Inloggen

Archief

Misbruik bij premiekorting oudere werknemers

In antwoord op Kamervragen geeft minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan dat hij overweegt de regeling voor premiekorting oudere werknemers aan te passen om mogelijk misbruik tegen te gaan.
De regeling premiekorting oudere werknemers voorziet in een premiekorting voor de werkgever die een oudere werknemer (per 1 januari 2015 een werknemer van 56 jaar of ouder, in voorgaande jaren 50 jaar of ouder) in dienst neemt vanuit een uitkeringssituatie. De regeling moet het aantrekkelijker maken voor werkgevers om ouderen in dienst te nemen. Naar aanleiding van signalen dat werkgevers misbruik van de regeling zouden maken, door eerst met een beëindigingsovereenkomst de arbeidsovereenkomst met een oudere werknemer te beëindigen en vervolgens de werknemer na een korte uitkeringsperiode (soms één dag) weer in dienst te nemen, zijn door het Kamerlid Mulder (VVD) vragen gesteld. In zijn beantwoording van vragen geeft minister Asscher aan dat bij de Belastingdienst signalen bekend zijn van deze vorm van misbruik. Niet bekend is op welke schaal en of dit plaatsvindt door middel van beëindigingsovereenkomsten. De minister acht het wel een onwenselijke situatie en wil naar aanleiding van dit signaal de regelgeving zo spoedig mogelijk aanpassen en werkgevers hierop aanspreken. De suggestie van Mulder om te toetsen of de werknemer eerder in dezelfde functie bij het bedrijf werkzaam was, zal hij daarbij meewegen. Bron: Min SZW 13-01-2015

Alleen onvoorwaardelijk verschuldigde vergoeding verrekenen

De eigen bijdrage van een werknemers kan worden verrekend met de bijtelling in zake het privégebruik van een ter beschikking gestelde auto. Volgens de Hoge Raad kan dit echter alleen als de vergoeding door de werknemer in het betreffende loontijdvak onvoorwaardelijk verschuldigd is geworden.
Een vennootschap stelt in de jaren 2006 en 2007 aan haar dga een auto ter beschikking. De vennootschap laat een bijtelling vanwege privégebruik van de auto achterwege. In een aanvulling op de arbeidsovereenkomst van 12 december 2007 is opgenomen dat voor zover om welke reden dan ook ter zake van de ter beschikking gestelde auto een bijtelling wegens privégebruik zou moeten plaatsvinden, eenzelfde bedrag wordt aangemerkt als een ter zake van het privégebruik verschuldigde vergoeding, zodat per saldo geen bijtelling plaatsvindt. Tevens is vastgelegd dat de vergoeding aan het einde van een boekjaar in rekening courant zal worden verrekend. Omdat een sluitende rittenadministratie ontbreekt, legt de inspecteur over de jaren 2006 en 2007 naheffingsaanslagen op. Nadat het bezwaar tegen deze aanslagen in 2009 is afgewezen, wordt in rekening-courant een bedrag gelijk aan de bijtelling voor de auto in rekening gebracht. Voor de Hoge Raad is in geschil of de bedragen die in 2009 in rekening courant zijn verwerkt, zijn aan te merken als eigen bijdrage voor het privégebruik van de auto en of deze in mindering kunnen worden gebracht op de bijtelling ter zake van dat privégebruik over 2006 en 2007. Een bijtelling wordt slechts in aanmerking genomen voor zover zij uitgaat boven de vergoeding die de werknemer voor het gebruik voor privédoeleinden is verschuldigd. Daarvoor is volgens de Hoge Raad echter niet vereist dat de vergoeding ook in het desbetreffende aangiftetijdvak, loontijdvak of boekjaar is betaald of verrekend. Wel moet ermee rekening worden gehouden dat het systeem van de wet meebrengt dat de inhoudingsplichtige gehouden is om de belasting in te houden op het tijdstip waarop het loon wordt genoten en om de in het aangiftetijdvak ingehouden belasting binnen een maand na afloop van dat tijdvak op aangifte af te dragen. In het licht daarvan kan slechts rekening worden gehouden met vergoedingen voor privégebruik voor zover deze reeds in het desbetreffende tijdvak onvoorwaardelijk verschuldigd zijn geworden. Het bedrag dat in 2009 in rekening courant is verwerkt, komt derhalve niet in de jaren 2006 en 2007 als eigen bijdrage op de bijtelling in mindering. Bron: HR 9-01-2015

