Het aantal rechtszaken van schijnzelfstandigen neemt toe. In 24 van de 47 zaken besloot Met terugwerkende kracht heeft de zzp’er dan recht op vakantiedagen, cao-loon, reiskostenvergoeding, Pensioenopbouw Schijnzelfstandigen kunnen met terugwerkende kracht aanspraak maken op pensioenopbouw, Bron: Nieuwsuur, 12-05-2025.
een rechter dat de zzp’er een werknemer is meldt Nieuwsuur na een rondgang onder arbeidsrechtadvocaten,
deskundigen en de Raad voor de rechtspraak.
ontslagvergoeding, pensioenpremie of ziektedagen. De bedragen kunnen oplopen tot tienduizenden
euro’s per schijnzelfstandige.
zelfs als er nooit pensioenpremie is betaald door hen of hun werkgever. In Nederland
geldt het principe ‘geen premie, wel recht’. Hierdoor moet de werkgever tot maximaal
vijf jaar terugbetalen aan het pensioenfonds. Voor de overige jaren dat de schijnzelfstandige
in dienst was, moet het pensioen uit pensioenfondsen komen. Volgens de Pensioenfederatie
leidt dit tot een pensioengat van naar schatting € 1,3 miljard, een bedrag dat uiteindelijk
door de deelnemers die wel pensioenpremie hebben afgedragen, moet worden betaald.
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is een internetconsultatie gestart Werkgevers mogen per 1 januari 2030 geen salaris meer inhouden op het minimumloon De internetconsultatie staat open tot en met 6 juni 2025. Bron: Ministerie SZW, 09-05-2025.
over een wijziging van het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag.
van werkenden voor huisvestingskosten. Op dit moment mogen werkgevers maximaal 25%
van het salaris inhouden op het minimumloon. Vanaf 1 januari 2026 wordt dit percentage
ieder jaar 5 procentpunt minder waardoor in 2030 een einde komt aan deze regeling.
Deze regeling wordt veelal gebruikt bij huisvesting van arbeidsmigranten. De inhoudingsmogelijkheid
voor huisvesting kan een verdienmodel in de hand werken waarbij arbeidsmigranten worden
uitgebuit. Daarom wordt deze regeling stapsgewijs afgebouwd en op termijn afgeschaft.
De heropening van de vereffening van een bv heeft geen terugwerkende kracht en verandert Een man houdt alle aandelen in een bv die op 24 september 2014 wordt ontbonden. De Navordering gerechtvaardigd door nieuwe woonplaatsinformatie Volgens Hof ’s-Hertogenbosch vormt de mededeling van de man in 2018 dat hij in Oostenrijk Fictieve vervreemding en resultaat uit overige werkzaamheden belast Het hof oordeelt dat op het moment van ontbinding van de bv op 24 september 2014 sprake Bron: Hof Den Bosch 16-04-25 (gepubl. 08-05-25), Rb. Zeeland-West-Brabant 17-02-2023.
niets aan de belastingheffing in het jaar van ontbinding.
bv heeft op dat moment nog een vordering op een werkmaatschappij. Deze vordering komt
bij de ontbinding direct bij de man terecht. Omdat hij voor 2014 geen aangifte inkomstenbelasting/premie
volksverzekeringen (IB/PVV) indient, legt de inspecteur op 7 september 2016 ambtshalve
aanslagen op. In 2018 volgt een boekenonderzoek waaruit blijkt dat de man in 2014
niet in België woonde, zoals hij eerder stelde. Naar aanleiding van dit nieuwe feit
legt de inspecteur op 26 oktober 2019 een navorderingsaanslag op van ruim € 1,3 miljoen
aan IB/PVV en € 45.000 aan Zvw. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waarna
de man in hoger beroep gaat.
verbleef, een nieuw feit. De inspecteur mocht er eerder van uitgaan dat de man in
België woonde, waardoor Nederland geen heffingsrecht had. Omdat pas na het boekenonderzoek
duidelijkheid komt over de werkelijke woonplaats, is navordering mogelijk (art. 16
lid 1 AWR). Daarnaast toetst het hof zelfstandig of Oostenrijk heffingsrecht heeft,
maar de man maakt niet aannemelijk dat hij daar als inwoner belastingplichtig is.
Het belastingverdrag voorkomt zodoende niet dat de Nederland mag heffen over het ab-inkomen
en het resultaat uit overige werkzaamheden.
is van een fictieve vervreemding van de vordering van € 1.340.352 (art. 4.16 Wet IB
2001). Dat de vordering is achtergesteld en verpand, maakt dit niet anders; deze blijkt
volledig inbaar. Verder ontvangt de man in november 2014 betalingen van € 40.000 en
€ 5.000. Daarnaast ontvangt de man in november 2014 betalingen van € 40.000 en € 5.000.
