Inloggen

Archief

Tweede nota van wijziging inzake Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wet

Met de voorgestelde aanpassing van de Wet op de omzetbelasting 1968 wordt een mogelijke
onduidelijkheid over de juridische basis voor informatieverstrekking binnen de kleineondernemersregeling
(KOR) weggenomen. De wijziging voorziet in een heldere wettelijke grondslag en verduidelijkt
de wijze en termijnen voor het aanleveren van gegevens.

Met deze tweede nota van wijziging is voorzien in een wijziging van de Wet op de omzetbelasting
1968 (Wet OB 1968). Aanleiding voor deze wijziging is de constatering dat er nog onduidelijkheid
kan bestaan over de juridische basis op grond waarvan bepaalde gegevens moeten worden
verstrekt in het kader van de kleineondernemersregeling (KOR). Met deze wijziging
wordt die onduidelijkheid weggenomen en is geborgd dat de informatieverstrekking plaatsvindt
op een door de inspecteur voorgeschreven wijze. De Belastingdienst heeft geoordeeld
dat de uitvoeringstoets een beperkte impact laat zien en dat met deze wijziging de
gewenste duidelijkheid wordt bereikt.

Wijzigingen in de informatieverstrekking KOR in de EU Artikel 25e van de Wet OB 1968 bevat bepalingen over de verplichting van in Nederland
gevestigde ondernemers die de KOR in andere EU-lidstaten toepassen, om per kalenderkwartaal
informatie over hun omzet te verstrekken aan de inspecteur. Indien een ondernemer
de KOR voor het eerst in een andere lidstaat toepast, kan de eerste informatieverstrekking
onbedoeld overlap bevatten met eerder gerapporteerde informatie. Het wetsvoorstel
regelt daarom dat er bij dubbele rapportage over hetzelfde kwartaal geen herhaling
van reeds verstrekte gegevens plaatsvindt.

Met de wijziging van het vijfde lid van artikel 25e wordt tevens verduidelijkt dat
als de voorafgaande kennisgeving en het toekennen van het “EX”-nummer in verschillende
kalenderkwartalen vallen, de ondernemer naast de omzetgegevens van het kwartaal van
toekenning ook de gegevens vanaf de kennisgeving tot het einde van het daaraan voorafgaande
kwartaal verstrekt. De aangepaste formulering van het zesde lid bepaalt dat deze informatie
op een door de inspecteur voorgeschreven wijze binnen één maand na het betreffende
kwartaal moet worden aangeleverd.

Bron: TK 01-09-2025.

Duurzame band met Nederland verhindert 30%-regeling Oekraïense werknemer

Het verzoek van een Oekraïense werknemer om toepassing van de 30%-regeling wordt afgewezen,
omdat hij bij het aangaan van het dienstverband al een duurzame band met Nederland
had en daarmee niet als ‘ingekomen werknemer’ kwalificeert.

Een man met de Oekraïense nationaliteit komt op 10 mei 2023 samen met zijn echtgenote
en kind naar Nederland vanwege de oorlog. Hij krijgt een tijdelijk verblijfsrecht
op basis van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming en schrijft zich in bij
de basisregistratie personen. Het gezin verhuist eerst naar de ene plaats en vanaf
5 juni 2023 naar een andere plaats, waar zij een huurovereenkomst aangaan. Vanaf zijn
komst naar Nederland werkt de man op afstand voor een Israëlisch bedrijf, wat een
voortzetting is van werkzaamheden die hij eerder in Oekraïne uitvoerde. Op 13 november
2023 treedt hij in dienst bij een Nederlandse werkgever. Zowel de man als zijn werkgever
verzoeken om toepassing van de 30%-regeling, maar de inspecteur wijst dit af omdat
de man al in Nederland woonde en werkte bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst.

Motief voor komst naar Nederland niet relevant Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat het motief waarom iemand naar Nederland komt
niet van doorslaggevende betekenis is voor de 30%-regeling. Sinds de invoering van
het begrip extraterritoriale kosten is de definitie van ingekomen werknemer ongewijzigd
gebleven. Bij het aanvaarden van een dienstbetrekking spelen altijd privéredenen mee,
zoals het vluchten voor een oorlog of het aantrekkelijker vinden van een andere leefomgeving.
De rechtbank oordeelt ook dat de man ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst
niet in Nederland werkte in de zin van de wet, omdat zijn werkzaamheden voor het Israëlische
bedrijf voortkwamen uit een eerder in Oekraïne aangenomen opdracht.

