Inloggen

Archief

Overweeg deelname aan het Oranje Handelsmissiefonds 2024

Nederlandse ondernemers met internationale ambities en interesse kunnen hulp krijgen
van het Oranje Handelsmissiefonds. Het fonds wil ondernemers helpen om nieuwe deuren
in het buitenland te openen. Ieder jaar maken tien bedrijven kans op ondersteuning
bij het opbouwen van een internationaal netwerk, omdat zij zelf vaak niet het netwerk
of de armslag hebben om zelfstandig de buitenlandse markt te verkennen.

Op 1 november 2023 zijn tien Nederlandse bedrijven tot winnaar van het Oranje Handelsmissiefonds
2023 uitgeroepen. Van de bijna 250 inschrijvingen bleken zij de besten. De winnaars
krijgen een jaar lang ondersteuning bij het realiseren van hun exportdroom.

De winnaars blonken uit door de kracht van hun product of dienst, hun ambities, duurzaamheid
en motivatie om te exporteren. Hun overwinning kreeg dit jaar extra glans door het
tienjarig bestaan van het Oranje Handelsmissiefonds (OHMF).

Dit fonds helpt sinds 2013 jaarlijks tien mkb-bedrijven hun buitenlandse netwerk uit
te breiden. De winnaars worden in 2024 ondersteund met een persoonlijk programma,
om voet aan de grond te krijgen in hun exportland. Dit bestaat onder andere uit hulp
van het internationale netwerk van de partners, meegaan op handelsmissie, hulp bij
zakenpartners vinden en kennisondersteuning vanuit de partners. Hiervoor werken meerdere
partners met elkaar samen. De andere deelnemers en genomineerden gaan overigens niet
met lege handen naar huis. Voor hen is er ook een prijzenpakket.

Nederlandse ondernemers met internationale ambities en interesse in hulp van het fonds
kunnen hun gegevens achterlaten op de website van het OHMF (https://www.oranjehandelsmissiefonds.nl/). Het fonds laat u dan weten wanneer de inschrijving opent. Op de website is ook
meer informatie te vinden over de voorwaarden.

Bron: RVO.nl 03-11-2023.

€ 0 belast box 3-rendement voor in koers gedaalde altcoin

Rechtbank Noord-Holland heeft het belastbare rendement op altcoins, die sterk in koers
waren gedaald, op nihil gezet.

Op grond van de wettekst is het box 3-inkomen van een vrouw over 2018 vastgesteld
op € 5.064. De vrouw stelt dat dit rendement te hoog is en dat zij recht heeft op
rechtsherstel. Zij betwist onder meer dat een deel van haar bezittingen, een aangehouden
hoeveelheid cryptovaluta (altcoins), box 3-bezittingen zijn. De rechtbank verwerpt
dit standpunt. De wet bepaalt dat overige vermogensrechten met een waarde in het economische
verkeer bezittingen zijn. Daarbij is het begrip ‘vermogensrecht’ in de inkomstenbelasting
ruimer dan in het burgerlijk wetboek. Cryptovaluta zijn daarom vermogensrechten. Bovendien
verhandelt men cryptovaluta in het economische verkeer en voorziet hen van een koerswaarde.
Door deze omstandigheden kwalificeren altcoins en andere cryptovaluta als bezittingen
in box 3.

Werkelijk rendement op cryptovaluta was negatief Vervolgens is de vraag of de box 3-heffing over de altcoins te hoog is. De vrouw
maakt aannemelijk dat de altcoins een zeer volatiele belegging vormen. De waarde van
deze belegging fluctueert sterk, maar heeft in 2018 een sterk dalende tendens laten
zien. Ook verklaart de vrouw geloofwaardig dat in 2018 geen onttrekkingen uit de altcoins
bezittingen hebben plaatsgevonden. Zij heeft alleen een storting van € 6.000 gedaan.
Ten slotte heeft de koerswaarde van de altcoins op 1 januari 2018 en 1 januari 2019
€ 154.016 respectievelijk € 5.987 bedragen. De rechtbank berekent het werkelijk rendement
op € 5.987 -/- € 154.016 -/- € 6.000 = € 154.029 negatief. Dit werkelijk rendement
werkt zeer sterk af van het forfaitaire rendement, ook na de toepassing van de Wet
rechtsherstel box 3. Daarom biedt de rechtbank verder rechtsherstel door het belastbare
rendement op de altcoins op nihil te stellen.