Deelkwalificaties wel in aanmerking voor afdrachtvermindering onderwijs

In tegenstelling tot Rechtbank Noord-Nederland heeft Hof Arnhem-Leeuwarden geoordeeld dat een opleiding voor deelkwalificaties wel kan kwalificeren voor de afdrachtvermindering onderwijs.
De zaak betrof een vennootschap die 67 van haar werknemers bij een onderwijsinstelling had ingeschreven voor het traject 'Praktijk/Basisoperator'. Bij het afsluiten van dit traject ontvingen zij een deelcertificaat voor het praktijkdeel van de opleiding Basisoperator. Dit praktijkdeel is onderdeel van de Crebo-erkende opleiding tot Basisoperator. Naast het praktijkdeel omvat de gehele opleiding nog drie deelkwalificaties. De inspecteur en de rechtbank waren van oordeel dat de afdrachtvermindering onderwijs niet van toepassing was, omdat de onderwijsinspanning niet gericht was op het afronden van de volledige beroepsopleiding. Het uiteindelijke voldoen aan de eindtermen is geen voorwaarde voor de afdrachtvermindering onderwijs, maar de onderwijsinspanning moet wel gericht zijn. In deze zaak was de inschrijving van de werknemers, op een enkele uitzondering na, niet gericht op het volgen van de volledige opleiding. In hoger beroep komt Hof Arnhem-Leeuwarden echter tot een ander oordeel. Volgens het hof is noch in de wettekst, noch in de toelichting daarop opgenomen dat deelkwalificaties niet als beroepspraktijkvorming kunnen worden aangemerkt. Een redelijke uitleg van artikel 14 Wva in combinatie met de desbetreffende bepalingen in de WEB brengt met zich dat tot het volgen van beroepspraktijkvorming van de beroepsbegeleidende leerweg eveneens het volgen van beroepsonderwijs leidend tot deelkwalificaties behoort. Naar aanleiding van de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden hebben de Kamerleden Omtzigt, Geurts (beiden CDA) Van Meenen (D66) en Schouten (ChristenUnie) vragen gesteld. De Kamerleden willen weten of de staatssecretaris in cassatie gaat. Verder willen de parlementariërs onder meer weten of de staatssecretaris bereid is – gedurende de cassatieprocedure – alle correcties van de Belastingdienst te ‘bevriezen’ teneinde verdere schade bij leerbedrijven te voorkomen, en of hij bedrijven die al een naheffing hebben betaald tegemoet wil komen. Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 16-12-2014

‘Staken levert niks op’

Vakbond De Unie zweert het stakingsmiddel af. Volgens de bond levert staken niks op. ‘Als argumenten aan tafel niet helpen, dan helpt een polonaise op het Malieveld zeker niet.’ Waar De Unie wel in gelooft is een goed gesprek met de werkgevers over waar werknemers met dit land naar toe willen.
Volgens Unie-voorzitter Reinier Castelein kunnen werknemers niet langs de zijlaan blijven staan nu de technologische ontwikkelingen zo snel gaan. Volgens hem toont De Unie Arbeidsmonitor dat harde acties of stakingen niks gaan opleveren. Integendeel: er gaan in 2015 nog 100.000 banen verloren. In reactie op de werkgeversorganisaties, die gecoördineerd aankondigen de vakbond desnoods buiten de deur te houden, stelt Castelein dat het tijd is om de verantwoordelijkheid te nemen en aan tafel te blijven zitten. ‘Een hete lente levert geen dialoog, continuïteit en kans op inkomenszekerheid’. Volgens Castelein leveren harde acties aan de poort, demonstraties op het Malieveld en stakingen alleen maar verliezers op. Juist door het nieuwe ontslagrecht, de radicaal veranderde arbeidsmarkt met een sterkere positie van werkgevers bij massaontslagen en saneringen is het volgens hem van belang om te kijken naar ruimere scholingsmogelijkheden en wil hij werknemers voorbereiden op een hybride loopbaan waarin verschillende vormen van loondienst, uitzendwerk en zzp’schap te combineren zijn. Volgens Castelein werkt de flexibiliteit die werkgevers willen twee kanten op. De arbeidsmarkt verandert, daarom moeten werknemers mee veranderen. ‘Bij die houding past het niet om met het mes op tafel de gesprekken aan te gaan. Wij zeggen dus heel duidelijk, in 2015 gaan wij er aan de onderhandelingstafel uitkomen. Als argumenten aan tafel niet helpen, dan helpt een polonaise op het malieveld zeker niet.’ Volgens Castelein zijn er natuurlijk enkele werkgevers die het spel niet netjes spelen, maar het gros verdient gewoon een constructieve gesprekspartner. Vanuit de andere bonden is er afwijzend gereageerd op de uitlatingen van Castelein. In een Twitter-bericht van CNV Vakmensen noemt vice-voorzitter Piet Fortuin het opgeven van het belangrijkste pressiemiddel een zwaktebod van De Unie. Verschillende FNV-bestuurders hebben zich eveneens afwijzend uitgelaten. Martin Overbeeke, FNV secretaris Gooi & Vechtstreek, wijst er in een Twitter-bericht op dat de essentie van onderhandelen is dat partijen ook machtsmiddelen kunnen inzetten als dat nodig is. Bron: De Unie 12-01-2015 Foto: Rob Kints / Shutterstock.com

Opnieuw onderhandelingen over cao VVT

Rechtbank Midden-Nederland heeft de onderhandelaars van ActiZ, BTN, Abvakabo FNV, CNV Publieke Zaak, FBZ en NU '91 terugverwezen naar de onderhandelingstafel. Volgens AbvaKabo FNV is de tekst van de cao VVT 2014-2016 die is aangeboden voor algemene verbindend verklaring, niet gelijk aan het bereikte en door de leden goedgekeurde onderhandelingsresultaat.
In het onderhandelingsakkoord werd onder andere een nieuwe minimum salarisschaal voor de huishoudelijke zorgmedewerkers afgesproken. Volgens Abvakabo FNV kwam de tekst van de cao VVT 2014-2016 inzake deze minimum salarisschaal echter niet overeen met het bereikte onderhandelingsresultaat. Zij hebben dan ook een kort geding aangespannen om de algemeen verbindend verklaring te verhinderen. Volgens de rechter valt uit het onderhandelingsakkoord niet af te leiden dat er nog nadere afspraken over de invoering van de minimumschaal moeten worden gemaakt zoals ActiZ c.s. wordt gesteld. De rechter beslist dan ook in het voordeel van AbvaKabo FNV. Consequentie is dat er voorlopig nog geen cao voor de sector van verpleeg- en verzorgingshuizen, thuiszorg, jeugdgezondheidszorg en kraamzorg is. Bron Rb. Midden-Nederland 31-12-2014, Zorgvisie.nl 05-01-2015, CNV 07-01-2015

© lArcade 2026