Inloggen

Archief

Afname aantal starters in 2024

Volgens de Kamer van Koophandel is het aantal starters in 2024 voor het eerst in 10
jaar afgenomen. Op basis van het Handelsregister heeft de KVK bekeken hoeveel de economie
in het afgelopen jaar is veranderd.

Samengevat komt het hier op neer:

  • Aantal starters: In 2024 werden 253.823 nieuwe vestigingen ingeschreven, een daling van 8% ten opzichte
    van 2023. Dit is de eerste daling sinds 2014.

  • Aantal stoppers: Het aantal stoppende vestigingen steeg met 11% naar 163.878.

  • Ingeschreven vestigingen: Op 1 januari 2025 stonden er 2.581.399 vestigingen ingeschreven, een stijging van
    3% ten opzichte van het jaar ervoor.

  • Sectoren: De afname van starters en de toename van stoppers zijn vooral zichtbaar in de gezondheidszorg
    en bouwsector.

  • Demografie: Het aantal nieuwe bedrijven opgericht door in Nederland geboren mensen daalde met
    12%, terwijl het aantal starters geboren in het buitenland redelijk stabiel bleef
    (-3%). In 2024 was 30% van de startende ondernemers in het buitenland geboren.

  • Zzp’ers: Het aantal zzp’ers steeg met 4% naar 1.772.367, hoewel de groei afneemt. Het aantal
    startende zzp’ers daalde met 9%, terwijl het aantal stoppende zzp’ers met 20% toenam.

  • Faillissementen: Het aantal faillissementen steeg met 34% naar 4.467. De detailhandel had de meeste
    faillissementen (1.053), gevolgd door zakelijke dienstverlening en horeca.

  • Startersprofielen: In 2024 was 38% van de starters vrouw, en de gemiddelde leeftijd van een startende
    ondernemer was 34 jaar.

  • Ondernemersprofielen: Op 1 januari 2025 was 62% van de ondernemers man en 38% vrouw, met een gemiddelde
    leeftijd van 45 jaar.

Bron: KVK Bedrijvendynamiek 15-01-2025.

Fiscus mag bij suppletie om machtiging oude FE vragen

Dient een btw-ondernemer suppletieaangiften in onder vermelding van het btw-nummer
van de fiscale eenheid-btw waartoe hij behoorde? Dan moet hij ook zorgen voor een
geldige machtiging van die fiscale eenheid.

Een bv exploiteert een digitaal platform, waarop door broadcasters, met wie de bv
gebruikersovereenkomsten sluit, livesessies worden aangeboden voor particuliere bezoekers.
Vanaf 2016 tot en met 23 april 2019 heeft de bv deel uitgemaakt van een fiscale eenheid
(FE) voor de omzetbelasting. Op 1 september 2023 dient de bv suppletieaangiften omzetbelasting
in voor de jaren 2016 tot en met 2018. Dit doet zij onder vermelding van het btw-nummer
van de FE waartoe zij niet meer behoort. De Belastingdienst heeft deze suppletieaangiften
buiten behandeling gesteld. De reden daarvoor was het ontbreken van een toereikende
machtiging van de moedermaatschappij van de FE. De bv heeft bezwaar gemaakt tegen
deze beslissing en een kort geding aangespannen tegen het ministerie van Financiën
en de moedermaatschappij. De voorzieningenrechter moet beoordelen of de Belastingdienst
in redelijkheid kon eisen dat de bv een machtiging van de moedermaatschappij overlegt
voor het indienen van de suppletieaangiften.

Geen zelfstandig recht op teruggave Rechtbank Den Haag oordeelt dat de Belastingdienst in redelijkheid heeft kunnen besluiten
de suppletieaangiften buiten behandeling te stellen wegens het ontbreken van een toereikende
machtiging. De rechtbank stelt vast dat de bv gedurende de relevante periode deel
uitmaakte van de FE waarvan de gedaagde vennootschap de moedermaatschappij was. De
Belastingdienst heeft terecht een machtiging van die moedermaatschappij verlangd.
De rechtbank verwerpt het betoog van de bv dat zij zelfstandig recht heeft op teruggave
van btw over de jaren 2016 tot en met 2018. Verder acht de rechtbank het aannemelijk
dat de Belastingdienst niet onvoorwaardelijk heeft erkend dat de bv recht heeft op
teruggave van omzetbelasting over deze jaren. Daarom wijst de rechtbank de vorderingen
van de bv af. Bovendien moet zij de proceskosten van zowel de Staat als de moedermaatschappij
betalen, begroot op € 1.973 per partij.

Bron: Rb. Den Haag 12-09-2024 (gepubl. 06-01-2025).

Vergoeding verblijfskosten binnenlandse en buitenlandse dienstreizen 2025

De verblijfskostenvergoedingen zijn tot bepaalde bedragen gericht vrijgesteld. Deze
bedragen gelden voor ambtenaren op dienstreis. Dezelfde bedragen zijn ook te gebruiken
voor werknemers die wat hun uitgaven betreft vergelijkbaar zijn met ambtenaren op
dienstreis.

Werkgevers die meer vergoeden dan deze bedragen, kunnen het bovenmatige deel van de
vergoeding tot het loon van de werknemer rekenen of als eindheffingsloon aanwijzen.

Binnenlandse dienstreizen In paragraaf 10.2 van de CAO Rijk staat meer over de vergoedingen voor verblijfskosten
binnenland. In onderstaande tabel staan de bedragen die gelden vanaf 1 januari 2025.

