Inloggen

Archief

Samenloopvrijstelling faalt bij aandelenoverdracht bouwterrein

Een bv krijgt een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting omdat zij niet aannemelijk
maakt dat de grond kennelijk was bestemd voor bebouwing.

Een bv verwerft op 31 december 2020 alle aandelen in een onroerendezaakrechtspersoon
die drie percelen bezit: twee met loodsen en een deel bebouwde en een deel braakliggende
grond achter een hek. Dit braakliggende stuk is niet kadastraal gescheiden en wordt
niet verhuurd. Voorafgaand aan de transactie vraagt de bv een vooroverleg over omzetbelasting
en beroept zij zich op de samenloopvrijstelling in artikel 15 WBR door te stellen
dat het braakliggende terrein een bouwterrein is. De inspecteur stelt dat er geen
sprake is van bouwterrein, omdat de grond niet kennelijk bestemd was voor bebouwing.
Na het indienen van de aangifte overdrachtsbelasting legt de inspecteur een naheffingsaanslag
voor 2020 en een verzuimboete op. De bv gaat tegen deze aanslag in beroep.

Geen vrijstelling: geen bouwterrein De rechtbank overweegt dat de bv moet bewijzen dat het braakliggende terrein kennelijk
bestemd is voor bebouwing. De stukken die de bv overlegt — oude bouwplannen van de
verkoper en plannen die pas drie jaar na de aankoop zijn gemaakt — bieden geen objectief
bewijs van bebouwingsintentie op het moment van overdracht. Zonder duidelijke onderbouwing
geldt de samenloopvrijstelling niet en blijft de overdrachtsbelasting verschuldigd.
De rechtbank handhaaft de naheffingsaanslagen. De rechtbank matigt de verzuimboete
wegens termijnoverschrijding.

Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 30-04-25 (gepubl. 06-05-25).

Ondernemers positief over invoering eenvoudige rechtsvorm steward-ownership

De helft van de ondernemers in Nederland denkt dat steward-ownership interessant kan
zijn voor bedrijven. Daarnaast zou de helft van de ondernemers het (zeer) positief
vinden als er een rechtsvorm voor steward-ownership komt, en 40% zou er (misschien)
gebruik van maken.

Dit blijkt uit onderzoek in opdracht van We are Stewards.

Enkele conclusies:

  • Onafhankelijkheid en autonomie: 93% van de ondernemers vindt het behoud van onafhankelijkheid
    en autonomie (zeer) belangrijk voor de toekomst van hun bedrijf. 79% hecht veel waarde
    aan het gebruik van winst binnen de onderneming, en 78% aan het behoud van waarden
    en cultuur. Daarnaast vindt 55% het belangrijk om maatschappelijke doelen na te streven.

  • Bekendheid met steward-ownership: Slechts 5% van de ondernemers is goed bekend met
    steward-ownership, waarvan 1% een steward-owned onderneming runt. 71% van de ondernemers
    had er zelfs nog nooit van gehoord.

  • Voordelen van steward-ownership: 51% van de ondernemers ziet het als voordelig dat
    zeggenschap bij steward-owned bedrijven wordt uitgeoefend door stewards die zich richten
    op wat goed is voor de onderneming. 62% vindt het positief dat winst bij steward-owned
    bedrijven niet onbeperkt onttrokken kan worden en in lijn met de doelstelling gebruikt
    wordt.

  • Positieve houding tegenover rechtsvorm: 50% van de ondernemers zou het (zeer) positief
    vinden als er een eenvoudige rechtsvorm voor steward-ownership komt, en 40% zou er
    (misschien) gebruik van maken. Familiebedrijven zijn vaker positief over steward-ownership
    en een mogelijke rechtsvorm.

Ondernemers die (misschien) gebruik zouden maken van steward-ownership geven aan dat
het de binding tussen personeel en onderneming kan versterken en het risico van verloop
bij sleutelfiguren kan verminderen. Echter, de implementatie van steward-ownership
wordt momenteel als tijdrovend en kostbaar ervaren vanwege de juridische complexiteit
en hoge transactiekosten.

Rentmeestervennootschap Op 16 april 2024 stemde een brede meerderheid in de Tweede Kamer voor het uitwerken
van een voorstel voor een wettelijke regeling voor steward-ownership: de rentmeestervennootschap.
Een wettelijke regeling kan de transactiekosten verlagen en de drempel voor ondernemers
om voor steward-ownership te kiezen, verlagen.

Bron: We Are Stewards, 6 mei 2025.

Collectiviteitskorting mag van loon worden afgetrokken, concernregeling niet van toepassing

Reisfaciliteiten met collectiviteitskorting mogen tegen lagere waarde worden belast,
maar de concernregeling mag niet beperkt worden toegepast.

Een groep vennootschappen die zich bezighoudt met reizigersvervoer per spoor verstrekt
op grond van de cao reisfaciliteiten aan haar (oud-)werknemers en hun gezinsleden.
De inspecteur legt naheffingsaanslagen loonheffingen op voor de jaren 2015 tot en
met 2019, omdat hij meent dat deze verstrekkingen tegen een hogere waarde moeten worden
belast en dat de concernregeling niet mag worden toegepast. In bezwaar worden de aanslagen
deels verminderd, waarna partijen in beroep gaan. In geschil is of collectiviteitskorting
tot het loon gerekend moet worden en of de concernregeling toegepast kan worden.