Duurzame band met Nederland wel aanwezig De rechtbank concludeert echter dat de man op het moment van het aangaan van de arbeidsovereenkomst
wel een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland had. Het gezin woonde al
zes maanden in Nederland en had een huurovereenkomst afgesloten. Het tijdelijke karakter
van de verblijfsvergunning verhindert het ontstaan van een duurzame band niet, omdat
deze vergunning wel de mogelijkheid biedt om een baan te vinden. De stelling dat er
eigendom in Oekraïne is en dat het leven daar goedkoper is, doet geen afbreuk aan
deze vaststelling. Ook de intentie van de man speelt geen rol bij de woonplaatsbepaling.
De rechtbank verklaart het beroep daarom ongegrond.

Bron: Rb. Noord-Holland 23-07-2025 (gepubl. 01-09-2025).

Te late indiening via Postbode.nu maakt bezwaar ongeldig

Wie zijn bezwaar via een commerciële postdienst laat versturen, moet kunnen aantonen
dat de brief daadwerkelijk en tijdig is gepost. Lukt dat niet, dan kan het bezwaar
buiten behandeling blijven. Een bezwaarschrift dat wordt ingediend via Postbode.nu
is niet tijdig ingediend omdat dit bedrijf geen officiële status heeft en daadwerkelijke
postbezorging niet aannemelijk is gemaakt.

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een WOZ-beschikking en aanslag onroerende zaakbelastingen
2021 van de gemeente Bergeijk. De heffingsambtenaar heeft op 17 december 2021 het
bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat zou zijn ingediend. Eiser
stelt dat hij het bezwaarschrift tijdig heeft laten versturen via Postbode.nu, een
bedrijf dat brieven uitprint en ter post bezorgt. Het geschil gaat over de vraag of
het bezwaarschrift daadwerkelijk tijdig ter post is bezorgd.

Geen officiële status Postbode.nu Rechtbank Oost-Brabant oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij het
bezwaarschrift tijdig per post heeft bezorgd. De rechtbank stelt vast dat eiser of
zijn gemachtigde het bezwaarschrift niet zelf ter post heeft bezorgd, maar dit heeft
laten doen door Postbode.nu. Dit bedrijf heeft geen officiële status en is een commerciële
dienstverlener die brieven uitprint en ter post bezorgt. Volgens de rechtbank is dit
in wezen niet anders dan wanneer de gemachtigde de buurman had gevraagd om een brief
namens hem op de brievenbus te doen. De print van Postbode.nu waarin staat dat zij
de brief op een bepaalde datum en tijdstip ter post hebben bezorgd, is daarom niet
meer dan een verklaring van een derde partij dat zij de brief op de brievenbus hebben
gedaan.

Onvoldoende bewijs tijdige verzending Bovendien blijkt uit de toelichting ter zitting dat de verklaring van Postbode.nu
wordt opgemaakt op het moment dat zij de brief in de envelop stoppen. Dit alles is
volgens de rechtbank niet voldoende om de daadwerkelijke en tijdige postbezorging
aannemelijk te maken. Daarvoor is meer nodig dan alleen een verklaring van een commerciële
dienstverlener zonder officiële status. Het bezwaarschrift is daarom terecht niet-ontvankelijk
verklaard wegens te late indiening.

Bron: Rb. Oost-Brabant 21-10-2022 (gepubl. 28-08-2025).

Verhuurders blijven woningen verkopen

Voor het eerst sinds 2010 is het aantal huurwoningen op de Nederlandse markt afgenomen,
zo blijkt uit recente cijfers van het Kadaster over het tweede kwartaal van 2025.
De daling is het sterkst zichtbaar bij woningen buiten de corporatiesector: vooral
particuliere investeerders verkopen in hoog tempo hun huurpanden.

