Inloggen

Archief

Waardering voor Belastingdienst gedaald

De waardering voor de Belastingdienst is gedaald. Dit blijkt uit een online onderzoek door de Belastingdienst zelf onder de diverse doelgroepen van de Belastingdienst. In het onderzoek is onder meer gekeken naar het functioneren en imago van de fiscus, de waardering van de dienstverlening, het aangifteproces, de belastingmoraal en compliance.
Het onderzoek richtte zich op zes doelgroepen: particulieren en toeslaggerechtigden (burgers) en aan de zakelijke kant ondernemingen, douaneklanten, fiscaal dienstverleners en toeslagen. Het gemiddelde rapportcijfer voor het functioneren van de Belastingdienst is in 2014 gedaald. Alleen bij de douaneklanten is dit cijfer nog gestegen naar een 7,0 en het oordeel van ondernemers en particulieren bleef gelijk, maar de rapportcijfers die de fiscaal dienstverleners, toeslagen intermediairs en toeslaggerechtigden gaven zijn gedaald. Waardering is er voor het aangifteprogramma inkomstenbelasting van de Belastingdienst. Meer dan 90% van de ondervraagden vindt het zeer duidelijk en slechts 7% vindt het programma (zeer) onduidelijk. De aangifteprogramma’s voor ondernemingen (LH, OB, VpB, IB) worden over het algemeen als neutraal tot (zeer) duidelijk beoordeeld, waarbij het btw-programma er het best uitkomt. 88% vindt dit (zeer) duidelijk. Opvallend is dat het IB-programma bij deze groep als het minst wordt beoordeeld. Slechts 57% vindt dit (zeer) duidelijk. Zo’n 83% van de particulieren die de vooraf ingevulde aangifte hebben ingevuld, zijn hier (zeer) tevreden over. Gemiddeld 71% van de ondervraagden denkt dat de gevolgen van het bewust fout invullen van de aangifte of de aanvraag voor een toeslag ernstige gevolgen kan hebben. De zakelijke doelgroepen schatten die gevolgen ernstiger in dan de burgers. Gemiddeld 87% vindt het (volstrekt) onaanvaardbaar als iemand doelbewust fraudeert en belasting ontduikt of een te hoog bedrag aan toeslagen probeert ter krijgen. Bij de zakelijke doelgroepen ligt dit percentage tussen de 87% en de 94%, bij particulieren en toeslaggerechtigden ligt dit tussen de 73% en de 76%. Bron: fiscalemonitor.nl.

Mismatch op arbeidsmarkt neemt toe

Het UWV waarschuwt voor een groeiende mismatch op de Nederlandse arbeidsmarkt. Ondanks de hoge werkloosheid kunnen werkgevers met name in technische en ICT-beroepen onvoldoende gekwalificeerd personeel vinden. Dit staat in het op 4 december gepubliceerde rapport Sectoren in beeld. In diverse sectoren zijn er bovendien zorgen over de beschikbaarheid van personeel nu de economie aantrekt. Ook leidt vergrijzing tot het vertrek van ervaren vakmensen.
Uit het rapport Sectoren in beeld komt naar voren dat de productie en werkgelegenheid in meer dan de helft van de sectoren nog altijd niet terug zijn op het niveau van voor de crisis. In onder meer de bouw, de financiële dienstverlening, de chemie en de uitzendbranche en arbeidsbemiddeling kromp het aantal banen in de periode 2008-2013 met meer dan 10%. Prognoses voor de arbeidsmarkt duiden ook voor de komende jaren op een geringe toename van het aantal banen. De banengroei zal voor een belangrijk deel komen van de uitzendbranche en intermediairs. Met name in de specialistische zakelijke dienstverlening en de bouwnijverheid wordt meer werkgelegenheid verwacht. Door toenemende automatisering en digitalisering zijn structureel veel banen verdwenen in onder meer de landbouw, industrie en financiële dienstverlening. Er zijn echter ook groeibranches: de IT, bepaalde technische diensten, online winkels en de opslag en dienstverlening voor het vervoer. In die branches is het aantal banen de afgelopen tien jaar soms fors gegroeid. Ook binnen de industrie zijn er groeibranches, zoals de machine-industrie en de reparatie en installatie van machines. Het UWV verwacht dat ruim de helft van de werkgelegenheidsgroei gaat naar zzp’ers en uitzendkrachten. De inzet van uitzendkrachten is tijdens de crisis gedaald, maar recente prognoses duiden weer op een forse groei. Dit is doorgaans een teken van aantrekkende werkgelegenheid, maar het aandeel van de flexibele schil zal de komende jaren naar verwachting wel toenemen. Naast een overschot van personeel is er in bepaalde segmenten van de arbeidsmarkt krapte, bijvoorbeeld in technische en ICT-beroepen, en moeilijk vervulbare vacatures. Om die knelpunten op te lossen is volgens de onderzoekers een actief arbeidsmarktbeleid nodig. De positie van laagopgeleiden komt verder in het gedrang door technologische ontwikkelingen en hevige concurrentie op de arbeidsmarkt. Door automatisering en digitalisering worden hogere eisen gesteld aan het personeel, waardoor minder vraag is naar middelbaar opgeleiden die vervolgens vaker aan de slag gaan op een lager niveau. Bron: UWV 4-12-2014

