Inloggen

Archief

Lening bv aan dga is winstuitdeling bij gebrek aan terugbetalingscapaciteit

De verstrekking van een lening door een bv aan haar dga kan worden aangemerkt als
winstuitdeling als op het moment van verstrekking vaststaat dat de dga de lening niet
kan aflossen.

Een man is dga van een bv. Hij en zijn echtgenote hebben een eigen woning met een
WOZ-waarde van € 674.000. Op 1 januari 2016 gaat de man bij zijn bv twee nieuwe leningen
aan van € 349.999 en € 200.000 ten behoeve van de eigen woning. Volgens een overzicht
van inkomsten en uitgaven bedroegen de gezamenlijke inkomsten van het echtpaar over
2016 € 104.745. Na aftrek van aflossing en rente op eerder afgesloten leningen resteerde
een saldo van € 15.163. De aflossing en rente op de nieuwe lening bedroeg € 16.800
per jaar, waardoor een negatief saldo ontstond. De inspecteur vordert de helft van
de lening van € 349.999 na als winstuitdeling en weigert de renteaftrek.

Onttrekking van vermogen Rechtbank Gelderland oordeelt dat op het moment van verstrekken van de lening vaststond
dat de dga de lening niet kon aflossen. De inkomenspositie van het echtpaar was negatief
en bood geen basis voor het aangaan van de lening. Hierdoor hebben de verstrekte gelden
het vermogen van de bv definitief verlaten en behoren zij tot het vermogen van de
dga. Daarmee vindt een onttrekking van vermogen plaats. Dat de geleende gelden mogelijk
in de toekomst verrekend zouden kunnen worden met een dividenduitkering doet hieraan
niet af.

Winstuitdeling aan dga De bv zou de leningovereenkomst niet onder gelijke voorwaarden met een derde hebben
gesloten. Het is ook niet aannemelijk dat de bv de lening zou hebben verstrekt als
de man uitsluitend werknemer zou zijn geweest. De bv wist dat er al meerdere hypotheekverklaringen
op de woning waren afgegeven tot een hoger bedrag dan de WOZ-waarde en dat de man
een rekening-courantschuld van bijna € 2.000.000 had. Het echtpaar moet zich bewust
zijn geweest van hun gebrek aan terugbetalingscapaciteit. Onder deze omstandigheden
is het verstrekken van de lening aan te merken als een vermogensverschuiving om de
dga te bevoordelen. De rechtbank oordeelt daarom dat de lening terecht is aangemerkt
als winstuitdeling en de renteaftrek terecht is geweigerd.

Bron: Rb. Gelderland 24-07-2025 (gepubl. 25-08-2025).

Bij ontbreken rittenregistratie toch bijtelling auto, maar geen vergrijpboete

Een bv kan zonder rittenregistratie niet aantonen dat met een ter beschikking gestelde
auto minder dan 500 kilometer privé is gereden. De bijtelling is dan terecht, maar
een vergrijpboete vereist overtuigend bewijs van grove schuld en daar slaagt de inspecteur
niet in.

Een bv exploiteert een kinderdagverblijf met buitenschoolse opvang en laat werknemers
vier auto’s gebruiken voor het vervoer van kinderen en boodschappen. De werknemers
tekenen autoverklaringen waarin privégebruik wordt verboden en de auto’s worden ’s
avonds teruggeparkeerd bij de locatie met sleutels in een sleutelkastje. Een van de
werknemers is mevrouw A, locatiemanager en indirect bestuurder via haar honderd procent-dochter.
Na een boekenonderzoek legt de inspecteur over 2015 en 2016 naheffingsaanslagen loonheffing
op van respectievelijk € 6.732 en € 6.804, plus vergrijpboeten en belastingrente.
Het geschil betreft de vraag of de auto aan mevrouw A ter beschikking stond en of
is bewezen dat deze minder dan 500 kilometer privé werd gebruikt.

Auto staat ter beschikking ondanks verbod Gerechtshof Den Haag oordeelt dat de auto in fiscale zin wel aan mevrouw A ter beschikking
stond. Het gaat niet om de doeleinden waarvoor de auto wordt gebruikt, maar of de
werknemer kan bepalen of en op welke wijze zij van de auto gebruik maakt. Doordat
mevrouw A indirect bestuurder was en locatiemanager, kon zij bepalen hoe zij de auto
gebruikte. Ook kon zij over de autosleutels beschikken, ondanks het beheer door een
andere medewerker. Het verbod op privégebruik in de autoverklaring is niet relevant
voor de vraag of sprake is van terbeschikkingstelling, maar voor het bewijs dat minder
dan 500 kilometer privé is gereden. De bv heeft geen rittenregistratie bijgehouden
en geen verifieerbare informatie overgelegd dat de auto niet voor privéritten werd
gebruikt.

Geen grove schuld voor boeten Het hof vernietigt echter de vergrijpboeten omdat de inspecteur niet overtuigend heeft
aangetoond dat sprake was van grove schuld. De bv liet werknemers autoverklaringen
ondertekenen, legde regels vast in het personeelshandboek en gebruikte een sleutelkastje.
Mevrouw A verklaarde geloofwaardig dat zij als minderheidsaandeelhouder voorzichtig
was en niet wilde dat collega’s zouden denken dat zij misbruik maakte van haar positie.
Onder deze omstandigheden handelde de bv niet met grove schuld door ervan uit te gaan
dat voldoende was gewaarborgd dat de auto niet privé zou worden gebruikt.

Bron: Hof Den Haag 12-8-2025 (gepubl. 26-08-2025).

© lArcade 2026