan ingehouden loonheffing
en voor 2022 een bedrag van € 17.575. De inspecteur week af van deze aangiften en
verrekende voor 2021 slechts € 14.927 aan loonheffing en voor 2022 € 11.323. De inspecteur
baseerde zich hierbij op de renseignementen van de uitkeringsinstanties en de Sociale
Verzekeringsbank. Het verschil was aanzienlijk: voor 2021 ging het om € 2.700 minder
verrekende loonheffing dan de man had opgegeven, voor 2022 zelfs om € 6.252. De man
ging in beroep omdat hij stelde dat de inspecteur te weinig loonheffing had verrekend.
gegevens die hij van werkgevers, verzekeraars en uitkeringsinstanties krijgt. Uit
de overgelegde renseignementen blijkt dat de inspecteur deze één op één heeft gevolgd
bij het opleggen van de aanslagen. Nu de man stelt dat toch te weinig loonheffing
is verrekend, is het aan hem om aannemelijk te maken dat er meer loonheffing is ingehouden
op zijn inkomsten. De rechtbank merkt op dat het verschil tussen de aangifte en de
renseignementen mogelijk verklaard kan worden door een cijferverwisseling bij de ingehouden
loonheffing (€ 17.451 versus € 14.751).
niet nader onderbouwd met een berekening of met stukken. Opvallend is dat hij in 2022
weer ditzelfde bedrag aan loonheffing (€ 17.451) heeft aangegeven als het jaar ervoor.
Welke redenen hij ook had voor het opvoeren van deze bedragen, de rechtbank is van
oordeel dat de inspecteur bij het opleggen van de aanslagen is uitgegaan van de juiste
bedragen aan ingehouden loonheffing. Ook tegen de belastingrente van € 73 voor 2021
en € 358 voor 2022 heeft de man geen zelfstandige gronden aangevoerd. De rechtbank
verklaart de beroepen ongegrond.
Het ministerie van Financiën onderzoekt of de belastingvermindering in de energiebelasting De energiebelasting kent een belastingvermindering, een vast bedrag dat jaarlijks Verkenning en mogelijke voordelen van toespitsing op huishoudens Het ministerie van Financiën heeft onderzocht of de belastingvermindering uitsluitend Voor een gerichte toepassing is het noodzakelijk om vast te stellen wat een huishouden Vervolgstappen Het ministerie onderzoekt de komende periode op welke wijze en termijn de maatregel Bron: Verkenning belastingvermindering energiebelasting toespitsen op huishoudens
voortaan alleen nog aan huishoudens kan worden toegekend. Staatssecretaris Van Oostenbruggen
licht toe hoe deze maatregel de compensatie voor energiekosten gerichter en eenvoudiger
kan maken.
in mindering wordt gebracht op de energierekening, ongeacht het daadwerkelijke verbruik.
In 2025 bedraagt dit € 524,95 exclusief btw. Deze regeling, ook wel heffingskorting
genoemd, wordt op dit moment toegepast op alle elektriciteitsaansluitingen met een
verblijfsfunctie, waaronder woningen, bedrijfspanden en andere objecten waar langdurig
verblijf mogelijk is. Hierdoor komt de belastingvermindering niet alleen bij huishoudens
terecht, maar ook bij bedrijven en instellingen. De aanleiding voor de verkenning
is dat verhogingen van de belastingvermindering deels ten goede komen aan niet-huishoudens.
Ongeveer 9% van een verhoging komt terecht bij bedrijven en organisaties. Dit maakt
de maatregel minder gericht als compensatie voor stijgende energiekosten van huishoudens.
aan huishoudens kan worden toegekend. Dit zou het mogelijk maken om gerichter huishoudens
te compenseren, administratieve lasten te beperken en een budgettaire opbrengst te
realiseren. Naar schatting zou de maatregel € 427 miljoen opleveren in 2028.
is. Uit de verkenning blijkt dat een combinatie van gegevens uit de Basisregistratie
WOZ en de Basisadministratie Adressen en Gebouwen een goede afbakening mogelijk maakt.
Zo kan worden voorkomen dat bijvoorbeeld losstaande garageboxen of bedrijfspanden
onterecht in aanmerking komen voor de vermindering.
kan worden ingevoerd, zodat deze kan worden meegenomen in toekomstige politieke besluitvorming.