Waardering reisfaciliteiten inclusief collectiviteitskorting De rechtbank Gelderland oordeelt dat de reisfaciliteiten als loon moeten worden aangemerkt,
omdat deze onderdeel zijn van het beloningspakket en voortvloeien uit de dienstbetrekking.
Bij het bepalen van de waarde van deze branche-eigen producten moet echter worden
uitgegaan van de consumentenprijs. Onder de omstandigheden van deze zaak – waarin
de vennootschappen verplicht zijn op grote schaal reisfaciliteiten te verstrekken
– is het terecht om aansluiting te zoeken bij de collectiviteitskorting die zakelijke
afnemers ontvangen. Die korting mag daarom in mindering worden gebracht op de te belasten
waarde van het loon in natura.

Geen ruimte om concernregeling beperkt toe te passen Over de concernregeling oordeelt de rechtbank dat deze alleen geldt als aan de wettelijke
voorwaarden wordt voldaan: een 95%-belang tussen inhoudingsplichtigen. Omdat de Staat
zowel aandeelhouder als inhoudingsplichtige is, vallen álle staatsdeelnemingen onder
het concern. De wet laat geen ruimte om de toepassing van de regeling te beperken
tot alleen een deel van het concern, ook niet als dat administratief wenselijk is.
Een beroep op doel en strekking of het gelijkheidsbeginsel slaagt niet.

Bron: Rb. Gelderland 26-02-25 (gepubl. 25-04-25).

Meer talen op het werk kan tot problemen leiden

Uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) 2024 blijkt dat meer dan een
derde van de werknemers aangeeft dat er meerdere talen worden gesproken op de werkvloer.
Volgens 64% van deze werknemers leidt dit zelden tot misverstanden. Echter, in sectoren
zoals de bouw, landbouw en industrie komen misverstanden door meertaligheid relatief
vaak voor.

Gevaarlijke situaties door miscommunicatie Taalverschillen kunnen de veiligheid op het werk beïnvloeden, vooral als veiligheidsinstructies
of waarschuwingen niet goed worden begrepen. In de bouw, landbouw en industrie melden
veel werknemers dat communicatieproblemen soms tot fouten of gevaarlijke situaties
leiden.

Het belang van duidelijke communicatie Om een veilige werkomgeving te creëren, is duidelijke communicatie essentieel. Werkgevers
kunnen dit bereiken door werkafspraken, instructies en protocollen voor iedereen begrijpelijk
te maken. Dit kan bijvoorbeeld door eenvoudige taal en visuele hulpmiddelen te gebruiken,
of door meertalige collega’s als vertalers in te zetten voor veiligheidsinstructies.

Een veilige werkplek met duidelijke instructies Werkgevers moeten zorgen voor een veilige en gezonde werkomgeving voor iedereen.
Dit houdt ook in dat communicatie begrijpelijk moet zijn voor alle werknemers, ongeacht
hun taal. Dit kan door eenvoudige taal, visuele ondersteuning (zoals afbeeldingen)
en de hulp van meertalige collega’s bij het overbrengen van veiligheidsinstructies.

De Sociaal-Economische Raad (SER) heeft in 2019 een handreiking (https://www.ser.nl/nl/Publicaties/taal-en-veilig-werken) uitgebracht over taal op de werkvloer. Deze handreiking biedt praktische tips om
te beoordelen wanneer taal tot onveilige situaties kan leiden en bevat maatregelen
en achtergrondinformatie om de communicatie te verbeteren.

Bron: Ministerie SZW, 29-04-2025.

Geen toeristenbelasting bij gratis verblijf arbeidsmigranten

Een fruitteler hoeft geen toeristen- en verblijfsbelasting te betalen over gratis
huisvesting van arbeidsmigranten.

Een fruitteler uit de gemeente Buren krijgt in 2021 en 2022 aanslagen opgelegd voor
respectievelijk toeristenbelasting en verblijfsbelasting. De aanleiding zijn controles
waarbij blijkt dat op zijn erf arbeidsmigranten verblijven tijdens de oogstperiode.
Volgens de gemeente is sprake van verblijf tegen een vergoeding, in welke vorm dan
ook, en is de fruitteler belastingplichtig. De man tekent bezwaar aan en voert aan
dat de huisvesting gratis wordt aangeboden om aan personeel te komen. Op zitting overlegt
hij arbeidsovereenkomsten en toelichting over de CAO-verloning.

Verblijf moet tegen vergoeding zijn De rechtbank Gelderland benadrukt dat het bij toeristen- en verblijfsbelasting moet
gaan om een verblijf tegen vergoeding, ook als het om een niet-geldelijke vergoeding
zou gaan. In dit geval is daar volgens de rechtbank geen sprake van. De fruitteler
betaalt zijn werknemers volgens de CAO, zonder vergoeding voor verblijf. Ook het verblijf
bij ziekte en het feit dat werknemers tegelijk heen en terug reizen naar Polen onderschrijven
het niet-commerciële karakter. De kosten van huisvesting drukken op de ondernemer
zelf, en zijn dus onderdeel van zijn bedrijfsvoering. Omdat de gemeente niet aannemelijk
maakt dat sprake is van verblijf tegen vergoeding, vernietigt de rechtbank de aanslagen
en de uitspraken op bezwaar.

Bron: Rb. Gelderland 23-04-25 (gepubl. 01-05-25).

© lArcade 2026