Inloggen

Archief

Niet opgeven fictieve vervreemding telt als doorschuiving

Neemt men in de IB-aangifte van het overlijdensjaar van een dga geen fictief vervreemdingsvoordeel
op? Dan is dit op te vatten als een verzoek om doorschuiving van de ab-claim op de
te vererven aandelen.

Een man heeft als gevolg van het overlijden van zijn moeder in 2011 de helft van de
aandelen in een vennootschap geërfd. Dit geërfde aandelenbelang kwalificeert als een
aanmerkelijk belang. Tussen de man en de Belastingdienst ontstaat een geschil over
de fiscale verkrijgingsprijs van de aandelen. De inspecteur stelt de verkrijgingsprijs
van de aandelen op de helft van het geplaatst en gestort kapitaal van de vennootschap.
Hij komt daarmee uit op een bedrag van € 36.351. De man meent echter dat de verkrijgingsprijs
gelijk is aan de waarde in het economisch verkeer op het moment van verkrijging. In
dat geval bedraagt de verkrijgingsprijs € 172.920.

Impliciet verzocht om doorschuiving De rechtbank constateert dat in de aangifte IB/PVV 2011 van de moeder impliciet is
verzocht om doorschuiven van de verkrijgingsprijs. In die aangifte is namelijk geen
(fictieve) vervreemding van het aanmerkelijk belang opgegeven. Daardoor is de verkrijgingsprijs
van de moeder doorgeschoven naar de man. De rechtbank verwerpt de stelling van de
man dat hij en zijn zus gezamenlijk om doorschuiven hadden moeten verzoeken en dat
de vennootschap een materiële onderneming moest drijven. De rechtbank concludeert
dat de inspecteur terecht rekening heeft gehouden met een verkrijgingsprijs van € 36.351.

Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 06-01-2025 (gepubl. 09-01-2025).

Plaatsingspremie profvoetballer deels vrijgesteld

Een profvoetballer ontvangt een plaatsingspremie voor het behalen van de volgende
speelronde in een Europees toernooi. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht
voor de helft van de premie een tegemoetkoming vanwege dubbele belasting heeft verleend.

Een profvoetballer woont in het buitenland en speelt voor een Nederlandse club die
deelneemt aan een Europees toernooi. Hij ontvangt een plaatsingspremie van € 58.824
voor het bereiken van de volgende ronde. De premie wordt gedeeltelijk toegerekend
aan wedstrijden in aan het buitenland. Bij Rechtbank Noord-Holland is in geschil welk
deel van de plaatsingspremie aan de werkzaamheden in het buitenland moet worden toegerekend
en of de inspecteur voor het juiste bedrag voorkoming van dubbele belasting heeft
verleend.

Oordeel rechtbank De rechtbank oordeelt dat de plaatsingspremie rechtstreeks moet worden toegerekend
aan de wedstrijden in de landen waarin deze zijn gespeeld. Gezien de aard van de vergoeding,
wordt de helft van de premie toegerekend aan de uitwedstrijd in het buitenland en
de andere helft aan de thuiswedstrijd in Nederland. De rechtbank acht rechtstreekse
toerekening de juiste methode en verwerpt de tijdsevenredige toerekening. De inspecteur
heeft correct gehandeld door voorkoming van dubbele belasting te verlenen voor de
helft van de plaatsingspremie. Het beroep van de profvoetballer wordt ongegrond verklaard.

Bron: Rb. Noord-Holland 04-07-2024 (gepubl. 06-01-2025).

Loonkostenvoordeel banenafspraak structureel

Het loonkostenvoordeel banenafspraak wordt structureel. Dit schrijft staatssecretaris
Nobel in een kabinetsreactie op het rapport ‘Onbeperkt potentieel voor flexibele werkgevers’.

In dit rapport stelde ABN AMRO onlangs dat ongeveer 600.000 mensen met een beperking
onnodig langs de zijlijn staan. Het kabinet onderschrijft de noodzaak om goed te kijken
naar welke mensen wel en welke mensen niet tot de doelgroep van de banenafspraak behoren.
Het kabinet werkt daarom aan een stapsgewijze verbreding van de doelgroep banenafspraak.
Met het wetsvoorstel vereenvoudigde banenafspraak dat momenteel in de kamer aanhangig
is, voegt het kabinet twee groepen mensen toe aan de banenafspraak. Het gaat om mensen
met een Wajong-uitkering die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben en bij een reguliere
werkgever werken, en mensen met een IVA-uitkering die werken met loondispensatie.
Daarnaast werkt de staatssecretaris aan wetgeving om vergelijkbare mensen in de WW
en WIA toe te voegen aan de doelgroep banenafspraak. Ook zal hij in dit wetsvoorstel
opnemen dat loonkostensubsidie toegankelijk wordt voor deze groepen.