Vergoeding

Gericht vrijgesteld

Verblijfskosten

€     7,02

€     6,27

Kleine uitgaven overdag

€   20,95

€   12,54

Logies

€ 152,19

€ 150,55

Ontbijt

€   14,87

€   14,87

Lunch

€    21,40

€    12,51

Avondmaaltijd

€   32,37

€    31,40

Buitenlandse dienstreizen In paragraaf 10.3 van de CAO Rijk staat meer over de vergoedingen voor dienstreizen
naar het buitenland. Deze vergoedingen zien op gemaakte kosten voor maaltijden, logies
en kleine uitgaven tijdens de dienstreis. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk
van de tijdelijke verblijfplaats. Deze verblijfskostenvergoedingen zijn gericht vrijgesteld.

Uitzondering Als de kosten van een overnachting niet aannemelijk gemaakt kunnen worden, mag de
werkgever volgens deze cao een vergoeding van € 11,34 geven voor maximaal vier overnachtingen
per dienstreis. Deze vergoeding is niet gericht vrijgesteld. De werkgever kan dit
loon wel als eindheffingsloon aanwijzen.

Relevante informatie

Bedragen CAO Rijk 2024-2025 per 1 januari 2025 (https://www.caorijk.nl/documenten/publicaties/2024/12/20/cao-rijk-2024-2025-versie-met-aanpassingen-en-indexaties-per-1-januari-2025)

Reizen en vergoedingen: 10.2 dienstreizen binnenland (https://www.caorijk.nl/cao-rijk/hoofdstuk-10/dienstreizen-binnenland)

Reizen en vergoedingen: 10.3 dienstreizen buitenland (https://www.caorijk.nl/cao-rijk/hoofdstuk-10/dienstreizen-buitenland)

Tarieflijst verblijfskosten buitenlandse dienstreizen per 1 januari 2025 (https://www.caorijk.nl/cao-rijk/bijlage-6)

Bron: Forum Salaris 07-01-2025.

Gewone opdrachtgever is geen eigenbouwer

De Belastingdienst mag een btw-ondernemer die handelt als een gewone opdrachtgever
niet aanmerken als een eigenbouwer.

Een bv houdt zich voornamelijk bezig met de aankoop, renovatie en verkoop van woningen.
De renovaties worden uitgevoerd met standaardmaterialen die de bv inkoopt bij een
groothandel. Voor de bouwwerkzaamheden schakelt de bv vaste aannemers en een bouwbegeleider
in. In de periode 2012-2016 heeft de bv gebruik gemaakt van verschillende aannemers,
waaronder drie vennootschappen. Deze drie vennootschappen hebben aanzienlijke bedragen
aan omzetbelasting niet hebben aangegeven en onbetaald gelaten. Naar aanleiding van
een boekenonderzoek bij een van deze vennootschappen heeft de inspecteur derdenonderzoek
gedaan bij de bv. Daarbij heeft de fiscus geconcludeerd dat de bv als eigenbouwer
kwalificeert. In dat geval had zij de verleggingsregeling moeten toepassen. De Belastingdienst
legt de bv daarom naheffingsaanslagen omzetbelasting en vergrijpboetes op aan de bv.

Bv heeft als gewoon opdrachtgever gehandeld De bv gaat in bezwaar en beroep tegen naheffingsaanslagen en de vergrijpboetes. Rechtbank
Den Haag oordeelt dat de inspecteur niet heeft aangetoond dat de bv als eigenbouwer
kwalificeert. Haar betrokkenheid bij de bouw ging namelijk niet verder dan die van
een gewone opdrachtgever. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond en vernietigt
de naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen. Bovendien kent de rechtbank de bv een
vergoeding van immateriële schade toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Bron: Rb. Den Haag 10-12-2024 (gepubl. 07-01-2025).

Aanvraagformulier Expatregeling (30%-regeling) 2025 beschikbaar

Het formulier ‘Verzoek loonheffingen Expatregeling (30%-regeling) 2025’ is beschikbaar.

Werkgevers kunnen een werknemer uit het buitenland een onbelaste vergoeding geven
voor de extra kosten voor tijdelijk verblijf in Nederland. Werkgevers die de Expatregeling
gebruiken mogen zonder nader bewijs maximaal 30% van het loon – inclusief vergoeding –
aanwijzen als gericht vrijgestelde vergoeding voor extraterritoriale kosten. Om gebruik
te maken van de regeling is toestemming nodig van de Belastingdienst.

Verzoek Expatregeling indienen Werkgevers die vanaf de eerste werkdag gebruikmaken van de Expatregeling moeten het
verzoek binnen vier maanden na die dag indienen bij de Belastingdienst. Anders mag
de werkgever pas gebruikmaken van de regeling vanaf de eerste dag van de maand waarin
het verzoek gedaan wordt. Met dit formulier kan de werkgever ook een aanvraag doen
om de regeling voor een nieuwe werknemer toe te passen die bij zijn vorige werkgever
de regeling al liet toepassen.

Formulier en bijlagen opsturen Het formulier moet ondertekend worden door de werkgever en werknemer. De Belastingdienst
neemt de aanvraag pas in behandeling na ontvangst van alle gegevens. Na ontvangst
krijgt de werkgever binnen 8 weken bericht.
Stuur het formulier en bijlagen naar:

Belastingdienst/Kennis- en Expertisecentrum Buitenland

Postbus 2865

6401 DJ Heerlen

Beschikking Als de werknemer in aanmerking komt voor de Expatregeling, ontvangt de werkgever een
beschikking met daarin de ingangs- en uiterlijke einddatum van de regeling.
Het formulier Verzoek loonheffingen Expatregeling (30%-regeling) 2025 is te vinden op de internetsite van de Belastingdienst.

Bron: Forum Salaris, 13-01-2025.

© lArcade 2026