De Europese Commissie wil de invoer van goedkope pakketjes uit China aan banden leggen. De staatssecretaris van Financiën, Van Oostenbruggen, geeft in antwoord op Kamervragen De opbrengsten van de douanerechten worden beschouwd als traditionele eigen middelen Handling fee en consumentenprijzen De Commissie heeft in haar mededeling van 5 februari 2025 gesuggereerd dat lidstaten Bron: Antwoord op vragen van het lid Rep over het artikel ‘Brussel wil belasting van
De staatssecretaris ondersteunt het schrappen van de vrijstelling van invoerrechten
om fraude te bestrijden en een gelijk speelveld voor bedrijven te realiseren.
aan dat het kabinet bekend is met het voorstel om een belasting van € 2 op goedkope
pakketjes uit China te heffen. Dit voorstel maakt deel uit van een bredere modernisering
van het Douanewetboek van de Unie, waarin de huidige vrijstelling van invoerrechten
voor zendingen met een waarde tot en met € 150 wordt geschrapt. Volgens de staatssecretaris
past dit binnen de bredere inspanningen om fraude te bestrijden en een gelijk speelveld
te creëren tussen Europese en niet-Europese leveranciers van goederen.
van de Europese Unie en vloeien in beginsel toe aan de EU-begroting. Lidstaten ontvangen
een vergoeding voor het innen van de douanerechten, momenteel 25% van de opbrengsten.
De Europese Commissie heeft in haar impactassessment een inschatting gemaakt van de
extra opbrengsten op EU-niveau, die zij stelt op 12 miljard euro over 15 jaar. Voor
Nederland en andere lidstaten betekent dit dat de additionele opbrengst voor de nationale
schatkist beperkt blijft tot de 25% inningsvergoeding op de extra geïnde douanerechten.
een forfaitaire non-discriminatoire heffing kunnen invoeren. Dit idee wordt verder
uitgewerkt in het nieuwe Douanewetboek van de Unie. De exacte uitwerking en hoogte
van de heffing, een zogenoemde handling fee, worden nog nader bepaald. Een handling
fee kan leiden tot een beperkte stijging van de consumentenprijs van dergelijke producten.
De mate waarin dit doorwerkt in de prijs, is afhankelijk van de wijze waarop bedrijven
deze handling fee als kosten doorberekenen. De handling fee is bedoeld voor de kosten
van controle en afhandeling van de enorme hoeveelheid e-commerce pakketjes die dagelijks
Nederland binnenkomen. Het kabinet is positief over de introductie van een dergelijke
handling fee, omdat dit bijdraagt aan een efficiëntere afhandeling van de toestroom
van pakketjes en een gelijk speelveld voor bedrijven ondersteunt
€ 2 op goedkope pakketjes uit China’.
Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch wijst verzoek om geheimhouding van fiscale controledocumenten De inspecteur van de Belastingdienst mocht terecht bepaalde delen van controledocumenten De erven van twee belanghebbenden hadden navorderingsaanslagen inkomstenbelasting Privacy van ambtenaren wint het De inspecteur voerde vier gewichtige redenen aan voor geheimhouding. Ten eerste de Controlestrategie mag geheim blijven Als derde reden voerde de inspecteur het belang van de Belastingdienst bij een effectieve Bron: hof Den Bosch 21-05-2025 (gepubl. 27-06-2025).
toe vanwege privacy, controlestrategie en vrije meningsvorming.
geheim houden voor belanghebbenden. Dit gold voor alle aangevoerde gewichtige redenen:
privacy van ambtenaren, privacy van derden, het belang bij een effectieve controlestrategie
en het recht op vrije meningsvorming.
en premie volksverzekeringen over 2006 en 2007 gekregen. Rechtbank Zeeland-West-Brabant
had deze aanslagen vernietigd, waarna de inspecteur in hoger beroep ging bij Gerechtshof
‘s-Hertogenbosch. Bij zijn hoger beroep vroeg de inspecteur om geheimhouding van delen
van acht verschillende documenten. Het ging onder meer om een memo over aandachtspunten
verhuld vermogen, stukken over het project groepsverzoek Zwitserland en documenten
over Frans vermogen. De belanghebbenden stemden niet in met beperkte kennisneming,
waardoor het verzoek werd behandeld als een volledig geheimhoudingsverzoek.
privacy van individuele ambtenaren en ten tweede de privacy van derden. Het hof oordeelt
dat het belang bij bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer
aanzienlijk zwaarder weegt dan het belang van belanghebbenden bij kennisneming. De
kenbaarheid van deze gegevens is niet direct van belang voor de beslissing in de hoofdzaak.
Bovendien blijven de ambtenaren door hun unieke nummeraanduiding individualiseerbaar,
zodat belanghebbenden hen nog steeds als te horen personen kunnen aanwijzen.
controle en controlestrategie aan. Dit omvat een effectieve interne werkwijze en het
voorkomen van calculerend gedrag van belastingplichtigen. Het hof acht dit een gewichtige
reden omdat belastingplichtigen bij kennisname van de controlestrategie daarop zouden
kunnen anticiperen en daarmee controle door de Belastingdienst zouden kunnen frustreren.
Belanghebbenden voerden aan dat de vrees voor calculerend gedrag geen grond is voor
geheimhouding, omdat het om aanslagen over 2006 en 2007 gaat en de controlemethodieken
al publiek bekend zijn. Het hof ziet echter geen aanleiding anders te oordelen omdat
calculerend gedrag ook in andere stadia mogelijk is en de toegepaste aanpak ook relevant
kan zijn bij andere projecten.