In 2018 zijn er in totaal 160.000 klachten binnengekomen bij aanbieders van verzekeringen. De klachten betroffen zowel particuliere als zakelijke verzekeringen. Het merendeel van de klachten betreft de twintig grootste aanbieders. Bijna de helft van de klachten had betrekking op zorgverzekeringen.
Voor het eerst hebben aanbieders van verzekeringen aan AFM een rapportage gestuurd van de klachten die bij hen binnenkomen. Deze klachtenrapportage geeft het aantal geregistreerde klachten per fase van de dienstverlening weer. De klachtenrapportage zegt niets over of een klacht gegrond was en hoe deze is afgehandeld. De rapportage betreft aanbieders van verzekeringen met een Nederlandse vergunning en buitenlandse aanbieders met een bijkantoor in Nederland.
Het merendeel (90%) van alle 160.000 unieke klachten bleek afkomstig van 20 van de 178 verzekeraars, die qua premieomvang en aantal polissen de grootste van alle marktpartijen zijn. Bijna de helft van het aantal gerapporteerde klachten was afkomstig uit de (grootste) deelmarkt zorg. Daarna volgen de deelmarkten schade (58.000 klachten) en leven (27.000 klachten).
Deze eerste rapportage fungeert als een nulmeting. De AFM zal aanbieders van verzekeringen elk jaar vragen om informatie over lopende, ontvangen en afgesloten klachten te rapporteren. De jaarlijkse klachtenrapportage moet AFM helpen bij het efficiënter en effectiever maken van het toezicht. AFM zal de gegevens ook delen met de Europese pensioen- en verzekeraarstoezichthouder EIOPA voor het jaarlijkse Consumer Trends Report.
Bron: AFM 3-10-2019
De gemachtigde van een dga meldt aan de Belastingdienst dat in een bepaald jaar is besloten tot kwijtschelding van de rente die de dga verschuldigd was over een lening van zijn bv. Volgens de dga was dit echter in een later jaar, maar hij laat het na dit met bewijsstukken te onderbouwen. als hij van mening is dat de kwijtschelding in een ander jaar heeft plaatsgevonden.
Een dga had in 2014 een schuld van € 5,1 miljoen aan zijn bv. Die bracht € 54.940 aan rente over die schuld aan haar dga in rekening. Deze rente bleef de dga in eerste instantie schuldig, later schold de bv de rente kwijt. In geschil bij Hof Den Haag is of de kwijtschelding kwalificeert als inkomen uit aanmerkelijk belang. Het hof oordeelt dat de dga een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang heeft genoten als het besluit tot kwijtschelding in 2014 is genomen.
De brief van de gemachtigde van de dga vermeldde dat in 2014 het besluit tot kwijtschelding was genomen. De dga stelt echter dat het besluit in 2016 is genomen. Het hof vindt dat de dga deze stelling nader had moeten onderbouwen met stukken. Dat heeft de dga niet gedaan. De dga vindt voorts dat de inspecteur niet kan navorderen, omdat deze niet over een nieuw feit beschikt. Het hof verwerpt deze stelling. De dga had het grootste deel van de schuld aan de bv in box 3 in zijn aangifte opgenomen. Dat betekent dat voor de inspecteur de verschuldigde rente niet zichtbaar was in de aangifte. Daarbij komt dat het saldo van de lening behoorlijk schommelde. Dus de wijziging van het saldo van de lening kwam ook door andere oorzaken dan het bij- of afboeken van de rente. Verder zijn er volgens het hof ook geen feiten die de inspecteur aanleiding hadden moeten geven te twijfelen over de ingediende aangifte. Ook het beroep van de dga op dwaling wijst het hof af. De dga handelde in zijn hoedanigheid van debiteur van de vordering en in zijn hoedanigheid van bestuurder en enig certificaathouder van de bv. Hij moest zich bewust zijn geweest dat kwijtschelding niet zakelijk was.
Bron: Gerechtshof Den Haag 18 september 2019
Op 17 september oordeelde de rechter dat Amsterdam niet op de vingers getikt hoeft te worden voor de introductie van de ja/ja sticker op brievenbussen.
Eerder besloot de gemeenteraad tot de introductie van deze sticker om het ongewenst bezorgen van gratis folders in te dammen. Dat benadeelt de retail die folders verspreidt enorm. Alleen waar een sticker op de brievenbusklep prijkt, mag nu nog een folder bezorgd worden.