Ten opzichte van een jaar geleden verkochten investeerders meer dan 16.000 woningen
en schaften zij slechts 7800 aan. Hierdoor krimpt de huurvoorraad gestaag, vooral
door het groeiende aantal verkopen dat al enige tijd toeneemt.

Wet betaalbare huur Verschillende oorzaken liggen hieraan ten grondslag. De belangrijkste factor is de
invoering van de Wet betaalbare huur, die een maximale huur oplegt voor veel woningen
via een puntensysteem. Hierdoor daalt voor veel verhuurders het rendement, wat het
minder aantrekkelijk maakt om huurhuizen aan te houden of te kopen. Ook andere overheidsmaatregelen
spelen een rol, zoals wijzigingen in de vermogensbelasting, het verhogen van de overdrachtsbelasting
in 2021 en de recent weer deels teruggeschroefde opkoopbescherming. Nieuwe belastingregels
rondom box 3 maken investeren in huurwoningen voor particulieren steeds minder lonend.

Opvallend is dat investeerders nog wel vooral grotere woningen kopen: ruim 80% van
de aangekochte woningen in het afgelopen kwartaal is groter dan 95 vierkante meter.
Grotere huizen vallen sneller in de vrije sector en zijn minder gebonden aan de maximale
huurregels. Kleinere woningen worden juist vaker verkocht; deze vielen door de nieuwe
regelgeving onder het gereguleerde huursegment waar de maximale gelden, wat de opbrengst
limiteert. Dit betekent dat kleinere huurders minder keuze hebben en vaker aangewezen
zijn op koopwoningen. Volgens Kadaster-expert Zuidema profiteren vooral koopstarters
van deze ontwikkeling, omdat zij de vrijkomende huurwoningen kunnen kopen. Tegelijkertijd
betekent dit voor huurders minder beschikbaarheid van woningen, vooral in het betaalbare
segment.

Aanpassingen wetgeving Demissionair minister Keijzer probeert het ongewenste effect van massale verhuurdersverkopen
te beperken. Voorstellen tot aanpassing van de Wet betaalbare huur zijn inmiddels
gedaan: zo mag voor woningen zonder buitenruimte geen aftrek meer plaatsvinden, mag
voor kleine monumenten een hogere huurprijs worden gevraagd, krijgt de WOZ-waarde
meer gewicht in het puntenstelsel, en worden tijdelijke contracten voor studenten
gemakkelijker. Deze versoepelingen zijn ter consultatie voorgelegd en moeten op 1
januari volgend jaar ingaan, om zo de huurmarkt toegankelijker en aantrekkelijker
te maken voor zowel verhuurders als huurders.

Bron: NOS, 28 augustus 2025.

Kabinet wil accijnskorting aan pomp met jaar verlengen

Autorijders worden in januari toch niet geconfronteerd met een forse prijsverhoging
aan de pomp: het demissionaire kabinet heeft besloten de accijnskorting op brandstof,
die tijdens de energiecrisis werd ingevoerd, opnieuw met een jaar te verlengen schrijft
De Telegraaf.

Volgens ingewijden is inmiddels een oplossing gevonden om het benodigde bedrag van
ruim 1,6 miljard euro te dekken, al is nog niet duidelijk uit welke bron dat budget
precies komt. De maatregel voorkomt per 1 januari een plotselinge stijging van circa
25 cent per liter benzine, waardoor automobilisten voorlopig worden ontzien.

De accijnskorting werd in april 2022 ingesteld na de Russische inval in Oekraïne,
die leidde tot uitzonderlijke prijsstijgingen voor olie en brandstof. Inmiddels werd
deze verlaging van de accijnzen al meerdere keren verlengd. Nu is besloten dat de
korting ook in 2026 blijft gelden, ondanks eerdere twijfel binnen het kabinet of deze
maatregel financieel haalbaar was.

Minister Heinen van Financiën heeft een manier gevonden om de verlenging te betalen,
maar waar het geld vandaan wordt gehaald is nog niet bekendgemaakt. De verlengde korting
is van belang omdat het zonder deze regeling direct honderden euro’s per jaar extra
zou kosten voor veel automobilisten bij het tanken, vooral in vergelijking met buurlanden
en eerdere jaren.

Bron: Telegraaf, 27 augustus 2025.

© lArcade 2026