Het convenant dat Transport en Logistiek Nederland (TNL) met de Belastingdienst heeft TLN heeft voor de periode 2021-2025 een convenant met de Belastingdienst gesloten Het gaat om verblijfkostenvergoedingen voor de kosten die een chauffeur onderweg maakt, In het convenant was afgesproken dat sociale partners (werkgevers- en werknemersorganisaties) Bron: TLN 06-01-2024.
gesloten inzake de verblijfskosten is verlengd tot en met 31 december 2029. Dit betekent
dat de bedragen voor verblijfskosten, overeenkomstig de cao, gericht zijn vrijgesteld.
Met andere woorden: deze bedragen zijn netto, waardoor er geen loonbelasting of andere
premies over hoeven te worden ingehouden.
over de vergoeding van verblijfskosten conform de cao voor het beroepsgoederenvervoer
over de weg en de verhuur van mobiele kranen.
bestaande uit maaltijden (ontbijt, lunch en avondmaaltijd), overige consumpties en
kleine uitgaven (voor sanitaire voorzieningen). De verblijfskostenvergoedingen zijn
vrijgesteld voor de loonheffingen als de werkgever voor deze kostensoorten geen andere
vergoedingen of verstrekkingen verstrekt of deze tot het loon rekent. De werkgever
kan extra vergoedingen of verstrekkingen desgewenst aanwijzen als eindheffingsloon
dat binnen zijn vrije ruimte valt of waarover hij eindheffing afdraagt.
begin 2023 contact zouden opnemen met de Belastingdienst om afspraken te maken over
de periode na 2025. Dit was noodzakelijk vanwege het voornemen van de Belastingdienst
om een grootschalig onderzoek uit te voeren onder werknemers en werkgevers naar de
werkelijke verblijfskosten onderweg. Sociale partners hebben hierover overleg gevoerd
met de Belastingdienst, wat na maanden van gesprekken heeft geleid tot een verlenging
van het bestaande convenant tot eind 2029. Hierdoor blijft de huidige systematiek
voor de vergoeding van verblijfskosten gehandhaafd en blijven de bedragen vrijgesteld
van belasting- en premiebetaling.
De juridische splitsing van een bv kan de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling Sinds 1986 waren de vader en moeder van een vrouw voor 51% respectievelijk 49% aandeelhouders Niet voldaan aan bezitseis De vrouw meent echter dat de periode waarin haar vader de aandelen bezat, moet meetellen Bron: Rb. Den Haag, 05-12-2024 (gepubl. 19-12-2024).
beperken.
van een bv. De aandelen van de vader zijn na zijn overlijden op 6 september 2017 aan
de moeder toebedeeld. Op 7 september 2020 vindt een juridische splitsing van de bv
plaats, waarbij een nieuwe bv ontstaat. Op dezelfde dag schenkt de moeder alle aandelen
in die nieuwe bv aan haar dochter. Wanneer de vrouw haar aangifte schenkbelasting
indient, doet zij een beroep op de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Maar de inspecteur
past de BOR slechts voor 49% van de aandelen toe. Dit leidt tot een te betalen bedrag
van € 9.228 aan schenkbelasting. De inspecteur stelt namelijk dat de moeder de aandelen
binnen vijf jaar voor de schenking heeft verkregen. Daardoor is niet voldaan aan de
zogeheten bezitseis van de BOR.
voor de bezitstermijn. Rechtbank Den Haag oordeelt dat het bezitsvereiste van vijf
jaar geldt voor ieder vermogensbestanddeel afzonderlijk. Aangezien de moeder de aandelen
binnen vijf jaar voor de schenking heeft verkregen, is niet voldaan aan de bezitseis.
De rechtbank verwerpt ook het argument dat de bezitstermijn van de vader moet worden
meegerekend. De wet en de uitvoeringsregeling bevatten geen bepaling die het standpunt
van de vrouw ondersteunt. De rechtbank concludeert dat de aanslag schenkbelasting
terecht is opgelegd en verklaart het beroep van de vrouw ongegrond.
Een belastingadviseur is niet aansprakelijk te stellen voor onvoorzienbare schade Een akkerbouwer heeft een belastingadvieskantoor aansprakelijk gesteld voor een beroepsfout Schending zorgplicht, maar schade niet toerekenbaar De rechtbank oordeelt dat het belastingadvieskantoor inderdaad haar zorgplicht heeft Bron: Rb. Gelderland 11-12-2024 (gepubl. 02-01-2025).
die zijn klant lijdt als gevolg van een schending van de zorgplicht door de adviseur.
bij het opstellen van de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2019.
Het belastingadvieskantoor heeft een te lage omzet genoteerd en geen suppletie ingediend.
