Inloggen

Archief

Innovatieboxbesluit 2025 gepubliceerd

De staatssecretaris van Financiën heeft het Innovatieboxbesluit 2025 gepubliceerd.
Dit besluit  is een actualisering van het besluit van 13 december 2021, nr. 2021-22459 (Stcrt.
2021, 48152). Er is een aantal nieuwe vragen en antwoorden toegevoegd.

De actualisering bestaat uit de volgende nieuwe vragen en antwoorden:

  • Onderdeel 3.1. Immaterieel activum; Betekenis;

  • Onderdeel 3.2. Immaterieel activum; Contract-R&D tussen niet gelieerde partijen;

  • Onderdeel 3.3.2. Netto-omzetcriterium na overname van belastingplichtige;

  • Onderdeel 3.3.3. Belastingplichtige geen groepsmaatschappij, wel partieel meegeconsolideerd;

  • Onderdeel 3.4.4. Overgang van een kleinere naar een grotere belastingplichtige.

Het besluit treedt in werking met ingang van 25 juli 2025.

Bron: MvF, 15-07-2025.

Einde papieren machtigingsuitbreidingen in zicht

De Belastingdienst bereidt zich voor op de papieren verzending van de Massale Automatische
Uitbreiding (MAU). Vanaf 1 augustus 2025 stuurt de Belastingdienst – naar verwachting
voor de laatste keer – brieven voor de automatische uitbreiding van bestaande machtigingen.

Deze MAU gaat over de overgang van machtigingen voor de serviceberichten:

  • SBA inkomstenheffing 2025 naar 2026

  • SBA omzetbelasting 2025 naar 2026

  • SBA vennootschapsbelasting 2025 naar 2026

Alle machtigingen die op 1 augustus 2025 om 23.59 uur actief zijn, vallen onder deze
uitbreiding, voor zover uitbreiding niet al heeft plaatsgevonden op 1 juli 2025 op
basis van een doorlopende machtiging. De Belastingdienst  stuurt klanten van intermediairs
een registratiebrief. Hierin vraagt de Belastingdienst toestemming voor het registreren
van de machtiging, zodat de intermediair Serviceberichten Aanslag kunt krijgen.

  • Een klant die akkoord gaat, hoeft niets te doen. Logius activeert de registratie automatisch
    op de startdatum van de registratie die in de registratiebrief staat. Hierna kunt
    u de Serviceberichten Aanslag ophalen met uw software.

  • Een klant die niet akkoord gaat, moet ruim voor de startdatum van de registratie het
    formulier opsturen dat de Belastingdienst met de registratiebrief meestuurt. De registratie
    wordt dan niet actief: de intermediair krijgt geen Serviceberichten Aanslag. De startdatum
    van de registratie staat in de registratiebrief die de klant krijgt.

Achtergrond Sinds de introductie van de doorlopende machtigingen in 2021 is het aantal papieren
machtigingsbrieven sterk afgenomen. Met deze verwachte laatste papieren MAU komt een
einde aan een vertrouwde, maar papierrijke procedure, waarbij de Belastingdienst het
initiatief neemt voor de uitbreiding. Vanaf 2026 zal de intermediair die geen gebruik
maakt van een doorlopende machtiging, zelf de nieuwe machtiging voor het volgende
belastingjaar aan moeten vragen.

De Belastingdienst adviseert een doorlopende machtiging tijdig aan te vragen, zodat
op 1 juli 2026 de machtiging voor 2027 automatisch geregeld wordt.

Bron: Belastingdienst, 23-07-2025.

Rente over flexibel krediet bij ABN AMRO mag in aftrek als eigenwoningrente, privélimiet plus niet

De rechtbank erkent de aftrekbaarheid van de betaalde rente over het flexibel krediet
voor eigen woning, maar wijst de aftrek voor de privélimiet plus-lening af wegens
onvoldoende aantoonbaar verband met de woning.

Een man is eigenaar en bewoner van een woning en geeft in zijn aangifte IB/PVV 2019
verschillende leningen op ten behoeve van de eigen woning: een flexibel krediet en
privélimiet plus (beide bij ABN AMRO) en een hypotheek bij Vandalon. De inspecteur
accepteert aanvankelijk geen van de opgevoerde renteaftrekken. Na bezwaar wordt alsnog
renteaftrek voor de lening met Vandalon toegekend. De man claimt dat ook de betaalde
rente over het flexibel krediet en de privélimiet plus-lening aftrekbaar is, omdat
beide leningen zijn afgesloten voor de bouw of verbouwing van de woning.

