Volgens het CBS leverde de export van goederen en diensten naar EU-landen Nederland in 2013 € 140 miljard op. Dat is na aftrek van benodigde import. Deze export was goed voor 1,4 miljoen voltijdbanen. Dat is ruim een vijfde van het Nederlandse BBP en van de werkgelegenheid.
Bedrijven exporteerden in 2013 voor € 385 miljard goederen en diensten naar EU-landen. Daar was € 245 miljard aan import voor nodig. Bijvoorbeeld, bedrijven importeren aardolie, maken er benzine van en exporteren deze. Ook importeren Nederlandse bedrijven smartphones uit China om ze weer te verkopen aan andere landen. Deze wederuitvoer levert per euro export wel veel minder op dan de in Nederland zelf geproduceerde goederen en diensten. In totaal houdt Nederland € 140 miljard over aan de export naar EU-landen.
In 2013 was de export naar EU-landen goed voor 1,4 miljoen voltijdbanen (vte). Dat is twee derde van de ruim 2 miljoen voltijdbanen door de export. Het is een vijfde van de totale Nederlandse werkgelegenheid. Dit werk was er vooral in de bedrijfstakken handel, vervoer, zakelijke dienstverlening en industrie, samen goed voor 1,1 miljoen voltijdbanen. Een bedrijfstak als het onderwijs is veel meer op het binnenland gericht dan op het buitenland. De werkgelegenheid verbonden aan export is daar dan ook veel lager.
De industrie exporteert zelf en de zakelijke dienstverlening is een belangrijke toeleverancier van exporteurs. Bijvoorbeeld, een accountantskantoor werkt half voor een fabriek die alleen exporteert en half voor een bakkersconcern dat alleen voor Nederlandse consumenten produceert. Dan is de helft van de werkgelegenheid bij het accountantskantoor te danken aan de export.
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft twee algemene maatregelen van bestuur over de transitievergoeding uitgebracht. Eén maatregel regelt het overgangsrecht voor de transitievergoeding, de ander geeft de voorwaarden die gelden voor het in mindering brengen van transitie- en inzetbaarheidskosten. De maatregelen gelden vanaf 1 juli 2015.
Door het besluit dat het overgangsrecht voor de transitievergoeding regelt wordt voorkomen dat werkgevers, die op 1 juli 2015 nog gebonden zijn aan bijvoorbeeld een cao of sociaal plan of aan individuele afspraken over vergoedingen of voorzieningen bij ontslag, dubbel moeten betalen.
Transitiekosten zijn kosten van maatregelen in verband met het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst, gericht op het voorkomen van werkloosheid of het bekorten van de periode van werkloosheid van de werknemer. Inzetbaarheidkosten zijn kosten die verband houden met het bevorderen van de inzetbaarheid van de werknemer buiten de organisatie van de werkgever, die al eerder tijdens het dienstverband zijn gemaakt. Voorwaarde is dat de door de opleiding verworven kennis en vaardigheden niet zijn aangewend om een functie bij de werkgever uit te oefenen. De belangrijkste voorwaarde waaronder transitie- en inzetbaarheidskosten in mindering mogen worden gebracht op de transitievergoeding is dat de werknemer vooraf moet instemmen met het maken van de kosten en het in mindering brengen daarvan op zijn transitievergoeding. Die voorwaarde geldt niet als de werkgever kosten maakt als gevolg van collectieve afspraken waar hij aan gebonden is en evenmin bij kosten voor een duale opleiding.
Bron: Min. SZW 11-05-2015
Per 1 juli 2015 treedt het onderdeel ontslagrecht van de Wet werk en zekerheid in werking. Om de regels toe te lichten heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een ministeriële regeling, de Ontslagregeling, gepubliceerd.