Geen verschoonbare termijnoverschrijding

Bezwaar tegen de eigen afdracht zal zich voordoen als een inhoudingsplichtige het niet eens is met een heffing of een standpunt van de Inspecteur en dat geschil in overleg met de Belastingdienst wil afhandelen. De termijn die geldt voor het maken van bezwaar tegen de eigen afdracht is echter op voorhand niet voor iedereen duidelijk en dat kan te maken hebben met het ontbreken van een rechtsmiddelenclausule.
Een auto-importeur heeft in 2010 en 2011 aangifte gedaan met het oog op voldoening van belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM). De aangifte is op naam van de importeur gedaan door zijn toenmalige gemachtigde, een op het gebied van invoer van auto’s deskundig kantoor. De importeur heeft het in de aangifte berekende bedrag aan BPM voldaan nadat hij van de inspecteur een betaalbericht had ontvangen. De importeur heeft tegen de voldoening van het bedrag aan BPM niet tijdig bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft het bezwaar daarom niet ontvankelijk verklaard. De voldoening of afdracht op aangifte van een bedrag als belasting wordt voor de mogelijkheid van beroep gelijkgesteld met een voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur. Bij belastingen die worden geheven bij wege van voldoening of afdracht op aangifte is echter geen sprake van een door de inspecteur daadwerkelijk gegeven beschikking. Om die reden ontbreekt een clausule waarin is opgenomen door wie, binnen welke termijn en bij welk bestuursorgaan bezwaar kan worden gemaakt of beroep kan worden ingesteld. Het ontbreken van een dergelijke rechtsmiddelenclausule kan met zich meebrengen dat overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar is. Als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een belanghebbende wist dat hij binnen een bepaalde termijn bezwaar moest maken is de termijn echter niet verschoonbaar. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als de aangifte is gedaan door een gemachtigde met verstand van zaken, waarvan in deze zaak sprake was. De Hoge Raad stelt de Inspecteur daarom in het gelijk. Bron: HR 5-12-2014

Cao-afspraak over tarief zelfstandigen mogelijk

Volgens het Europese Hof van Justitie kunnen in een cao afspraken worden opgenomen waarmee een minimumtarief voor zelfstandigen worden vastgelegd. Volgens het EU Hof strookt dit met het EU kartelrecht, mits de betreffende zelfstandigen zich in een vergelijkbare situatie bevinden als werknemer. Het Hof volgt hiermee een eerder advies van de advocaat-generaal. Of het in deze zaak om echte zelfstandigen gaat of niet zal moeten worden uitgezocht door Hof Den Haag.
De zaak betrof een geschil tussen FNV Kiem en de werkgeversvereniging Vereniging van Stichtingen Remplaçanten Nederlandse Orkesten over een bepaling in de cao Nederlandse Orkesten (2006-2007) waarin een bepaling voor een minimumtarief voor orkestremplaçanten was opgenomen. Dit minimumtarief gold niet alleen voor remplaçanten in het kader van een dienstverband (werknemers), maar ook voor zelfstandige remplaçanten. De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) verbood dit, omdat het in strijd zou zijn met het mededingingsrecht. FNV Kiem was tegen het verbod van de NMa in beroep gegaan en in deze zaak had Hof Den Haag prejudiciële vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie. In zijn arrest merkt het EU-Hof op dat, voor zover een vakbond onderhandelingen aangaat namens en voor rekening van zelfstandigen die er lid van zijn, zij niet optreedt als vakvereniging en dus als sociale partner, maar in werkelijkheid werkzaam is als ondernemersvereniging. Dat neemt echter niet weg dat een bepaling in een collectieve arbeidsovereenkomst kan worden geacht het resultaat te zijn van een sociale dialoog ingeval bedoelde dienstverleners, namens en voor rekening van wie de werknemersorganisatie onderhandelingen heeft gevoerd, in werkelijkheid ‘schijnzelfstandigen’ vormen. De FNV, de Nederlandse regering en de Commissie hebben aangegeven dat in de huidige economie niet altijd gemakkelijk de status van ondernemer van bepaalde zelfstandigen, zoals de remplaçanten, kan worden bepaald. In een eerder arrest heeft het EU Hof als aangegeven dat de kwalificatie als ‘zelfstandige’ naar nationaal recht niet uitsluit dat een persoon moet worden aangemerkt als ‘werknemer’ in de zin van het Unierecht, indien zijn zelfstandigheid slechts fictief is en dus een echte arbeidsverhouding verhult. Hof Den Haag moet daarom nagaan of de zelfstandige remplaçanten als ‘werknemers’ in de zin van het recht van de Unie, dan wel als echte ‘ondernemingen’ in de zin van dat recht zijn aan te merken. Bron: EU HvJ 4-12-2014

Registreer btw-nummer niet Europees

De Europese Commissie en de Belastingdienst waarschuwen op hun site ondernemers om hun btw-nummer niet Europees te laten registreren. Dit brengt hoge kosten met zich mee en is niet nodig.
Veel ondernemers krijgen de laatste tijd een aanbod om hun btw-nummer te laten registreren op Europees niveau (EU-VAT Registration) tegen hoge kosten die soms oplopen tot meer dan € 700. Een dergelijke registratie is onnodig. Alleen belastingdiensten registreren en geven btw-nummers af. Btw-nummers worden bij afgifte automatisch ook op Europees niveau geregistreerd. Er is dus geen enkele reden om dat nummer op een andere manier te laten registreren. Ga dus niet in op een dergelijk aanbod. Inmiddels zijn hierover in Europa al honderden fraudemeldingen binnengekomen. Andere Europese ondernemers kunnen de echtheid van een btw-nummer kosteloos controleren op de internetsite van de Europese Commissie. Bron: EC 19-11-2014, Belastingdienst 28-11-2014

© lArcade 2026