Dit heeft ertoe geleid dat de akkerbouwer niet op tijd de Tegemoetkoming Vaste Lasten
(TVL) subsidie kon aanvragen voor het eerste kwartaal van 2021. De akkerbouwer heeft
bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van de TVL-aanvraag door de Rijksdienst voor Ondernemend
Nederland (RVO.nl). Maar RVO.nl heeft dit bezwaar ongegrond verklaard. De akkerbouwer
stelt dat de belastingadviseur zijn zorgplicht heeft geschonden. Daarom vordert de
ondernemer een schadevergoeding van € 124.761,00 voor de misgelopen TVL-subsidie en
€ 5.929,78 voor buitengerechtelijke kosten.
geschonden door de omzet onjuist te verwerken en geen suppletie in te dienen. Echter,
de rechtbank acht de schade niet toerekenbaar aan het belastingadvieskantoor. De TVL-subsidie
was namelijk een onvoorzienbare omstandigheid ten tijde van het opstellen van de aangifte.
De coronapandemie en de daaropvolgende TVL-regeling waren niet te voorzien, waardoor
de schade niet aan de belastingadviseur is toe te rekenen. De rechtbank wijst de vorderingen
af en compenseert de proceskosten, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
De € 7,3 miljard aan openstaande coronaschulden draagt nog steeds bij aan het toenemende Hoewel het belang van de openstaande coronaschuld afneemt, geeft een ruime meerderheid Vooral de retail- en groothandelssector worden hard geraakt. Naast coronaschulden Knelpunten in huidig beleid staan sanering grote levensvatbare bedrijven in de weg Alternatieve financieringsroutes hebben positief effect Het expertpanel ziet dat de groeiende rol van Private Equity (76%) en alternatieve Bron: PwC, 23-12-2024
aantal faillissementen. Dit blijkt uit de vierde editie van PwC’s Bijzonder Beheer
Barometer. Sinds begin 2022 neemt het aantal faillissementen elk kwartaal toe, en
volgens 69% van het panel van herstructureringsexperts zal deze trend aanhouden.
(71%) van de respondenten nu aan dat een verouderd bedrijfsmodel een van de belangrijkste
oorzaken is voor de instroom van nieuwe bijzonder beheer dossiers. Eenmaal in de problemen
blijven de meeste Nederlandse bedrijven (51%) tussen twee en drie jaar onder intensief
toezicht.
hebben aanhoudende inflatie, hoge financieringslasten en geopolitieke spanningen een
grote impact op de financiële stabiliteit van bedrijven. Door uitdagingen zoals dalende
koopkracht en hoge personeelskosten verwacht 85% van het panel dat deze sector een
van de hoogste instromen van bijzonder beheer dossiers zal hebben. Na retail en groothandel
volgt de energie-intensieve industrie met 40%. Andere vaak genoemde sectoren door
het expertpanel zijn de bouwnijverheid (37%), energie (31%), gezondheids- en welzijnszorg
(28%) en de horeca (27%).
Volgens het panel slaagt het huidige saneringsbeleid er onvoldoende in om onnodige
en onwenselijke faillissementen te voorkomen. Bart Davidson, herstructureringsexpert
bij PwC, wijst op twee belangrijke knelpunten in het huidige beleid die sanering bij
grote levensvatbare bedrijven in de weg staan. “Ten eerste is de eis dat elke schuldeiser,
en dat zijn er soms honderden, evenredig moet bijdragen aan de sanering praktisch
niet uitvoerbaar. Daarom laat de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) ruimte
om bepaalde crediteuren buiten een schuldherstructurering te houden. Ten tweede vereist
het beleid dat de resterende belastingschuld binnen twaalf maanden na herstructurering
wordt terugbetaald. Dit resulteert vaak in een hogere betalingsverplichting over die
twaalf maanden dan zonder de sanering. Het bedrijf heeft vaak de middelen niet om
dit te voldoen.”
financiers (83%) een positief effect heeft op herstructureringsmogelijkheden, vooral
in een uitdagend economisch klimaat. Deze nieuwe kapitaalbronnen kunnen het herstel
versnellen en organisatorische kwaliteit verbeteren, belangrijke factoren voor succes.
Daarnaast biedt de WHOA in veel gevallen een route om schulden te herstructureren
en faillissement te voorkomen van in de kern gezonde bedrijven.
De beschikking van de 30%-regeling liep tot 1 januari 2021. Tegen die beschikking
is geen bezwaar gemaakt, zodat die beschikking onherroepelijk vaststaat. De rechtbank
komt daardoor niet meer toe aan de beoordeling of het einde van het overgangsrecht
Belastingplan 2019 in strijd is met enige wet- of regelgeving.
Een werknemer heeft bezwaar gemaakt tegen de ingehouden loonheffing over de maanden
februari, maart, april en mei 2021, omdat de 30%-regeling niet is toegepast. De werknemer
heeft beroep ingesteld bij de rechtbank Noord-Holland, die het beroep ongegrond heeft
verklaard. In hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam is in geschil of de loonheffing
correct is ingehouden zonder toepassing van de 30%-regeling.
Oordeel hof Het gerechtshof Amsterdam oordeelt dat de 30%-regeling niet kan worden toegepast omdat
er geen geldige beschikking is voor de betreffende periode. De beschikking die de
werknemer had, liep tot 1 januari 2021 en er is geen nieuwe beschikking afgegeven
voor de daaropvolgende tijdvakken. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank
en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Bron: Bron: gerechtshof Amsterdam 3 december 2024 (gepubliceerd 25 december 2024),
ECLI:NL:GHAMS:2024:3560, 24/3132 tot en met 24/3135