Gezien de omschrijving “advies” bij deze transacties oordeelt het hof dat sprake is
van resultaat uit overige werkzaamheden. Wel vernietigt het hof de vergrijpboete,
omdat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat sprake is van grove schuld aan het
niet aangeven van het ab-inkomen.
Het hof oordeelt dat de stichting niet voldoet aan de ANBI-criteria omdat zij met Een stichting is op 7 april 2009 opgericht door een adviesbureau voor tijds- en workforce Algemeen nut toets Hof herhaalt dat een ANBI uitsluitend of nagenoeg uitsluitend een algemeen belang Het hof oordeelt dat de stichting zich met haar activiteiten voornamelijk richt op Bron: hof Amsterdam 19-02-25 (gepubl. 07-05-25).
haar activiteiten vooral particuliere belangen dient in plaats van het algemeen nut.
management met als doel tijd en planning structureel op de maatschappelijke agenda
te zetten en het welzijn te bevorderen. Op 8 september 2020 vraagt de stichting de
inspecteur om aan te merken als ANBI. De inspecteur wijst de aanvraag af, waartegen
de stichting in beroep gaat. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent de
ANBI-status met terugwerkende kracht toe. Volgende de rechtbank heeft de stichting
aannemelijk gemaakt dat haar activiteiten rechtstreeks gericht zijn op het dienen
van het algemeen belang en dat zij ook feitelijk voor meer dan 90% het algemeen nut
nastreeft. De inspecteur gaat in hoger beroep bij het hof.
moet dienen. Daarbij toetst het hof de statuten en feitelijke werkzaamheden op basis
van art. 5b, eerste en derde lid, AWR en art. 1a Uitvoeringsregeling AWR. Het hof
wijst op de Minerva-arresten en benadrukt dat de activiteiten van de stichting rechtstreeks
moeten zijn ingericht op algemeen nut en dat meer dan 90% van de activiteiten het
algemeen belang moet dienen.
specifieke doelgroepen, zoals middelbare scholieren, nachtwerkers en jonge gezinnen.
Hoewel deze activiteiten positieve maatschappelijke effecten kunnen hebben, acht het
hof ze onvoldoende rechtstreeks gericht op het algemeen belang. Daarmee zijn de werkzaamheden
te veel op particuliere belangen gericht om als ANBI te kwalificeren. Het hof concludeert
dat de stichting niet voldoet aan de voorwaarden voor ANBI-status, zodat het hoger
beroep van de inspecteur slaagt.
De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel ′Vereenvoudiging van de Banenafspraak en de De Wet bqa moet werkgevers stimuleren om meer mensen met een arbeidsbeperking in dienst Het doel is om het voor werkgevers eenvoudiger te maken om mensen met een arbeidsbeperking Ook wordt er een nieuw systeem ingevoerd dat bestaat uit heffingen en bonussen in De beoogde datum van inwerkingtreding is 1 januari 2026. Voor het opheffen van het Bron: Eerste Kamer en AWVN, 22 april 2025.
Quotumregeling voor mensen met een arbeidsbeperking′ aangenomen.
te nemen. De banenafspraak houdt in dat werkgevers een bepaald percentage banen aan
mensen met een ziekte of handicap moeten geven. Als het aantal banen voor mensen met
een arbeidsbeperking achterblijft, kan de werkgever een boete krijgen: de quotumheffing.
Echter wordt de Wet bqa door werkgevers en uitvoering als ingewikkeld ervaren en zijn
de afgesproken aantal banen niet gerealiseerd.
in dienst te nemen. Het wetsvoorstel verbreedt de doelgroep van de banenafspraak.
Hierdoor behoren straks ook tot de doelgroep: werknemers in de Wajong die duurzaam
geen arbeidsvermogen hebben en die werken bij een reguliere werkgever, en mensen in
de WIA die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn die werken met loondispensatie.
plaats van het uitsluitend straffen van werkgevers. Daarnaast komt er op termijn één
banenafspraak voor alle werkgevers, het onderscheid tussen overheidswerkgevers en
marktwerkgevers zal komen te vervallen. Verder wordt de manier waarop werkgevers gebruik
maken van het loonkostenvoordeel voor een werknemer uit de doelgroep van de banenafspraak
vereenvoudigd. Het loonkostenvoordeel banenafspraak wordt structureel in plaats van
maximaal drie jaar.
onderscheid tussen markt en overheid en de invoering van de quotumregeling, geldt
dat inwerkingtreding op dit moment nog niet aan de orde is.