Bron: Rb. Noord-Holland 14-09-2023 (gepubl. 27-10 2023).

Vijfjaarstermijn BOR vernieuwt bij belangenuitbreiding

Breidt een holding, waarvan de dga de aandelen wil schenken, haar belang in een werkmaatschappij
uit? Dan herleeft de vijfjaarstermijn in de bedrijfsopvolgingsregeling voor de nieuwe
aandelen.

Een man houdt alle certificaten in een holding, die in drie andere bv’s een belang
houdt van 100% respectievelijk 95,05% respectievelijk 20%. Alle drie de bv’s drijven
een materiële onderneming. De holding breidt op 24 december 2014 haar belang van 20%
uit naar 33,33%. Op 23 mei 2016 vindt een uitbreiding plaats van het belang van 95,05%
naar 100%. De man schenkt op 3 juli 2019 een deel van zijn certificaten in de holding
aan zijn dochter. Deze certificaten vertegenwoordigen 10% van het aandelenkapitaal
van de holding. De dochter wil de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) toepassen op de
verkregen certificaten. Maar volgens de inspecteur is de BOR niet van toepassing de
belangenuitbreidingen in 2014 (13,33%) en 2016 (4,95%). Voor deze belangen is niet
voldaan aan de eis dat de holding minstens vijf jaar een onderneming heeft gedreven.
De vrouw start daarop een beroepsprocedure.

Wijziging in belang in plaats van wijziging in samenstelling Zij stelt dat de uitleg van de Belastingdienst in strijd is met een arrest van de
Hoge Raad uit 2020. Rechtbank Zeeland-West-Brabant merkt op dat het ook in dit arrest
ging om de schenking van aandelen in een holding waaraan de bezittingen en schulden
van een dochtermaatschappij werden toegerekend. Maar in dat arrest ging het om (de
gevolgen voor de BOR van) een wijziging in de samenstelling van het vermogen van die
dochtermaatschappij. In deze zaak is sprake van een wijziging in het aandelenbezit
van de holding in die dochter in de vijf jaar vóór de schenking. Daarom is de uitleg
van de Belastingdienst verenigbaar met de het oordeel van de Hoge Raad in het arrest.
De rechtbank verklaart daarom het beroepschrift van de vrouw ongegrond.

Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 25-10-2023 (gepubl. 02-11-2023).

Denk aan klokkenluidersregeling

Werkgevers waar 50 tot 250 personen werkzaam zijn, moeten verplicht voor 17 december
2023 over een (aangepaste) klokkenluidersregeling te beschikken. Er moet een interne
en een externe procedure worden ingericht, en mogelijk moeten de al bestaande klokkenluidersregelingen
worden aangepast. Daarbij is instemming van de ondernemingsraad vereist.

Op 18 februari 2023 is de Wet bescherming klokkenluiders in werking getreden die is
gebaseerd op een EU-richtlijn ter bescherming van klokkenluiders. Hierdoor zijn de
eisen aan de interne meldprocedure gewijzigd. Deze wet vervangt de Wet Huis voor klokkenluiders.

Op basis van de nieuwe wet moeten werkgevers voor 17 december 2023 hun interne procedure
voor meldingen van misstanden aanpassen. Onder de personen die werkzaam zijn voor
de onderneming vallen niet alleen werknemers die in dienst zijn bij de werkgever maar
ook uitzendkrachten, stagiairs en vrijwilligers als zij een vergoeding voor hun werkzaamheden
krijgen.
Op basis van de EU-richtlijn moeten ook bepaalde organisaties waar minder dan 50 personen
werken een interne meldprocedure vaststellen. Het gaat om organisaties die werkzaam
zijn op het gebied van financiële diensten, producten en markten, het voorkomen van
witwassen van geld en terrorismefinanciering, burgerluchtvaart, maritieme arbeid en
havenstaatcontrole, en op het gebied van offshore olie- en gasactiviteiten.

