De inspecteur mag van de rechtbank navorderen als door omzetting van een verlies uit Een vrouw en haar partner dienen aangiften IB/PVV in voor 2019 en 2020, waarbij de Navorderingsaanslag terecht opgelegd Rechtbank Gelderland oordeelt dat de navorderingsaanslagen terecht zijn opgelegd. Belastingrente verminderd door communicerende vaten De rechtbank vermindert wel de belastingrente met een beroep op de Hoge Raad-uitspraak Bron: Rb Gelderland 19-06-2025 (gepubl. 25-06-2025).
aanmerkelijk belang bij de partner de uitbetaalde algemene heffingskorting bij de
ander te hoog blijkt. De belastingrente wordt daarbij beperkt tot de periode na de
vermindering van de aanslagen.
vrouw recht heeft op uitbetaling van de algemene heffingskorting. De partner heeft
nog een verlies uit aanmerkelijk belang uit 2011, dat later wordt omgezet in een belastingkorting.
Hierdoor ontvangt de partner een teruggaaf. Vervolgens legt de inspecteur navorderingsaanslagen
op aan de vrouw voor het verschil tussen de uitbetaalde heffingskortingen en het bedrag
waar zij na de verrekening van de belastingkorting bij haar partner recht op heeft.
De vrouw stelt onder meer dat de inspecteur nalatig is geweest en dat zij onvoldoende
is gewezen op de gevolgen van de omzetting, waardoor zij financieel is benadeeld.
Het verzoek van de man om de belastingkorting vormt een nieuw feit dat de navorderingsaanslag
rechtvaardigt. De aangiften van de vrouw gaven geen aanleiding voor nader onderzoek.
Door de lagere belastingschuld van de man na toepassing van de belastingkorting heeft
de vrouw over 2019 geen recht meer op uitbetaling van de heffingskorting en over 2020
recht op een lager bedrag. De inspecteur mocht het verschil terecht navorderen. De
nagevorderde bedragen zijn juist berekend.
van 18 november 2022. Deze uitspraak bepaalt dat geen belastingrente in rekening kan
worden gebracht voor de periode dat een belastingplichtige de verschuldigde belasting
heeft betaald. De rechtbank past naar analogie het principe van communicerende vaten
toe: de ene belastingplichtige krijgt een bedrag terug (meestal zonder rentevergoeding)
terwijl de andere juist belasting moet betalen (met belastingrente). Omdat de teruggaaf
aan de man meer bedraagt dan de nagevorderde bedragen bij de vrouw, is zij alleen
belastingrente verschuldigd over de periode van 7 september 2022 tot 4 januari 2023.
De belastingrente wordt verminderd tot € 22 (2019) en € 32 (2020). Ook kent de rechtbank
de vrouw € 1.000 immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke
termijn.
De Belastingdienst zoekt voortdurend naar een evenwicht tussen het opsporen van fraude Dit blijkt uit het reflectieverslag ‘De fraudeaanpak en privacypuzzel’ van de Inspectie Urgente meldingen Dit verslag richt zich op het traject van urgente meldingen bij de directie Midden- Maatschappelijke druk De maatschappelijke druk op de Belastingdienst is groot: enerzijds wordt verwacht Organisatorische dynamiek De organisatie van de Belastingdienst is complex, met veel verschillende afdelingen Interpersoonlijke dynamiek De interpersoonlijke dynamiek speelt een belangrijke rol in het moeizame verloop van Conclusie Het verslag concludeert dat de dynamieken elkaar voortdurend beïnvloeden en dat er Bron: MvF, 24-06-2025.
en het waarborgen van privacyrechten. De aanpak van urgente meldingen loopt tegen
complexe organisatorische, maatschappelijke en interpersoonlijke dynamieken aan.
Belastingen, Toeslagen en Douane (IBTD).
en Kleinbedrijf (MKB) van de Belastingdienst. Uit onderzoek blijkt dat het verwerken
van meldingen over mogelijke fraude lange tijd stagneerde, omdat het proces niet voldeed
aan de eisen van de privacywetgeving. Hierdoor werden mensen soms onterecht vaker
geselecteerd voor controles of als potentiële fraudeurs bestempeld, wat negatieve
gevolgen kon hebben voor betrokkenen. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) constateerde
eerder al dat dit bijvoorbeeld leidde tot onterecht afgewezen betalingsregelingen.
De Belastingdienst moest daarom het meldingenproces herzien en aanpassen aan de privacywetgeving,
wat een moeizaam en langdurig proces bleek.
dat fraude effectief wordt bestreden, anderzijds moet de privacy van burgers strikt
worden gewaarborgd. Dit leidt tot een spanningsveld waarbij medewerkers vaak het gevoel
hebben dat zij moeten kiezen tussen deze belangen. De vertraging in het aanpassen
van het meldingenproces vergroot deze druk en leidt tot frustratie en een gebrek aan
energie bij betrokkenen. Tegelijkertijd versterkt deze vertraging het gevoel van urgentie
en de behoefte aan snelle actie, wat de situatie verder compliceert.
en rollen die betrokken zijn bij het meldingenproces. Door onduidelijkheid over rollen
en verantwoordelijkheden en gefragmenteerde betrokkenheid van medewerkers, ontstaan
er miscommunicatie en een gebrek aan een gedeeld beeld. Dit belemmert de voortgang
en maakt besluitvorming moeilijker. De versnippering van betrokkenheid zorgt ervoor
dat verschillende standpunten en expertises niet goed bij elkaar komen, wat de inrichting
van een privacy-compliant proces vertraagt.
het traject. Medewerkers hebben vanuit hun beroepstrots en professionaliteit de wens
om het beste te doen voor de samenleving, zowel op het gebied van fraudebestrijding
als privacybescherming. Door gebrek aan begrip voor elkaars vakgebieden versterken
zij echter elkaars terughoudendheid en voorzichtigheid, wat de besluitvorming verder
bemoeilijkt. Ook speelt de angst om risico’s te nemen mee bij het toepassen van privacywetgeving.
geen eenduidig begin- of eindpunt is aan te wijzen. De versnippering, rolonduidelijkheid
en onderlinge afhankelijkheid maken het ingewikkeld om het meldingenproces op orde
te krijgen. Toch zijn er hefbomen voor verandering: door meer gedeeld begrip, heldere
rolverdeling en betere samenwerking kan het proces verbeterd worden. In maart 2025
meldde de staatssecretaris dat het meldingenproces inmiddels gereed is om meldingen
conform privacywetgeving te ontvangen, te toetsen en te behandelen, al moeten in de
praktijk nog enkele stappen worden gezet.