Knelpunten banenafspraak In de huidige banenafspraak zitten een aantal knelpunten die de staatssecretaris wil
oplossen met het wetsvoorstel vereenvoudigde banenafspraak. Het loonkostenvoordeel
banenafspraak wordt structureel, en het wordt voor werkgevers eenvoudiger om dat aan
te vragen. Daarnaast wordt de huidige quotumheffing (die niet uitvoerbaar is) vervangen
door een werkende quotumregeling, en wordt op termijn het onderscheid tussen de sectoren
markt en overheid opgeheven zodat meer kansen benut kunnen worden in het gezamenlijk
creëren van extra banen.

Bron: Min. SZW 06-01-2025.

Ruim € 200 miljoen voor bedrijven die milieuvriendelijk investeren in 2025

Voor 2025 trekt de overheid € 189 miljoen uit voor de Milieu-investeringsaftrek (MIA)
en € 20 miljoen voor de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). Bedrijven
krijgen daarnaast eerder duidelijkheid over hun aanvraag, doordat RVO vanaf 1 januari
de bezwaar- en beroepsprocedure overneemt van de Belastingdienst.

Bedrijven maken ieder jaar veel gebruik van de investeringsaftrek. Om zoveel mogelijk
bedrijven belastingvoordeel te bieden, is de regeling aangepast:

  • Het maximale jaarlijkse investeringsbedrag waarvoor bedrijven belastingvoordeel kunnen
    krijgen, is per belastingplichtige voor alle bedrijfsmiddelen verlaagd naar € 25 miljoen.
    En voor bepaalde bedrijfsmiddelen is dit maximale bedrag lager.

  • Bedrijven kunnen het belastingvoordeel van de MIAVamil niet meer combineren met een
    aantal subsidies voor verkeer en vervoer. Bijvoorbeeld subsidies voor de aanschaf
    van een uitstootvrije vrachtwagen (AanZet) of private laadinfrastructuur (SPRILA).

  • Voor investeringen in duurzame en circulaire gebouwen zijn de maximale investeringsbedragen
    en enkele aftrekpercentages voor de MIA verlaagd.

Tijdwinst door snellere duidelijkheid RVO heeft per 1 januari 2025 de bezwaar- en beroepsprocedure van de MIAVamil overgenomen
van de Belastingdienst. RVO neemt zelf besluiten, waardoor bedrijven eerder duidelijkheid
krijgen over de goedkeuring van het belastingvoordeel. Ook kan RVO zo een eventueel
bezwaar tegen deze beslissing afhandelen vóór de vaststelling van de belastingaangifte.

Nieuw op de milieulijst Op de Milieulijst staan de bedrijfsmiddelen met het belastingvoordeel. Per 1 januari
2025 krijgen bedrijven bijvoorbeeld ook belastingvoordeel voor:

  • investeringen in grondstoffen- en watergebruik;

    • een inzamel- en het geldretoursysteem voor herbruikbare bekers;

    • een tankinstallatie voor ruitensproeiervloeistof om het gebruik van verpakkingen te
      verminderen.

  • investeringen in de landbouw, bijvoorbeeld:

    • een desinfectiesysteem voor melkrobots en een onkruidmachine met lasers;

    • nageschakelde technieken als onderdeel van een duurzame stal. Hiervoor kunnen agrariërs
      onder voorwaarden weer belastingvoordeel krijgen.

  • investeringen in verkeer en vervoer, bijvoorbeeld:

    • een elektrische bakfiets of cargobike met zonnepanelen;

    • een oplaadkluis voor elektrische fietsen, brom- of snorfietsen;

    • een draadloos oplaadpunt voor elektrische fietsen;

    • een elektrisch of waterstof aangedreven locomotief. 

  • investeringen in gebouwen en klimaatadaptatie:

    • een zuiveringsinstallatie voor grijswaterrecycling;

    • gevelimpregnering zonder PFAS en chemicaliën.

Investeringen in voertuigen Voor een aantal voertuigen krijgen bedrijven geen belastingvoordeel meer. Dit geldt
voor elektrische bestelauto’s, elektrische motorfietsen, speed-pedelecs, elektrische
vorkheftrucks en elektrische taxi’s met negen zitplaatsen of voor rolstoelvervoer.
Wel blijft belastingvoordeel mogelijk voor waterstof aangedreven bestelauto’s. Voor
bakfietsen zijn de eisen aangepast. In plaats van een minimum investeringsbedrag van
€ 4.000, moeten deze nu voldoen aan een gewichtseis.