In de Ontslagregeling worden regels over het ontslagrecht uit de Wet werk en zekerheid verder toegelicht en uitgewerkt. Zoals de regels met betrekking tot een redelijke grond voor ontslag. Dit omvat ook regels over de mogelijkheid van deeltijdontslag en van ontslag bij het uitbesteden van werkzaamheden door een werkgever aan derden. Daarbij worden regels gegeven met betrekking tot het herplaatsen van werknemers op een andere passende functie, wat onder een passende functie moet worden verstaan en de termijn die geldt om te bezien of herplaatsing mogelijk is. Ook zijn er regels voor het bepalen van de ontslagvolgorde bij het vervallen van arbeidsplaatsen binnen een categorie uitwisselbare functies en regels om te bepalen in welke volgorde werknemers in aanmerking komen voor wederindiensttreding.
Ook is een regeling gepubliceerd waarin regels worden gegeven voor de inrichting van de procedure waarmee het UWV toestemming verleent om de arbeidsovereenkomst op te zeggen vanwege bedrijfseconomische omstandigheden of wegens langdurige arbeidsongeschiktheid en de hierbij geldende termijnen. Voor een andere dan de hier genoemde ontslaggronden krijgt men geen toestemming.
Bron: Min. SZW 11-05-2015
Voor veel werknemers zal het vakantiegeld dit jaar tegenvallen. Bij de uitkering van bijzondere beloningen rekening wordt namelijk rekening gehouden met de afbouw van de heffingskortingen. Voor het vakantiegeld betekent dit dat er in veel gevallen het nettobedrag lager zal uitvallen.
De achteruitgang in vakantiegeld is voor hogere inkomens het grootst: tweeënhalf keer modaal ontvangt door afbouw van de heffingskortingen € 256 minder vakantiegeld; anderhalf keer modaal houdt netto € 242 minder vakantiegeld over. Bij twee keer modaal valt het vakantiegeld netto € 204 lager uit en bij een modaal inkomen is het vakantiegeld netto € 59 minder. Zit men op het minimumloon, dan is het vakantiegeld netto niet lager dan voorheen.
Bron: ADP, 7-05-2015
Een belastingplichtige die bezwaar had gemaakt tegen haar aangifte inkomstenbelasting, kreeg van de inspecteur een vooraankondiging van de uitspraak op bezwaar. Door op het meegestuurde reactieformulier aan te geven dat zij haar bezwaar introk, verspeelde zij haar mogelijkheden om in beroep te gaan.
De vrouw had vrijwilligerswerk verricht voor twee stichtingen. Zij ontving hiervoor geen vergoeding en trok in haar aangifte IB 2009 een vrijwilligersvergoeding als gift af. De inspecteur heeft deze giftenaftrek gecorrigeerd, waartegen de vrouw bezwaar maakte. De inspecteur stuurt vervolgens een vooraankondiging van de uitspraak op bezwaar, met als bijlage een ‘Reactieformulier bezwaar: Horen en inzage’. Op dit formulier geeft de vrouw aan dat zij haar bezwaarschrift intrekt en zet haar handtekening. De inspecteur doet alsnog uitspraak op bezwaar en verleent alsnog een aftrek voor gemaakte vervoerskosten in verband met vrijwilligerswerkzaamheden. De aanslag wordt dienovereenkomstig verminderd.
De vrouw gaat bij de rechtbank en vervolgens het hof in beroep tegen de gecorrigeerde giftenaftrek. Zij stelt per ongeluk haar bezwaarschrift te hebben ingetrokken. Ook de inspecteur laat ze dit per brief weten. Deze stelt echter geen brief te hebben ontvangen. Rechtbank en hof vinden dat de vrouw niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij de inspecteur heeft geïnformeerd over haar vergissing. Volgens het hof kon men uit het ingevulde en ondertekende reactieformulier niet anders concluderen dan dat zij uitdrukkelijk haar bezwaar had ingetrokken. Op een dergelijke intrekking kan men volgens een eerder arrest van de Hoge Raad niet terugkomen. Ook al had de inspecteur de brief ontvangen, dan zou dit het nog niet anders maken.
Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 29-04-2015