Voor meer informatie en tools kan men terecht op een speciale website van het ministerie
van Binnenlandse Zaken (https://www.wetbeschermingklokkenluiders.nl/voor-werkgevers) met een toolkit voor werkgevers voor het aanpassen van de regeling. Op de site is
ook een checklist te vinden (https://www.wetbeschermingklokkenluiders.nl/voor-werkgevers/documenten/publicaties/2021/12/17/checklist-interne-meldprocedure).

Bron: Min. BZK en AWVN 30-10-2023

Belastingpakket 2024 aangenomen door Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft op donderdag 26 oktober 2023 tot diep in de nacht gestemd over
het Belastingpakket 2024. Er zijn diverse amendementen aangenomen zoals het voorstel
om al in 2024 de expatregeling te versoberen.

Hieronder de meest opvallende aangenomen amendementen uit het Wetsvoorstel Belastingplan
2024 en de Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024.

  • Amendement over verhoging van de tarieven van box 2 en 3 met twee procentpunt en een
    verhoging van de bankenbelasting met € 150 miljoen
    Aanvankelijk zou het toptarief voor inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) per 1 januari
    2024 voor een inkomen boven de € 67.000 31% bedragen en voor box 3 34%. Tijdens de
    stemming over het Belastingplan 2024 heeft de Tweede Kamer een amendement aangenomen
    dat het toptarief in box 2 en box 3 per 1 januari 2024 met twee procentpunt verhoogt.
    Daarmee komt voor 2024 het toptarief voor inkomen uit aanmerkelijk belang uit op 33%
    en het tarief voor box 3 op 36%.

  • Amendement over het verminderen van de verlaging van de MKB-winstvrijstelling met
    0,61 procentpunt
    De MKB-winstvrijstelling bedraagt per 1 januari 2024 13,31% in plaats van de eerder
    voorgestelde 12,7%.

  • Amendement over het niet doorgaan van de afschaffing van de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting
    voor giften onder de € 100.000 en de verlaging van het maximumbedrag voor excessief
    lenen
    De afschaffing van de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting voor giften is met
    dit amendement teruggedraaid. Om dit te bekostigen wordt het maximumbedrag dat kan
    worden geleend bij een eigen vennootschap verlaagd. Vanaf 2024 kan maximaal € 500.000
    van de eigen vennootschap worden geleend. Tot 1 januari 2024 is het maximumbedrag
    € 700.000.

  • Amendement over het versoberen van de zgn. 30%-regeling
    Vanaf 2024 kan voor een ingekomen werknemer het voordeel gedurende de eerste 20 maanden
    forfaitair worden vastgesteld op 30% van het belastbare loon. Voor de volgende periode
    van 20 maanden is het voordeel 20% van het belastbare loon en vervolgens voor de laatste
    periode van 20 maanden is maximaal 10% van het belastbare loon forfaitair onbelast
    te vergoeden. De huidige regeling om de werkelijke kosten vergoed te krijgen, blijft
    bestaan. Voor werknemers die in het laatste loontijdvak van 2023 een beschikking voor
    de 30%-regeling hebben, gaat overgangsrecht gelden. Het amendement meldt niet hoe
    dit overgangsrecht er uit komt te zien.

  • Gewijzigd amendement over aanpassingen van de bedrijfsopvolgingsregeling en schenk-
    en erfrecht voor familiebedrijven
    In het wetvoorstel Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten wordt het
    lage percentage van de vrijstelling goingconcernwaarde van de bedrijfsopvolgingsregeling
    in de schenk- en erfbelasting (BOR) vanaf 2025 verlaagd van 83% naar 70%. Het amendement
    wijzigt de aanpassing van dit percentage van 70 in 75. Door het amendement vervalt
    per 1 januari 2025 de voorwaarde van ten minste 0,5% als de verkrijger een bloed-
    of aanverwant in de neergaande lijn is van een rechtsvoorganger die een indirect aanmerkelijk
    belang hield in dat andere lichaam. Om de aanpassingen van de bedrijfsopvolgingsregeling
    te financieren, wordt de vrijstelling in box 3 vanaf 2025 voor groene beleggingen
    verlaagd naar € 30.000 (voor fiscaal partners: € 60.000).

Bron: Tweede Kamer 26-10-2023

© lArcade 2026