Renteaftrek flexibel krediet De rechtbank volgt het oordeel van het gerechtshof over een eerder jaar: rente over
het flexibel krediet is aftrekbaar als eigenwoningrente. Dit krediet kent een opnameperiode
en verplichte aflossing, waardoor het verband met de eigen woning aannemelijk is.
De inspecteur moet de aftrek toestaan voor zover de rente aantoonbaar betrekking heeft
op kosten van verbetering of onderhoud van de woning en aan de wettelijke voorwaarden
wordt voldaan.

Renteaftrek privélimiet plus Voor de privélimiet plus-lening oordeelt de rechtbank anders. De man slaagt er niet
in om met stukken aan te tonen dat deze lening (of opnamen daaruit) daadwerkelijk
is gebruikt voor de eigen woning. Door de werkwijze van opnieuw opnemen en niet aflossingsplichtig
zijn, acht de rechtbank aannemelijk dat het verband met de woning ontbreekt of niet
te controleren is. De inspecteur handelt dus terecht door de renteaftrek voor deze
lening te weigeren. Het beroep is gegrond.

Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant, 16-07-2025.

Hulpmiddel lijfrentepremie vanaf 2016

De Belastingdienst heeft een Hulpmiddel lijfrentepremie vanaf 2016 gepubliceerd. Met
dit hulpmiddel is het mogelijk om te berekenen hoeveel betaalde lijfrentepremies en
inleg er maximaal afgetrokken mag worden in de belastingaangifte.

Bij de hand houden Om de jaarruimte en eventuele reserveringsruimte te berekenen, zijn de volgende gegevens
nodig:

  • de online aangifte of papieren formulier van het vorige jaar, of uw inkomensgegevens
    over het vorige jaar.

  • De opgaaf van de pensioenaangroei in het vorige jaar. Het pensioenfonds of de pensioenverzekeraar
    stuurt deze gegevens.

  • voor het berekenen van de reserveringsruimte: inkomensgegevens en pensioenopbouw van
    de afgelopen 10 jaar.

Let op! Bij de uitvraag van de pensioenaangroei in het hulpmiddel voor de jaarruimte 2024
wordt uitgegaan van een pensioenregeling die op 30 juni 2023 al bestond en die in
2023 niet is aangepast aan de fiscale kaders van de Wet toekomst pensioenen.

Bron: Belastingdienst, juli 2025.

Ongerealiseerde waardedaling telt mee in box 3, buitenlandse woning blijft buiten beschouwing

Een man heeft voor het jaar 2018 een aanslag IB/PVV gekregen naar een forfaitair bepaald
box 3-inkomen van € 44.054. Zijn box 3-vermogen bestond uit bank- en spaartegoeden,
aandelen, obligaties en een tweede woning in Frankrijk. In 2018 behaalde hij € 20.764
aan rente- en dividendinkomsten (€ 650 rente en € 20.114 dividend). De inspecteur
en de man zijn het erover eens dat toepassing van de Wet rechtsherstel box 3 niet
tot een verlaging van de aanslag leidt, omdat het daaruit volgende inkomen in box
3 zelfs hoger zou zijn.

In geschil is of het inkomen dat de inspecteur heeft vastgesteld in box 3 juist is
vastgesteld. Het hof oordeelt dat, gelet op het kerstarrest, alleen het werkelijk
behaalde rendement mag worden belast. Ongerealiseerde waardeveranderingen van de beleggingen
tellen volgens het hof niet als het werkelijk behaalde rendement. Ook de tweede woning
in Frankrijk levert geen box 3-inkomen op omdat deze niet wordt verhuurd. Het hof
vermindert daarom de aanslag met inachtneming van alleen de genoten rente en dividend.

Ongerealiseerde waardeveranderingen horen bij werkelijk rendement De Hoge Raad verduidelijkt dat het werkelijk rendement in box 3 óók ongerealiseerde
waardeveranderingen van beleggingen omvat. Daarmee corrigeert hij de opvatting van
het hof. Toch heeft deze correctie geen invloed op de uitkomst in deze zaak, omdat
de man een waardedaling op zijn beleggingen heeft geleden en dit niet is weersproken
door de inspecteur.

Voor de Franse woning geldt dat deze buiten het werkelijke rendement valt zolang deze
niet wordt verhuurd. De Hoge Raad verwijst hiervoor naar zijn arrest van 6 juni 2024.
De aanslag wordt daarom gebaseerd op de daadwerkelijk ontvangen rente en dividend.
(Wet: Artikel 5.2 – Wet inkomstenbelasting 2001 | NDFR).

Bron: Hoge Raad, 18-07-2025.

© lArcade 2026