INretail wil een landelijke en uniforme regeling. “Daar moeten gemeenten en ondernemers allebei mee uit de voeten kunnen. Er moet duidelijkheid komen waar nu chaos heerst. Allerlei lokale besluiten zorgen voor verschillende regels en retailers die drukwerken willen verspreiden weten niet meer waar ze aan toe zijn.”
Onoverzichtelijkheid
Nu de rechter zich heeft uitgesproken over de situatie in Amsterdam stijgt de kans dat ook andere gemeenten maatregelen gaan nemen. En dat vergroot de onoverzichtelijkheid en maakt daarom een landelijke regeling nodig, vindt INretail. Utrecht, Rotterdam, Nijmegen hebben al laten weten ook over te willen stappen naar de ja/ja-sticker.
Ban op gratis huis-aan-huis blad?
Meerdere gemeenten willen zelfs zo ver gaan dat ook de gratis huis-aan-huis weekbladen alleen maar door de brievenbus mogen als daar een JA-sticker op zit. Dat vindt INretail veel te ver gaan, want het zijn vaak de kleinere mkb-bedrijven die in deze bladen adverteren. Het zou wel eens de doodsteek kunnen worden voor gratis wekelijkse huis-aan-huis krant.
Bron: Inretail 30-09-2019
Een huurwoning is geen verpleeginrichting en kan ook niet op één lijn worden gesteld met een ziekenhuis of andere inrichting waarin zorg wordt verstrekt. Huur van een woning vanwege chronische rugklachten kan dan ook niet tot aftrek van specifieke zorgkosten leiden.
Een vrouw leeft met haar drie kinderen gescheiden van haar partner. De partner woont in een huurwoning. Chronische rugklachten zijn de reden dat de partner niet met zijn gezin kan samenwonen. De vrouw verzorgt haar partner in de huurwoning en zo nodig brengt zij haar partner ook naar het ziekenhuis. In de aangifte inkomstenbelasting claimt zij aftrek van specifieke zorgkosten voor de betaalde huur en overige kosten van de woning. Het verblijf van de partner is volgens haar vergelijkbaar met verblijf in een ziekenhuis of andere inrichting waarin zorg wordt verleend. De inspecteur is het hier niet mee eens. In hoger beroep stelt de vrouw dat de partner door de chronische rugklachten genoodzaakt is elders te gaan wonen.
Het hof oordeelt dat de huurwoning niet is aan te merken als een verpleeginrichting in de strikte betekenis van het woord. Een dergelijke woning is ook niet op één lijn te stellen met een ziekenhuis of andere inrichting waarin zorg wordt verleend zoals bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Ook is de door de vrouw geboden verzorging en begeleiding van haar partner niet van medische aard. Aftrek van specifieke zorgkosten voor de betaalde huur en overige kosten van de huurwoning is dus niet mogelijk.
Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 17-09-2019
Het kabinet wil de aftrekbaarheid van opleidingskosten bij de berekening van de transitievergoeding verruimen. Ook opleidingskosten voor een andere functie bij dezelfde werkgever moeten onder voorwaarden in aftrek kunnen worden gebracht bij de berekening van de transitievergoeding.
Inzetbaarheidskosten zijn volgens het Besluit voorwaarden in mindering brengen kosten op transitievergoeding nu onder voorwaarden aftrekbaar bij de berekening van de transitievergoeding indien zij zijn gemaakt voor activiteiten ter bevordering van de inzetbaarheid van de werknemer buiten de organisatie van de werkgever, tenzij de verworven kennis en vaardigheden zijn aangewend om een functie bij de werkgever uit te oefenen.
Het kabinet wil dat werknemers zich blijven ontwikkelen tijdens hun loopbaan. Om werkgevers te stimuleren hieraan bij te dragen wil het kabinet de aftrekbaarheid van opleidingskosten uitbreiden naar kosten die hun medewerkers maken voor een opleiding voor een andere functie binnen hetzelfde bedrijf. Eind vorig jaar had het kabinet al een aanpassing van het Besluit voorwaarden in mindering brengen kosten op transitievergoeding ter consultatie voorgelegd. Dit heeft nu geresulteerd in een aangepast besluit dat voor advies naar de Raad van State is gestuurd. De bedoeling is dat het aangepaste besluit per 1 januari 2020 in werking treedt.
Bron: Min SZW 27-09-2019