Duurzame gebouwen en klimaatadaptie Om binnen het totale budget voor het belastingvoordeel te blijven, zijn er een aantal
wijzigingen voor investeringen in duurzame gebouwen. Bijvoorbeeld:

  • Voor circulaire woningen krijgen bedrijven maximaal € 700 per m2 bruto vloeroppervlakte belastingvoordeel van de MIA.

  • Voor enkele investeringen in duurzame gebouwen is het aftrekpercentage verlaagd van
    45% naar 36%.  

  • Voor een gebouwdeel met industriefunctie krijgen bedrijven nog voor maximaal 5.000
    m2 bruto vloeroppervlakte belastingvoordeel.

  • Bedrijven mogen duurzame energie-installaties weer als onderdeel van het gebouw meenemen
    in de berekening van de milieuprestatie.

  • Bij een aanvraag voor een groendak mogen bedrijven ook de kosten van dakisolatie en
    dakbedekking meenemen.

  • Bedrijven krijgen een hoger belastingvoordeel voor een groen en gezond bedrijventerrein.

Bron: RVO, 30-12-2024.

Signaal aan wetgever: maatwerk door rechter bij parkeerboete

Rechtbank Oost-Brabant geeft een signaal naar de wetgever: biedt de belastingrechter
de mogelijkheid om maatwerk te leveren bij naheffingsaanslagen parkeerbelasting.

Een man gaat in maart 2022 op bezoek bij zijn vader in Den Bosch. Zijn vader denkt
de parkeerkosten te betalen via een app, maar maakt daarbij een fout. Het gevolg is
dat niemand betaalt voor het parkeren. Daarom legt de gemeente een naheffingsaanslag
parkeerbelasting op. De man gaat in bezwaar tegen de naheffingsaanslag. Daarbij vraagt
hij om coulance, omdat uit de parkeerhistorie duidelijk valt op te maken dat hij de
parkeerkosten altijd keurig betaalt. De gemeente wijst het bezwaarschrift van de man
af. Hij heeft zijn auto geparkeerd zonder te betalen en dus mag de gemeente een naheffingsaanslag
opleggen. Vervolgens gaat de man in beroep. Rechtbank Oost-Brabant concludeert dat
de gemeente volgens de wet gelijk heeft, maar stelt toch prejudiciële vragen aan de
Hoge Raad.

Naheffingsaanslag parkeerbelasting is geen straf Zo vraagt de rechtbank of de naheffingsaanslag parkeerbelasting feitelijk een strafmaatregel
is. In dat geval zou namelijk sprake moeten zijn van verwijtbaarheid. Ook vraagt de
rechtbank of de belastingrechter de bevoegdheid heeft om uit coulance de kosten van
de naheffing te matigen of zelfs op nihil te stellen. De Hoge Raad oordeelt dat de
naheffingsaanslag parkeerbelasting geen strafmaatregel is. Bovendien biedt de huidige
wet de belastingrechter slechts beperkte mogelijkheden tot het tonen van coulance.
Dat mag alleen in noodgevallen of als de automobilist te weinig tijd krijgt om te
betalen bij een automaat of in een app. Deze uitzonderingen zijn hier niet aan de
orde.

Signaal aan de wetgever Gezien de antwoorden op de prejudiciële vragen moet de rechtbank de man ongelijk geven.
Maar de rechtbank geeft wel een signaal aan onder meer de wetgever. De rechtbank wijst
op een aangenomen motie naar aanleiding van de toeslagenaffaire. Volgens deze motie
moet de wetgever wetten zo moet formuleren dat een uitvoeringsorgaan altijd enige
ruimte heeft om maatwerk te leveren. Daarnaast moet de rechter voldoende rechtsbescherming
kunnen bieden aan de burger. De rechtbank stelt dat dat de maatschappij het vertrouwen
in de rechter en de wetgever kan verliezen als de rechter geen maatwerk kan leveren.
Bovendien merkt de rechtbank op dat de gemiddelde burger de naheffingsaanslag parkeerbelasting
als een boete ervaart. Men spreekt zelfs vaak van parkeerboete, hoewel dit juridisch
gezien onjuist is.

Bron: Rb. Oost-Brabant 03-01-2025.

© lArcade 2026